

‘Cheerleading is een uitdagende topsport!’
Ik blik terugEen hobby kan haast een halve baan zijn. Dat is het geval bij Kirsten Bruinsma (21) uit Roden, die sinds haar 14e fanatiek aan cheerleading doet: een combinatie tussen acro, turnen en acrobatiek. Zij is Nederlands kampioen en deed met het Nederlands team dit voorjaar mee aan het WK Cheerleading in Orlando (Amerika). Ze behaalden de 3e prijs in de categorie ‘All Girl Elite’. Om op dit niveau te komen en wedstrijden te doen zijn grote investeringen nodig: in tijd, energie én geld.
Hoe kwam je terecht bij cheerleading?
‘Dat was eigenlijk toevallig. Ik was van jongs af aan actief in de gymnastiek, van kleutergym tot turnen op nationaal niveau. Op mijn 14e werd ik samen met mijn vriendin Marleen, die ook op turnen zat, uitgenodigd om mee te doen met een training cheerleading, We waren gelijk enthousiast! Bij de eerste training mochten we al echt meedoen. Omdat we turnervaring hebben, werden we ingezet als ‘flyer’, dan word je omhoog getild en doe je stunts in de lucht. Dat was natuurlijk spannend, inmiddels voelt het vertrouwd en het is ontzettend leuk om te doen.’
‘Veel mensen hebben geen idee wat het is, ze denken vaak dat je alleen een beetje simpel staat te zwaaien en roepen bij een sportwedstrijd. Maar het is veel meer, een echt heel uitdagende topsport in teamverband met wereldwijd een groeiende populariteit. De sport is erkend door het IOC en in 2032 mogelijk zelfs onderdeel bij de Olympische Spelen!’
Hoe vaak moet je trainen?
‘In aanloop naar zo’n WK trainen we wel 5 of 6 keer, zo’n 20 uur, per week. Dat doen we in Utrecht of Heerenveen. Dat betekent ook veel reistijd: gelukkig kan ik goed leren in de trein, want ik studeer Bouwkunde in Zwolle. Ook voor nationale en Europese wedstrijden met mijn eigen team, Dutch Athletics Elite, trainen we intensief: het gaat om kracht, flexibiliteit, timing en conditie. Binnen het team van 28 meiden train je met een vast stuntgroepje van vier: drie die jou als flyer omhoog gooien en weer opvangen. In de lucht doe je verschillende stunts. Onderling vertrouwen is eigenlijk het meest belangrijk, we gaan voor elkaar door het vuur. Het risico op blessures is vrij groot, maar je wilt niet uitvallen: als er ééntje uitvalt dan raakt dat het hele team.’
Is het een dure sport?
‘Op dit niveau wordt het wel aardig kostbaar. Je hebt speciale kleding nodig: diverse setjes voor trainingen en wedstrijden, en speciale schoenen die je zeker elk jaar moet vervangen. Maar wat het echt duur maakt, zijn de wedstrijden: het inschrijfgeld en de reiskosten. Die moeten we als deelnemer zelf betalen. En als je naar een WK wilt in Amerika, dan ben je daar een dag of 10 met 28 meiden in één huis, dat betaal je ook zelf. Het gaat al met al wel om een paar duizend euro per persoon. En het eigenlijke optreden tijdens de wedstrijd? Je staat drie minuten op de mat: dat is het. Dan moet je het dus wel in één keer goed doen. Dat is gelukt! Ik ben heel blij met onze bronzen medaille.’
Hoe kun je dat financieren?
‘Ik heb altijd gespaard, ook van mijn eerste baantje als middelbare scholier bij de bakkerijafdeling van een supermarkt in mijn woonplaats. Later werkte ik in een woonwinkel en tijdens mijn studie kon ik als tutor statistiek wat bijverdienen. En ik heb geluk, mijn ouders springen ook bij als het nodig is. Daar ben ik heel dankbaar voor.’
‘Als groep halen we ook sámen geld op: via crowdfunding, via onze netwerken, maar ook door shows te geven bij sportwedstrijden. Wat we daarmee verdienen kunnen we bijvoorbeeld gebruiken voor een deel van de reis en om een topcoach uit Finland in te zetten voor een trainingsweekend. Sponsoring is ook belangrijk, we krijgen zo bijvoorbeeld korting op kleding en schoenen, of materiaal zoals waterflessen. Daar zijn we heel blij mee.’
Waar spaar je nu voor?
‘Voor de volgende wedstrijden. We sluiten het wedstrijdseizoen af in Engeland. Daarna hebben we een paar weken vakantie en ga ik vakantiewerk doen, ook om weer verder te kunnen sparen. Want nee, ik ben er nog niet op uitgekeken. Een gouden medaille, dat zou pas écht gaaf zijn!’
- Auteur: Marjolein Kaas
- Fotograaf: Rudie Wiersma















