

‘Je bestuurt je eigen achtbaan’
InterviewHet ziet er spectaculair uit en dat is het ook. Op je buik op een platte, stalen slee met twee ijzers eronder, met grote snelheid een ijzige bobsleebaan afscheuren. De Edese Kimberley Bos is op dit moment de enige Nederlander die op topsportniveau aan skeleton doet. Afgelopen jaar won ze de wereldbeker. ‘Het is superleuk om te doen. Je bestuurt je eigen achtbaan. Op een goede baan haal je rustig 130 kilometer per uur. Mijn topsnelheid is 141,9 kilometer per uur.’
Skeleton is internationaal best een grote wintersport, vergelijkbaar met shorttrack en schaatsen, maar in Nederland is het vrij onbekend. Kimberley Bos (30) uit Ede kwam er min of meer toevallig mee in aanraking. ‘Ik was van jongs af aan lid van de atletiekvereniging. Op mijn zestiende kreeg ik een trainer die me een keer meenam naar Harderwijk om te oefenen met bobsleeën. Dat ging mij goed af en ik werd gelijk gescout.’
Op de Olympische jeugdwinterspelen in 2012 won Bos samen met haar partner Mandy Groot een bronzen medaille. ‘Daarna was ik te oud en moest ik de overstap maken naar de senioren. Fysiek was ik te klein en wel tien kilo te licht voor de bobslee.’
‘Op advies van mijn trainer en de bond ben ik toen overgestapt op skeleton, want ik kon wel goed sturen. Bij skeleton maakt je gewicht minder uit, omdat een licht gewicht wordt gecompenseerd met een zwaardere slee.’
Gevaarlijk
Het lijkt een gevaarlijke sport. ‘Dat is het ook als je niet weet wat je doet’, beaamt Bos. ‘Maar niet als je weet waar je mee bezig bent. Ik beheers de techniek en weet precies hoe ik moet reageren als er iets gebeurt. Als ik uit de bocht dreig te vliegen, stuur ik bij en dan gaat het goed.’
Bij skeleton zijn drie zaken van belang. ‘Je materiaal, dus je slee en de ijzers eronder, moet goed zijn’, legt Bos uit. ‘Verder moet je hard kunnen sprinten, omdat je verschil kan maken met een snelle start. Stuurwerk is van groot belang om zo maximale snelheid op te bouwen.’
Negen trainingen per week
Bos traint in de zomer op de atletiekbaan van Climax in Ede en op Papendal in Arnhem. ‘Ik train negen keer per week. Het zijn allerlei verschillende trainingen. Sommige duren een half uurtje, maar er zijn ook trainingen die zes uur duren.’
In de zomer traint Bos vooral kracht en snelheid. ‘Je moet heel hard met je slee naar de start rennen. Als je dat niet goed doet, verlies je veel kostbare tijd. Het is dus belangrijk om snel te zijn en te blijven. Daarom volg ik dezelfde trainingen als sprinters. De krachttraining is nodig omdat er veel externe krachten op je lichaam komen.’
In de winter traint Bos meer. ‘Dan komen er nog sleetrainingen bij op verschillende banen in het buitenland. In de winter ben ik altijd op reis.’

Sinterklaas
Dat is ook het enige minpuntje aan de sport, in de ogen van Bos. ‘Elk jaar mis ik Sinterklaas. Dat vind ik juist een heel leuk feest, zeker nu ik neefjes en nichtjes heb. Met Kerst ben ik vaak weg en ook Oud en Nieuw kan ik nooit met mijn vrienden vieren.’
In de zomer woont Bos samen met haar Amerikaanse vriend in Ede. ‘Ik heb hem tijdens een wedstrijd ontmoet. Hij is inmiddels gestopt met skeleton en trainer geworden, dus hij is ook veel in het buitenland. Het is heel fijn dat we van elkaar begrijpen waar we mee bezig zijn. Soms zijn we op dezelfde locatie in het buitenland, maar vaak ook niet.’
Bos en haar vriend hebben samen een hond, Carley. ‘Het is een vuilnisbakkenras. Ik vind het fijn om met hem te wandelen, in het park vlak bij mijn huis. Het is goed voor mij om ook rustig te bewegen. Als we in het buitenland zijn, is hij bij mijn ouders.’
Wereldbeker
Bos won afgelopen winter de wereldbeker. ‘Dat betekent dat ik het meest constant was op acht verschillende circuits. Het is iets anders dan het wereldkampioenschap, dat is gewoon één wedstrijd. Afgelopen jaar had ik een beetje pech en werd ik daar negende, het jaar ervoor tweede.’ Bos deed ook al twee keer mee aan de Olympische Winterspelen. In 2022 won ze een bronzen medaille.
Voor een wedstrijd mag je zes keer oefenen op een baan. ‘In die zes keer moet je heel veel informatie in je opnemen’, legt Bos uit. ‘De vorm van de baan verschilt elk jaar. De bochten gaan altijd dezelfde kant op, maar het is een groot verschil of er zes, twaalf of twintig centimeter ijs op ligt. De bochten worden daardoor breder of smaller en anders van vorm.’
Bos maakt de vergelijking met de Formule 1. ‘Als het regent is de baan heel anders dan wanneer het droog is. Bij ons maakt het uit of het vriest of dooit of sneeuwt. Voor mij is het ideaal als het tien graden vriest en zonnig is. Dan ga je het hardst. Het is koud genoeg en door de zon komt er net een glimmend laagje op het ijs. Als het heel koud is, wordt de baan stroef en als het te warm is, smelt het ijs.’ Toch blijven de omstandigheden altijd spannend bij de wedstrijd. ‘In Lillehammer heb ik weleens geoefend met min zeventien, bij de wedstrijd was het min één.’
Les gemist
Bos is niet alleen topsporter, maar ook fysiotherapeut. ‘In het voorjaar werk ik het meest, ongeveer tien uur per week. In de zomer loopt dat terug naar vier of vijf uur. In de winter werk ik helemaal niet, dan ben ik te veel weg. Ik blijf het werk doen, omdat ik mijn kwalificatie wil houden voor het moment dat ik besluit te stoppen met topsport.’
Bos volgde haar studie aan het begin van haar topsportcarrière. ‘Toen ging dat nog wel. Ik miste weleens een les omdat ik moest trainen en soms een training omdat ik een tentamen had, maar het is gelukt.’
- Auteur: Arwen Kleyngeld
- Fotograaf: Frank Ruiter
