

‘Kleuterjuf is en blijft het mooiste beroep ter wereld’
Oud & NieuwJacqueline Schürgers-de Kreij (61) was kleuterjuf en trad daarmee in de voetsporen van haar moeder Joke. Dochter Lotte (32) staat ook voor de klas. Ondanks alle veranderingen in het basisonderwijs – ‘en niet altijd ten goede’ – blijft juf het mooiste beroep ter wereld, verzekeren moeder en dochter. Jacqueline, inmiddels met pensioen: ‘Als ze me morgen bellen om in te vallen voor een dag, dan ga ik direct.’ Lotte: ‘Net als bij oma en mam ligt mijn passie bij het jonge kind.’
Zet twee juffen aan tafel en het gesprek gaat over school. Zet een gepensioneerde juf aan tafel met een jonge juf en het gesprek gaat over de verschillen in het onderwijs toen en nu. Zo ook in Grevenbicht-Papenhoven, waar Jacqueline Schürgers-de Kreij (61) en dochter Lotte Halbersma-Schürgers (32) het gesprek beginnen met de ingelijste diploma’s van juf Joke Verhagen, de moeder van Jacqueline en de oma van Lotte, voor zich op tafel.
Spelenderwijs ontdekken
‘Ze hadden de Kleuter Leidster Opleiding School (KLOS) nooit moeten opheffen’, verzucht Jacqueline. ‘Er zijn geen speciaal opgeleide kleuterjuffen meer. Er wordt nu anders naar kleuters gekeken. Het onderwijs is minder gericht op het kind en meer op het proces. Ik ben veel meer van een ‘spelenderwijs-aanpak’. Laat kleuters de wereld ontdekken. Dat betekent niet dat het alleen maar gezellig hoeft te zijn. Er moet ook gepresteerd worden.’
Lotte: ‘Dat kun je niet meer terugdraaien. Er wordt van kleuters verwacht dat ze bepaalde cijfers en letters kennen. Wat in het onderwijs beter is dan vroeger? Er is meer dan een krijtbord om iets uit te leggen. Kinderen zoeken informatie voor een presentatie zelf bij elkaar met bijvoorbeeld de iPad. De leerkracht treedt daarbij op als coach. De leerlingen leren van elkaars presentaties.’
Jacqueline: ‘Er wordt nu vooral gekeken naar wat kinderen níet kunnen in plaats van wat ze wél kunnen. Wij keken vroeger meer naar het totaalplaatje. En kinderen zouden nu lastiger zijn dan vroeger. Welnee. Ze zijn nog precies hetzelfde. Alleen raken ze overprikkeld. We maken ze gek met drukke schema’s.’
Ze vat samen: ‘Ik ben nog van de drie r’en, die na de oorlog in het onderwijs werden gehanteerd: rust, reinheid en regelmaat. En dan telt reinheid voor mij het minst.’ Lotte: ‘Daarom volgde ik mijn middelbare school in België. Het onderwijs is daar gestructureerder. De vakanties vallen op andere tijdstippen dan hier. Dat kwam goed uit, want dan kon ik mam helpen op school.’
Gouvernante
De bron van de onderwijsfamilie ligt bij opa Thomas Verhagen uit Sittard, die zijn zoons aanspoorde om te gaan studeren. De dochters gingen aan het werk als gouvernante bij welgestelde families. Joke, de inmiddels overleden moeder van Jacqueline, zorgde voor de kinderen van een adellijke familie in Brussel. ‘Het ging er ook om dat ze Frans leerde’, vertelt Jacqueline. ‘Ze moest de kinderen bezighouden en helpen met hun huiswerk. In het huishouden hoefde ze niks te doen. Ze had een leven als God in Frankrijk.’
Toch keerde moeder terug naar Limburg, waar na de oorlog een groot tekort was aan onderwijzers. Jacqueline: ‘Opa vond dat zijn dochters de spoedcursus onderwijs moesten doen.’ De ingelijste Akte van Bekwaamheid van Johanna Theresia Catharina Verhagen (1927) op tafel vormt het bewijs. Was getekend: Maastricht, 10 september 1948.
Jacqueline: ‘Het was een eenjarige cursus. Kijk, dat wordt hier expliciet met pen geschreven op het diploma. Als alleenstaande jonge moeder nam ze mijn oudere zus en mij mee naar school. Kinderopvang bestond toen nog niet. Mijn zus werd later juf op een lagere school; ik wilde per se het kleuteronderwijs in. Kennelijk geef je dat door, want daar zit nog een juf’, wijst ze naar Lotte. Die zegt: ‘Ook mijn hart gaat uit naar de kleuters.’

Na België was het onderwijs in Nederland wennen voor Lotte. Na twee jaar pabo koos ze voor de studie onderwijsassistente. Daarna werkte ze op contractbasis op verschillende scholen. ‘Na drie contracten mocht ik een half jaar niet actief zijn in het onderwijs.’
Onderwijsassistente
Het verlossende telefoontje kwam uit Stein, van de directeur van wat tegenwoordig Kindcentrum Bonjour is. ‘Ze zochten een onderwijsassistente. Voor groep 6, kinderen met veel hulpvragen. Ik ben met ze meegegroeid naar groep 7 en 8. Daarna werd ik ondersteuner van alle groepen. Als leerkrachtondersteuner mag ik nu ook groepen draaien.’ Jacqueline: ‘Ik was ook een tijd vliegende kiep. Ik heb aan alle klassen lesgegeven.’
Moeder en dochter stippen nog enkele verschillen aan. Vergaderen en administratief werk horen er tegenwoordig bij. En werk buiten schooltijd. Jacqueline: ‘De sportdag moet geregeld worden, de sinterklaasviering, noem maar op. Je kunt ook minder organiseren, maar dan loop je het risico dat ouders naar een andere school gaan.’
Straf
Lotte: ‘Als wij vroeger straf kregen, en je ouders wisten dat, dan zwaaide er thuis ook nog wat. Nu komen ouders verhaal halen. Zo van: mijn kind doet zoiets niet. Soms bel ik om uit te leggen waarom een kind is aangesproken op zijn gedrag.’
Jacqueline stapte vervroegd uit het onderwijs, mede door de digitale werkwijze op school als gevolg van corona. ‘Daar liep ik op vast. Ik heb weinig met computers. Wat meespeelde, is dat Lotte meldde dat ze weldra een oppas-oma nodig had.’ Jacqueline mag dan wel de nodige vraagtekens plaatsen bij het huidige onderwijs, maar juf zijn blijft het mooiste beroep ter wereld. ‘Of ik nog terug wil? Nou, nee. Maar als ze me morgen bellen om in te vallen voor een dag, dan ga ik direct.’
- Auteur: Bart Ebisch
- Fotograaf: Merlijn Doomernik
