

‘Klederdracht heeft me veel gebracht’
Oud & NieuwIneke Kloet (65) en haar kleindochter Vera (13) gaan een paar keer per jaar in de traditionele klederdracht van Zuid-Beveland over straat, compleet met kanten muts en bonten schort. Altijd in het kader van een evenement of in toneelstukken over Zeeland. Maar het gebruik sterft uit. Waar Ineke ontzettend geniet van de bijeenkomsten in klederdracht, draagt Vera veel liever broeken. ‘Ik praat er ook met niemand over.’
Ineke Kloet (65) en Vera van Haaften (13), grootmoeder en kleindochter, afkomstig uit respectievelijk Wolphaartsdijk en Oud-Vossemeer, zitten in een Zeeuwse woonkamer anno 1950, nagebouwd in De Buffer. Dat is het eindpunt van de stoomtrein die ’s zomers voor toeristen rijdt tussen Goes en Borssele. Hier, even buiten Hoedekenskerke, is ook het clubhuis van Mooi Zeeland gevestigd, een vereniging die in 2002 werd opgericht ter behoud van de klederdracht in de regio.
En dat was nodig ook. Want van alle Zeeuwse eilanden lopen voor zover bekend alleen op Walcheren nog twee vrouwen dagelijks in klederdracht. Op Zuid-Beveland kleden leden van Mooi Zeeland zich alleen nog traditioneel aan bij toeristische evenementen en feesten.
Ineke leerde de dracht als tiener kennen toen ze in het bejaardentehuis waar ze werkte ‘boertjes en boerinnetjes’ traditioneel moest aankleden. In die periode begon ze het zelf ook te dragen. Haar kleindochter Vera is de enige in de wijde omtrek die zich nog ‘een keer of vijf per jaar’ in klederdracht laat steken. ‘Ik praat er op school met niemand over’, zegt ze.
Uitstervend gebruik
Klederdracht is aan het uitsterven. Steeds minder mensen beheersen de technieken van het plooien en het stijven van de kanten muts, weten hoe lang de rok precies moet zijn, hoe de gouden stikken aan weerszijden van het hoofd met zilveren beugels aan de ondermuts moeten worden vastgespeld. Ineke volgt er nog altijd cursussen voor.
De technieken zijn tijdrovend, zegt ze, terwijl ze de omslagdoek die Vera draagt aan de achterkant laat zien. De doek wordt tot wel twaalf keer geplooid boven een kartonnetje. Voor Ineke is het belangrijk dat ‘dit stukje cultureel erfgoed’ blijft bestaan en dat ‘het beschreven wordt voor volgende generaties’. Daarom zit ze bij Mooi Zeeland en vertelt ze er graag over.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog en de Watersnoodramp van 1953 gingen veel kledingstukken en bijbehorende sieraden verloren. In de jaren daarna kregen de voorheen afgezonderde Zeeuwse eilanden te maken met invloeden van buitenaf. ‘Vrouwen vonden gewone jurken op den duur praktischer’, vertelt Ineke. ‘Het is ook een heel werk om elke dag klederdracht aan te trekken.’ Vera moet er niet aan denken dat ze in zo’n rok naar school zou moeten. ‘Ik draag liever een broek’, zegt ze. ‘En die gouden stikken drukken op je slapen. Dat wordt na een tijdje vervelend. Een paar keer per jaar dit allemaal aantrekken vind ik genoeg.’
Een van de jongste leden
Vera is een van de jongste leden van Mooi Zeeland. Ze toonde als kind al interesse in de Zeeuwse klederdracht. ‘Iemand van de club had een jurkje genaaid’, vertelt Ineke. Ze pakt er een fotoboek bij van een ‘boerenbruiloft’ waarop te zien is dat iedereen in dracht is. Vera was bruidsmeisje. Ze voelt zich ‘trots’ als ze de klederdracht aan heeft, zegt ze. En ze vindt het ‘best leuk’ om te zien hoe mensen op haar reageren als ze zo over straat gaat.

Duizenden euro’s
Samen met haar grootmoeder koestert ze warme herinneringen aan de momenten in klederdracht. Zes jaar geleden was ze zelfs op tv te zien en vertelde ze erover. Haar moeder draagt het overigens ook, maar dan die van het eiland Tholen. Die is duidelijk anders dan op Zuid-Beveland. Dat zit ’m vooral in de grootte van de mutsen, die kostbaar zijn. Zo’n kanten muts zou nu duizenden euro’s kosten, vanwege de bewerkelijkheid.
Grootmoeder en kleindochter De Kloet houden van de demonstraties en activiteiten die ze samen verzorgden in De Buffer. ‘Mensen willen altijd weten wat we aan hebben’, zegt Ineke. ‘Dan leg ik uit: we dragen een topmuts van Brugs kant, met daaraan vast een ondermuts, cantillespelden aan de zijkant, daar weer naast gouden stikken. We dragen een hemdrok, daarover een beukje [rond het bovenlijf] en daar weer over een driekantendoek. En om de nek een ketting van bloedkoraal met een gouden halsslot.’
Jimmy Nelson
De klederdracht heeft Ineke veel gebracht. ‘Ik heb dingen gedaan die ik anders nooit had gedurfd’, zegt ze. Zo staat ze geregeld in klederdracht op het podium, in theaterstukken over Zeeland. Als haar grootmoeder vertelt, knikt Vera instemmend. Twee jaar geleden werden ze samen met zevenhonderd mensen in klederdracht gefotografeerd door de wereldberoemde fotograaf Jimmy Nelson. Dat vonden ze beiden een hele leuke ervaring.
Het is duidelijk dat Ineke van de klederdracht geniet, maar dat Vera er wat minder mee heeft. Als ze zelf kinderen heeft, zou ze die dan ook in klederdracht steken? Ze kijkt even opzij, naar haar oma, en schudt dan haar hoofd. ‘Ik denk het niet’, geeft ze eerlijk toe.
- Auteur: Dennis Boxhoorn
- Fotograaf: Merlijn Doomernik
