

Pionieren in de beginjaren van Almere
Ik blik terugOp 30 november 2026 viert Almere haar vijftigste verjaardag, want op precies diezelfde dag in 1976 kregen de eerste bewoners van Almere de sleutel van hun huis. Sietske van Oogen (76) en haar man Frits waren daarbij. Sietske blikt terug op de beginjaren van Almere, de stad die nu 230.000 inwoners telt.
Jullie kregen als vijfde bewoners van Almere de sleutel van jullie huis. Wat ging eraan vooraf?
‘Ik ben opgegroeid in Amsterdam. Door de woningnood – het was de tijd dat babyboomers volwassen werden – kon je tegen betaling van een godsvermogen aan sleutelgeld een zolderkamer bemachtigen. In Drenthe was het wel mogelijk een flatje te huren, dus besloten we na ons trouwen in 1972 naar Assen te verhuizen. In Assen, een leuke stad met inwoners vanuit het hele land, waren we gelukkig.’
‘Het ging mis toen we, vanwege gezinsuitbreiding, onze flat in Assen verruilden voor een eengezinswoning in Beilen. Het was al gauw duidelijk dat we daar met onze westerse tongval vreemden waren. Omdat ik graag iets doe voor de gemeenschap, bood ik aan te helpen bij de peuterspeelzaal. Die hulp was niet nodig, zeiden ze. Tot een andere moeder met dezelfde vraag te horen kreeg dat ze altijd extra handen konden gebruiken. Dat was voor mij de druppel. Als ik niet de gelegenheid kreeg iets te doen voor de gemeenschap, dan was Beilen niet mijn plek.’
Teruggaan naar Amsterdam was geen optie?
‘Nee. We kwamen er nog geregeld voor familiebezoek, maar Amsterdam was nog steeds onbetaalbaar en we waren te veel gewend geraakt aan schone buitenlucht. Maar ik was wel nieuwsgierig naar wat er in die polder, dat wat nu Almere is, ging gebeuren. Iedereen zou daar nieuw zijn, dus we zouden met onze tongval niet gek aangekeken worden. In oktober 1976 werd mijn man aangenomen als chef-kok in het eerste café-restaurant van Almere, de Roef. Een maand later kregen we, omdat wij dus economisch gebonden waren, als vijfde bewoners de sleutel van ons huis.’
Hoe waren de beginjaren in Almere?
‘Er was niets dan zandvlakte, bouwactiviteit en een paar winkels in noodgebouwen. Ik hield van het pionieren en genoot ervan om deel uit te maken van de geboorte van een stad. We moesten het met zijn allen doen. Dus hup, schouders eronder, niet lullen, maar poetsen en van niets iets maken. Hield je van korfbal? Dan zocht je een metgezel en begon je een vereniging.’
Kon je nu wel iets betekenen voor de gemeenschap?
'Ja, zeker. Onze kinderen waren destijds drie en anderhalf en er moest als de wiedeweerga een peuterspeelzaal opgericht worden. Deze keer werd mijn hulp wél geaccepteerd. Verder diende de zaal boven het restaurant waar Frits werkte als kerk en vergaderruimte waar we met elkaar bespraken wat er allemaal moest gebeuren. Een politiek stelsel ontbrak bijvoorbeeld nog, dus ging je op de zeepkist staan om je mening te verkondigen. Ik maakte deel uit van de adviescommissie Almere waarin politieke besluiten werden voorbereid. Later werd ik gemeenteraadslid en wethouder.’
Bracht de verhuizing naar Almere ook financiële voordelen?
‘Voor ons niet. Wij verhuisden van een sociale huurwoning in Drenthe naar een sociale huurwoning in Almere. Maar voor onze buren, die voornamelijk uit Amsterdam kwamen, gold dat wel. Ze kregen nu voor hetzelfde geld veel meer ruimte en een tuin.’
Wat was jullie beste financiële keuze ooit?
‘Dat wij ons huis hebben gekocht toen de wooncoöperatie in 1998 de sociale huurwoningen ging verkopen. Onze bedoeling was daar oud te worden. Toch verkochten we het alweer na twee jaar omdat ons droomappartement, eveneens in Almere Haven, werd gebouwd. We hadden een ton in guldens winst gemaakt.’
Jullie wonen nu bijna vijftig jaar in Almere. Hoe is het nu?
‘Wij gaan hier nooit meer weg. Natuurlijk, de pioniersgeest is verdwenen. De stad telt 230.000 inwoners, heeft te kampen met dezelfde problematiek als andere steden en kent inmiddels vele kernen. Almere Buiten, Stad of Poort bijvoorbeeld. Maar Almere Haven blijft ‘ons dorp’. Daar waar het allemaal begon.’
- Auteur: Ymke van Zwoll
- Fotograaf: Hedayat Amid















