

Robotarmen
De toekomst van...Recyclen, circulair bouwen, duurzaamheid. Menig bedrijf is ermee bezig. Maar hoe dan? Misschien wel met de robotarm die Stevast Techniek in Westerbork onlangs heeft ontwikkeld. De installatie, met twee robotarmen, scheidt koper van ijzer, waarna beide metalen hergebruikt kunnen worden. Dat is sneller, efficiënter en duurzamer dan hoe het nu gebeurt: met de hand.
‘Tsssjk tsssjk tsssjk’, klinkt het elke keer als een van de twee grijpers iets te pakken heeft. De grijpers zitten vast aan robotarmen, die vliegensvlug reageren op de koperen onderdelen op de lopende band. Die band eindigt boven een oranje bak, waar het ‘schone ijzer’ in valt. Het gesorteerde koper verdwijnt in een andere bak.
Welkom in de productiehal van Stevast Techniek in Westerbork, waar de laatste hand wordt gelegd aan een robot die metaal scheidt. Stevast, uitgeroepen tot Drentse Onderneming van het Jaar 2024, maakte de installatie voor een metaalrecyclingbedrijf dat dit werk nu nog met de hand laat doen.
De technieken zijn op zichzelf niet nieuw, vertelt eigenaar Roy Stevens, maar deze specifieke toepassing is dat wel. Althans: ‘Vorig jaar was ik op een recyclingbeurs in München. Twaalf grote hallen vol met alleen maar recyclingbedrijven. Op die hele beurs was één bedrijf met één robotje, en dat was ook nog eens verouderd.’ Een nuancering: voor folie en ander licht materiaal wordt deze techniek wel ingezet. ‘Maar metaal is een lastiger product.’
Verschillende stukjes
Metaal is natuurlijk zwaarder, valt Giovanni Pater, projectleider van de robot, hem bij. ‘En de stukken die je krijgt aangeleverd, hebben nooit dezelfde vorm of dezelfde afmeting.’ Ze testten daarom uitvoerig verschillende stukken metaal en laten twee grote bakken zien: een met fijne stukjes, een ander vol grovere onderdelen.
Pater: ‘Ook programmeertechnisch was het een uitdaging. Hoe weet de robot waar welk stukje koper op welk moment is? En hoe bepaalt robot 1 wanneer hij iets doorstuurt naar robot 2? De technologie achter zulke zogenoemde visionsystemen is behoorlijk complex.’

De klanten van Stevast zitten in de voedings- en diervoederbranche, in de chemie en de maakindustrie. En elke keer weer kijken de mensen van Stevast: kunnen we dit? ‘Het mooiste is als we iets maken wat nog niet bestond’, zegt Pater. ‘Zoals deze robot. En we hebben ook wel eens een heel nieuwe lastechniek ontwikkeld om vleugels op drones te lassen.’
‘In het begin’, zegt Roy Stevens, ‘vlogen we overal op af.’ ‘De laatste jaren ligt de focus op duurzame projecten rondom zonne- of windenergie of waterstof; ook concentreert Stevast zich op projecten die de uitstoot van C0₂ verminderen. ‘We willen meer de kant op van recycling en transitieprojecten, daarom hebben we ons ook aangesloten bij Circulair Groningen Drenthe. Er moet een verandering komen, het is mooi als we daaraan kunnen bijdragen.’
Steeds meer AI
Dat weten ook steeds meer bedrijven, merkt Stevens aan de aanvragen. Iedereen verduurzaamt, iedereen heeft bovendien een tekort aan personeel, mensen willen geen saai, repeterend werk meer doen. Dan gaan ze kijken: kunnen we dit werk automatiseren? ‘Dat gaat alleen maar meer worden. En het staat nooit stil. De technieken ontwikkelen zich, veranderen, er komt bijvoorbeeld steeds meer AI.’
Stevens is bezig met een nieuwe hal, de tekeningen ervoor zijn net klaar. Ook investeert hij in opleidingen voor zijn 160 medewerkers. Om de ontwikkelingen bij te houden, maar er is nog een reden. ‘Je wilt graag dat iedereen plezier heeft in het werk. Dat lukt beter in een dynamische omgeving.’
Bij Stevast Techniek is alles maatwerk
Stevast heeft vijf afdelingen: onderhoud, machinebouw, metaal, consultancy en opleiding.
Behalve de productieloods in Westerbork heeft Stevast ook een servicelocatie in Emmen. Het hoofdkantoor staat in Beilen
Het bedrijf is opgericht in 2015
Klanten komen uit het hele land en opereren in de branches food, feed (diervoeding), recycling en chemie
Stevast werd uit maar liefst honderd inzendingen gekozen tot Drentse Onderneming van het Jaar 2024
- Auteur: Karin Sitalsing
- Fotograaf: Henk Wildschut
