5 min

Verstaat Onze Lieve Heer wel dialect?

Oud & Nieuw

Ria en Gerard Olijslager uit Lievelde leerden als kind pas Nederlands praten op de basisschool, thuis ging alles in dialect. Zelf voedden ze hun kinderen tweetalig op. Dat was in een tijd dat Nederlands praten beter werd gevonden voor de ontwikkeling van een kind. Hun dochter Dieke praat Nederlands met haar kinderen en vrienden. Maar in de ouderenzorg waar ze werkt, probeert ze dialect te spreken. ‘Dan komen er meer verhalen los.’

Als jonge moeder kreeg Ria Olijslager (75) eind jaren zeventig op het consultatiebureau het advies om Nederlands te praten met haar kinderen. ‘Zo was dat in die tijd’, vertelt ze aan de keukentafel in het huis in Lievelde waar ze met echtgenoot Gerard woont. ‘Nederlands was het beste voor een kind, was de gedachte. Dan zou het later goed mee kunnen komen in de maatschappij.’

Nederlands praoten

Ria en Gerard, die onderling dialect spreken, hielden zich niet helemaal aan het advies: Ria, die werkte in het basisonderwijs, sprak Algemeen Beschaafd Nederlands (ABN) met de kinderen, Gerard dialect. ‘Ik druk me veel makkelijker uit in het plat dan in het Nederlands’, vertelt hij – in dialect. ‘Nederlands praoten kost mie mêr meuite!’
En zo werden hun kinderen tweetalig opgevoed. ‘Ik versta dialect, maar praat zelf vrijwel altijd Nederlands’, vertelt dochter Dieke (45). ‘Ook mijn vrienden en vriendinnen praten allemaal Nederlands. Ze zijn van dezelfde leeftijd, dus ook opgegroeid in de tijd dat dialect werd afgeraden.’

Stijve kaak

Maar ook in de jaren daarvoor had Nederlands bij veel instanties al de voorkeur. Ria: ‘Toen ik in de jaren zestig op de kweekschool kwam in Nijmegen, moest ik een spraaktoets doen. Dan werd er gekeken of je als toekomstig onderwijzeres wel goed ademhaalde bijvoorbeeld. Ik kreeg toen te horen dat ik een accent had en dat ik een zogeheten Achterhoekse stijve kaak had: ik moest meer motoriek tonen bij het praten, want dan zouden kinderen geboeider naar me luisteren. Ik leerde dus al vroeg dat er nadelen zitten aan dialect praten en ik heb me ook nooit verzet tegen het advies om Nederlands te praten met onze kinderen.’

Dochter Dieke heeft er wel profijt van dat ze het Achterhoeks verstaat en, als het moet, ook wel kan spreken. ‘Toen ik tijdens mijn studie hbo verpleging als wijkverpleegkundige naar een oude boer moest om hem te wassen en schone kleren aan te trekken, weigerde hij dat. Toen adviseerde mijn vader mij: praat plat met hem, dat zou weleens kunnen helpen.’

Samen oefenden ze een avond lang op een zin die de boer aan het lachen zou maken en het ijs zou kunnen breken: Ne goeien boer hef mêr stront an de bokse as op de kaore (een goede boer heeft meer poep aan z’n broekspijp dan op zijn wagen). Gerard: ‘Dieke legde de klemtonen verkeerd, maar aan het einde van de avond had ze het onder de knie.’ Zijn trucje werkte: de cliënt kreeg vertrouwen en liet zich helpen.

Zorgen in dialect

Dieke: ‘Ik werk nu als praktijkondersteuner ouderenzorg in vier huisartsenpraktijken in Groenlo en probeer plat te praten met oudere patiënten.’ Ze raadpleegt daarbij regelmatig een boekje van het Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers met de belangrijkste zorgtermen in dialect. ‘Dat klinkt vertrouwd voor hen. Ze zijn vaak een beetje bang voor de zorg en als ze dialect horen, komen er meer verhalen los.’ Alleen bij de ruitervereniging waar Dieke lid van is, praat ze altijd plat. ‘Omdat ik van mijn vader paardrijles heb gehad in dialect en de instructeur plat praat.’

‘Ikmerkdatiksnelleroverschakelopplatalsietsmeraakt’

Lekker chill

Ria, die bij de lokale omroep een radioprogramma in het dialect presenteert, kan legio verhalen vertellen over plat praot’n. ‘In mijn programma vertelde een dominee eens dat hij had gebeden met een oude vrouw die op sterven lag. In dialect. Waarop de vrouw verbaasd vroeg: maar verstaat Onze Lieve Heer dat dan wel? Natuurlijk, zei de dominee. Had ik dát eerder geweten, verzuchtte de vrouw.’

Of het verhaal van de Achterhoekse notaris die zijn deur altijd op een kier had staan, zodat hij kon horen of zijn klanten dialect spraken of niet. Dan paste hij zich aan. Ria: ‘In mijn programma vertelde hij dat hij zag hoe mensen ontspanden als ze merkten dat ze in hun eigen taal met hem konden praten.’

Dieke voedt haar drie kinderen op in het Nederlands. Maar haar jongste dochter, van tien, krijgt wel dialectles op school. De oudste twee kinderen, dertien en vijftien, spreken het niet, vertelt ze. ‘Die gooien er eerder Engelse termen tussendoor. Lekker chill.’ Al zullen ze heus wel wat Achterhoeks verstaan, denkt ze, omdat opa Gerard dialect tegen zijn kleinkinderen spreekt.

Tweetalig

Gevraagd naar hun advies aan jonge ouders zijn Gerard en Ria het roerend eens: voed je kinderen op in dialect én in het Nederlands. Want die tweetaligheid stimuleert het brein om meerdere dingen te onthouden. Ria, die zelf pas Nederlands leerde toen ze naar de basisschool ging, spreekt veel meer dialect sinds de kinderen de deur uit zijn en ze met pensioen is. ‘Ik merk dat ik sneller overschakel op plat als iets me raakt. In mijn radioprogramma heb ik weleens een gast die in het vuur van zijn betoog onbewust overschakelt op het Nederlands. Daarvoor heb ik een papiertje klaarliggen dat ik dan omhoog houd: plat praot’n!’

  • Auteur: Friederike de Raat
  • Fotograaf: Merlijn Doomernik

Deze hele editie lezen?

Selecteer jouw regio
Zomer 2024

Dit artikel is gepubliceerd in de editie van zomer 2024 en is in meerdere regio's te lezen. Lees de editie uit jouw regio of een van de andere mooie edities.

Wat vind jij van de digitale Rabo &Co?

Wat fijn dat je je mening wilt geven over de digitale Rabo &Co. Daar zijn we heel blij mee.

max. 500 tekens