

Omstandigheden creëeren om tot de beste prestaties te komen
InterviewJacco Verhaeren (55) verwierf nationale bekendheid als olympisch zwemcoach van kampioenen als Pieter van den Hoogenband en Ranomi Kromowidjojo. Daarna won hij medailles als leider van de zwemploegen van Australië en Frankrijk. In september keerde hij terug naar Nederland. Nu verbetert hij de sportieve prestaties bij zowel de nationale zwembond als bij een van de beste wielerploegen ter wereld. Een gesprek met een winnaar. ‘Ik doe precies genoeg om zo effectief mogelijk de grootste impact te maken.’
Voor iemand die geldt als ‘s lands succesvolste zwemcoach ooit heeft Jacco Verhaeren (55) een zeer bescheiden werkplek voor zichzelf ingericht. In een ruimte van niet meer dan twaalf vierkante meter in een kantoorverzamelgebouw in Eindhoven staat langs het raam een bureau met een laptop.
Een paar post-its zijn op het tafelblad geplakt. Dat is het wel zo’n beetje. Niettemin zegt hij: ‘Ik ben gehecht aan deze plek, vooral aan de rust. Voor mijn werk ben ik veel onderweg, maar hier kan ik me terugtrekken als ik in stilte wil werken.’
Coachen als passie
Als jongen uit Noord-Brabant – Verhaeren is geboren in Rijsbergen – wist hij al op zijn vijftiende dat hij zwemcoach wilde worden. Dat jaar, 1984, zag hij de Olympische Spelen in Los Angeles op televisie.
‘Ik werd gegrepen door sporters en coaches die vertelden over pieken en topvorm’, blikt hij terug. ‘Zelf had ik als zwemmer niet genoeg talent, maar trainen was een passie. Er leek me niets mooiers dan atleten te helpen het beste uit zichzelf te halen.’
Bij sportopleidingsinstituut CIOS leerde hij het vak. Toen hij zwemcoach werd bij topclub PSV in Eindhoven kwam hij in contact met talenten als Pieter van den Hoogenband, Inge de Bruijn en Ranomi Kromowidjojo. Samen zouden ze onder zijn hoede meer dan tien olympische medailles vergaren.
Tijd voor iets nieuws
Maar zoals het voor hem als tiener kraakhelder was dat hij zwemcoach wilde worden, zo duidelijk voelde hij na afloop van de Spelen in 2012 – zijn vijfde alweer – dat zijn tijd aan de rand van het bad erop zat. Het was tijd voor iets nieuws. ‘Ik wilde gaan ontdekken op welk vlak ik mezelf nog meer kon ontwikkelen’, vertelt hij.
Aanvankelijk ging hij in op een aanbod van de Koninklijke Nederlandse Zwembond (KNZB) om technisch directeur te worden. Maar al snel vroeg de Australische zwembond hem om die rol te vervullen en de prestatiecultuur te verbeteren.
Verhaeren zei ‘ja’ tegen het avontuur. In 2013 vertrok hij met zijn vrouw en twee zoons naar de andere kant van de wereld.
Leren over leiderschap
Leiderschap leerde hij onder meer dankzij een opleiding aan de Melbourne Business School. Dat was nuttig, zegt hij, want toen Verhaeren aan zijn klus begon, wist hij eigenlijk niet wat een technisch directeur precies doet.
‘Inmiddels snap ik hoe je de juiste omstandigheden creëert om met coaches en atleten tot de beste prestaties te kunnen komen.’
Dat is geen gemakkelijke opgave – zeker niet bij het zwemmen, waar de Olympische Spelen gelden als het hoogste podium. In cycli van vier jaar is een heel team bezig om op het juiste moment te pieken. Maar tijdens de Spelen is er veel afleiding en ligt de druk hoog. Het zijn lastige omstandigheden voor een topprestatie.
Goudrecord
In Australië stelde hij een afgebakend, gemeenschappelijk doel: kwalificatie. Vervolgens werkten de atleten met hun coach aan hun persoonlijke doelen: door een streeftijd te halen op de verschillende afstanden.
Daarnaast geloofde Verhaeren vurig in de kracht van kruisbestuiving. ‘Ik heb nooit twee trainers hetzelfde zien doen. Het gouden trainingsprogramma bestaat niet. We kunnen altijd van elkaar leren.’
Het resultaat? Op de Spelen van Rio in 2016 won de zwemploeg tien medailles. Bij de volgende editie in Tokio waren dat er liefst 21. Negen daarvan waren goud: een record.

Na zeven jaar Australië werd hij in 2021 technisch directeur van de Franse zwembond. De uitdaging was enorm. In slechts drie jaar moest hij orde op zaken stellen in een land dat tijdens de vorige Spelen bij het zwemmen niet meer dan één medaille won, een zilveren. En de verwachtingen waren hooggespannen, want de Spelen waren in Parijs.
Opnieuw zorgde Verhaeren voor een goede voorbereiding. Zo zette hij in op duidelijkheid en structuur, maar smeedde hij tegelijk een eenheid.
Rotatiemodel
En hij liet iedereen van elkaar leren. ‘Tijdens trainingskampen heb ik een rotatiemodel ingevoerd,’ zegt hij, ‘zodat zwemmers konden leren van verschillende coaches, en andersom.’
Tot slot zorgde hij via visualisaties ervoor dat de atleten leerden omgaan met de ongekende druk die komt kijken bij een topevenement in eigen land. Het resultaat mocht er zijn. De Franse zwemmers behaalden in Parijs zeven medailles. De jonge Léon Marchand won zelfs vier gouden plakken.
De grootste impact
Inmiddels is Verhaeren weer in Nederland. Hij maakte een verrassende terugkeer bij de KNZB, nu als ‘performance-strateeg’. Nog onverwachter was zijn intrede in de wielersport. Bij Team Visma-Lease a Bike, vorig jaar nummer 1 op de wereldranglijst, is Verhaeren aangetreden als lid van het sportief management.
Het nieuws werd in de wielerwereld met argusogen bekeken. Hij was dan weliswaar altijd al ‘fan’ van de sport, maar werkervaring in die sector had hij niet. Vakinhoudelijk zal Verhaeren de succesvolle wielerploeg niet vooruit helpen, want, zoals hij het zegt: ‘Ze hebben al veel kennis in huis.’
Geen workaholic
Wel wil hij leiderschap brengen. Geregeld daagt Verhaeren het team uit met onderzoekende vragen over de gang van zaken. Dat is belangrijk, vindt hij, want: ‘De grootste fout die je als organisatie kan maken, is geloven dat je de beste bent. Dan word je links en rechts ingehaald. Ik ben aangetrokken om te zorgen dat de organisatie zich blijft ontwikkelen.’
Zo combineert hij twee topfuncties in de Nederlandse sport. ‘Maar een workaholic ben ik niet’, verzekert hij. ‘Ik doe precies genoeg om effectief de grootste impact te maken. Ik heb nooit het gevoel dat ik werk, omdat ik altijd doe wat ik leuk vind.’
- Auteur: Dennis Boxhoorn
- Fotograaf: Frank Ruiter
