

‘In de streektaal kom je dichter bij mensen’
Oud & NieuwDat Jantje Bruins-Oosting (89) uit Eext Drents spreekt, is een vanzelfsprekendheid; bij haar thuis wérd niet eens Nederlands gesproken. Maar als haar tienjarige achterkleindochter Quinne Strijk naar RTV Drenthe belt om een plaatje aan te vragen of iemand te feliciteren, valt ze op. ‘Mooi hè, zo’n kind dat Drents spreekt’, zeggen de presentatoren dan bewonderend tegen elkaar. Vier generaties vertellen over de norm die de uitzondering werd, over hun liefde voor en de teloorgang van de streektaal.
Frederik Bruins (66) pakt er een gedicht bij van Hans Heyting, een schrijver uit Borger.
Vanzölf bin ik der veur
Dat kinder Drents moet leren
Behalve die van mij
Die gaot studeren
Dit, zegt hij, is de spijker op de kop. ‘Ouders die hun kinderen bewust niet in het Drents opvoeden. Omdat dat minderwaardig zou zijn. Dommig. Omdat er die hardnekkige aanname is dat ze het dan minder ver schoppen in het leven. Omdat het ten koste zou gaan van hun Nederlands.’
Drèents praoten!
Frederiks dochters Linda (39) en Ellen (37) spraken thuis niet anders dan Drents. Linda is nu lerares Nederlands. Frederik: ‘Nederlands leren ze sowieso wel. Op school.’ Sterker, zegt Linda. ‘De meester in groep acht was stomverbaasd toen hij me eens Drents hoorde praten. Die had dat nooit aan me gehoord.’ Ook dit gesprek vindt plaats in het Drents, op verzoek van de Nederlandstalige interviewer. Af en toe schakelt een van de familieleden per ongeluk even over, maar dan is er altijd wel iemand die terechtwijst: ‘Drèents praoten!’
De hele familie is het erover eens: tweetaligheid is geen gebrek, maar een verrijking. Toen Linda en haar zus klein waren, konden ze perfect communiceren met de Deense kinderen die ze tegenkwamen op vakantie. Linda werd actief bij Huus van de Taol. ‘En toen ik moeder werd, was het niet eens een vraag: natuurlijk zou ik haar in het Drents opvoeden.’ Op het consultatiebureau werd daar, tot Linda’s ergernis, een aantekening van gemaakt. ‘Toen zei ik: je kunt ook noteren dat ze tweetalig wordt opgevoed.’
Linda’s moeder Maria (65): ‘Allerlei onderzoeken bewijzen dat kinderen die meertalig zijn opgevoed later gemakkelijker andere talen leren. Maar dan gaat het altijd over, bijvoorbeeld, Nederlands en Engels, nooit over Nederlands en Drents.’
Je praat zo raar
Waar de 89-jarige Jantje de norm was, is achterkleindochter Quinne (10) zo’n beetje de uitzondering. In haar klas zit nog maar één ander kind dat Drents spreekt. Als ze van school komt - en dus steeds Nederlands heeft gesproken - moet ze soms even schakelen. ‘Mag ik de schaar? vraagt ze dan bijvoorbeeld. En wat zegt opa dan altijd?’ vraagt Linda. ‘Ik kan je niet verstaan, Quinne’, bauwt ze haar opa na. ‘Je praat zo raar.’ Iedereen lacht.
Quinne spreekt wel eens in voor Huus van de Taol. Filmpjes, luisterboeken, ze werkte een keer mee aan een podcast waarvoor een kind werd gezocht met een dialect. ‘Wat een cool accent heb jij!’ kreeg ze te horen. Dat maakte haar trots. Ze weet het precies: een lange ij wordt een ie en een ui wordt een oe. Althans, in hún variant, want het Drents kent zeven varianten. Dus Huus van de Taol is in huize Bruins Hoes van de Taol.
Moi!
Op zaterdag heeft RTV Drenthe een inbelprogramma. Luisteraars mogen dan iemand feliciteren of een plaatje aanvragen. Quinne hoeft maar ‘Moi!’ te zeggen en de presentatoren weten al wie ze is, zo zeldzaam is een Drentssprekende kinderstem. Dan zijn ze in hun nopjes, praten ze er na het gesprek nog even over door: ach, wat mooi toch, zo’n kind dat Drents spreekt.
Frederik: ‘Zo jammer. Het zou juist normaal moeten zijn.’ Frederik zag laatst een documentaire over suïcide onder boeren in Friesland, waarvoor ook pastoraal werkers werden geïnterviewd. ‘De Friestalige hadden twee keer zo veel succes als hun collega’s die Nederlands spraken. In de streektaal kom je toch dichter bij mensen. Het wekt vertrouwen.’
Dat merkt ook Maria, tijdens haar werk (waark, zegt ze) als doktersassistente. ‘Mensen weten dat ze bij mij plat kunnen praten. Vooral oudere mensen vinden dat fijn. Die kunnen zich toch beter uiten in het Drents.’ Als ze poesterig zijn, bijvoorbeeld, zegt ze, en de hele familie lacht. Pardon, als ze wát? ‘Poesterig’, zegt Maria. ‘Heel veel woorden laten zich niet zo gemakkelijk vertalen, en dit is er één van. Je bent dan benauwd, kortademig, hebt wat druk op de borst. Maar in het Drents heb je daar maar één woord voor nodig.’

Lieftzeer
Oma Jantje heeft in al haar 89 jaren de taal zien veranderen. Had zij nog lieftzeer, haar achterkleindochter heeft buukpien. De tuin heet inmiddels toene, en niet meer hoffie, de wc is geen hoesie meer. Vindt ze het jammer dat de taal zo verandert en verdwijnt? ‘Nou, dat vind ik niet erg, hoor’, antwoordt ze droogjes. ‘Ik begrijp de kinderen wel.’
Is de streektaal te redden? Ze hopen erg van wel. RTV Drenthe kan daar een rol bij spelen, vindt Frederik. ‘Ik heb het idee dat ze een bepaald percentage Drentstalige muziek moeten draaien, maar dat doen ze dan ’s avonds om elf uur als er niemand luistert. Doe dat eens overdag. En laat ze Drentstalige verslaggevers aannemen. Ik kijk veel liever naar RTV Noord, daar zijn veel Gronings sprekende verslaggevers en ook het nieuws wordt in het Gronings gepresenteerd. Neem daar eens een voorbeeld aan.’
- Auteur: Karin Sitalsing
- Fotograaf: Merlijn Doomernik
