

‘Wees zuinig op het Frysk’
Oud & NieuwAart de Boon uit Joure leerde Fries verstaan toen hij bijna vijftig jaar geleden bij de politie in Franeker ging werken. Zijn vrouw Linda spreekt het af en toe. Hun dochter Marjolein is een fervent voorstander van de Friese taal. Zoon Christiaan doet er daarentegen weinig mee. Een gesprek over het belang van spreken in je moerstaal. ‘Voor ons voelt de Friese taal en cultuur als thuis.’
Je verhaal doen in de taal van je hart. Dat vindt Aart de Boon (67), gepensioneerd schade-expert en oud-politieman, heel belangrijk. De geboren ‘Hollander’ (zijn wieg stond in Hardinxveld-Giessendam) streek in 1975 in Franeker neer.
Als diender was hij alle dagen op straat. Daar raakte hij al snel vertrouwd met zowel het Fries als het ‘stadsfries’. ‘Negentien was ik toen. Ik maakte snel vrienden en ging op een sportvereniging. Zo leerde ik het Fries al snel verstaan. Ik kan het ook lezen. Leren spreken heb ik de taal niet, omdat die noodzaak er niet echt was.’
Later, toen hij als letselschaderegelaar ging werken, drukte hij klanten altijd op het hart om in hun memmetaal te spreken. ‘Friezen konden altijd hun zegje doen in het Fries. Zeker in kwetsbare situaties, als mensen ziek of arbeidsongeschikt zijn, is het heel plezierig dat ze zich kunnen uitdrukken in een voor hen vertrouwde taal.’
Rotterdamse Fries
Ook Aarts vrouw Linda de Boon-de Gorter (66) maakte zich het Fries eigen. Zij werd geboren in Rotterdam; haar ouders kwamen van Vlieland en ze groeide op in Harlingen. Thuis spraken ze Nederlands, maar Linda leerde het Harlings van de ‘ouwe seunen’ (de bijnaam van Harlingers) ook verstaan. Ze ontmoette Aart in Franeker, waar hun kinderen Marjolein (43) en Christiaan (40) werden geboren.
Het echtpaar De Boon woont nu dertig jaar in Joure. Linda: ‘Toen ik eind jaren zeventig in de gehandicaptenzorg in Drachten werkte, waren veel bewoners daar Friestalig. Zo leerde ik redelijk Fries spreken.’

Dochter Marjolein spreekt vloeiend Fries. Ze is een groot pleitbezorger van de taal. Ook al komt ze, zoals ze zegt, uit een ‘Hollands nest’. ‘Ja, thuis spraken we ABN. Later kwam ik door een boer in Jutrijp in aanraking met het Fries. Ik reed daar paard en heb er heel wat jaren rondgelopen. Hij sprak geef Frysk (letterlijk: gaaf of goed Fries) en zo heb ik de taal geleerd.’ Ze studeerde in Groningen en woonde een tijdje in Zweden. ‘Grappig genoeg begrepen ze mij daar als ik Fries sprak. Die talen zijn blijkbaar verwant.’
Tongval
Ze had altijd de drang om terug te gaan naar Friesland, vertelt ze. ‘Daar voel ik me het meest mee verbonden.’ Toen ze haar Friestalige vriend leerde kennen in Leeuwarden, wist hij niet dat Marjolein Fries sprak en verstond.
‘We spraken Nederlands met elkaar. Ik heb geen Friese tongval. Maar op een gegeven moment begon hij een beetje stoer in het Fries tegen mij. Hij dacht dat ik dat toch niet verstond, maar ik sprak in het Fries terug, haha. Vond hij wel verrassend. En het gaf onderling ook meteen een band en een gevoel van herkenning.’
Tweetaling
Op tafel ligt het geboortekaartje van hun dochtertje Nanne Floor (4). Bovenaan staat een Fries gedichtje dat begint met: Groei mar, strielje/ laitsje yn alle talen/om ûnder it ûntdekken/soms te ferdwalen.
Marjolein en haar partner Werner voeden hun dochter tweetalig op. ‘De Friese taal verbindt ons’, licht Marjolein toe. ‘Mijn vriend praat Nederlands met haar en ik heb de eerste twee jaar alleen maar Fries tegen haar gesproken. Dat verstaat ze nu goed. Op haar school in Bakkeveen is ook veel aandacht voor de taal.’
Emancipatie
Christiaan vindt het bijzonder dat zijn zus zoveel affiniteit heeft met het Fries. Zelf heeft hij dat veel minder. ‘Ik ben er ook niet zo mee bezig, maar ik versta het goed. Een goede vriend van me is Friestalig. Hij vertelde me eens over Kneppelfreed (Knuppelvrijdag: een demonstratie voor de Leeuwarder rechtbank in 1951, die de politie met de wapenstok uiteensloeg – red.) waarmee de emancipatie van de Friese taal begon. Als historicus snap ik het bijzondere van de taal, maar niet waarom die interessanter zou zijn dan bijvoorbeeld het Limburgs.’
Meerwaarde
Linda vraagt haar zoon of hij de meerwaarde voelt van het feit dat hij Fries kan verstaan. Hij denkt lang na. ‘Eerlijk gezegd geloof ik van niet. Alhoewel. Als Friezen onderling Fries praten, denken ze dat ik hen niet versta. Dan grap ik wel eens: pas op, ik begrijp alles!’
Aart vindt dat de Friezen wel wat zuiniger en trotser mogen zijn op hun taal. ‘Voor je het weet, ben je die kwijt. Vaak schakelen ze te snel over op het Nederlands als ze merken dat je geen Fries spreekt. Ook als je zegt het wel te verstaan.’ Kan een kwestie van beleefdheid zijn, vermoedt Linda.
Voor Marjolein staat het Fries symbool voor de verbinding met elkaar. Het woord ‘mienskip’ (gemeenschapsgevoel en verbondenheid) drukt dat heel mooi uit, vindt ze. Aart: ‘Voor mij voelt de Friese taal en cultuur, maar ook het landschap, als thuis.’ Linda heeft dat ook: ‘Als ik ergens in het land ben, vind ik het altijd leuk om te vertellen dat ik uit Friesland kom. Alles wat met de Friese taal en cultuur te maken heeft, vind ik bijzonder. En verrijkend.’
- Auteur: Karin de Mik
- Fotograaf: Merlijn Doomernik
