

‘Ik vond het bijzonder dat de stad zo voor me had uitgepakt’
Oud & NieuwDit jaar viert Amsterdam haar 750e verjaardag. Ook bij het vorige jubileum, in 1975, pakte de stad groots uit. Ron van den Bosch (80) en zijn halfzus Iris van den Bosch (58) waren er toen ook al bij. Zij blikken terug op het Amsterdam van toen én vertellen, samen met Rons vriendin Ellie Pauëlsen (74) en Iris’ dochter, Sarah van Eijk (30) wat er in de tussentijd veranderd is – en wat bleef. ‘Waarom zou je weggaan uit het magische centrum?’
Op 27 oktober 1975 zat Iris van den Bosch (58) op uitnodiging van Amsterdam in een volgepakt Carré naar een voorstelling te kijken. Amsterdam had die dag precies 700 jaar stadsrechten en Iris vierde haar negende verjaardag. ‘Ik weet nog dat ik het heel bijzonder vond dat ze zo voor me hadden uitgepakt’, vertelt ze met een grote grijns op haar gezicht.
Het kwartje dat de voorstelling niet zozeer ter ere van haar verjaardag werd opgevoerd, als wel ter ere van die van haar woonplaats, viel pas veel later. Maar dat maakte de pret er niet minder om.
Ze kan zich het moment vijftig jaar later nog goed herinneren. Net als de botenparade Sail, die toen voor de eerste keer werd georganiseerd. Eveneens ter ere van het hoofdstedelijke jubileum. ‘Deze zomer is er ook weer Sail, hè’, zegt Iris. ‘Ik heb al geregeld dat ik bij vrienden op hun dakterras mag komen kijken hoe al die schepen de stad binnenvaren. Daar kijk ik nu al naar uit.’
Het magische centrum
De familie van Iris is al eeuwenlang verbonden met Amsterdam. Dankzij stamboomonderzoek kon ze voorouders traceren tot 1565. ‘Niemand die de stad verliet. De meesten trouwden ook weer met Amsterdammers’, vertelt ze op een zonnige middag in de tuin van haar halfbroer Ron van den Bosch (80), in volkstuinpark Amstelglorie.
Ron zelf, zijn vriendin Ellie (74) en Iris’ dochter Sarah (30) zijn ook aangeschoven. Iris zelf woont inmiddels in Friesland, de rest is Amsterdam nog altijd trouw. ‘Waarom zou je weggaan uit het magische centrum?’, vraagt Ron zich hardop af. ‘Dit is zo’n bijzondere stad.’
Hobbelzwaantjes
Eén specifieke herinnering aan het vorige jubileumfeest, zoals zijn halfzus Iris, heeft Ron niet. Al kan hij zich die periode nog goed herinneren. ‘Ik woonde in een kraakpand in het centrum. Er was woningnood, toen ook al, dus heb ik de deur opengezet. Als je wilde, kon je blijven slapen. Elke avond als ik thuiskwam, lag de vloer vol slaapzakken.’ Het klinkt als een ultieme vorm van gastvrijheid, maar het ging niet lang goed. ‘Verstopte wc’s, kleding die steeds werd gejat. Dan kom je toch terug op zo’n gebaar’, zegt Ron.
Terwijl zijn halfzus de basisschool doorliep in Amsterdam-Noord en later de Bijlmermeer, timmerde Ron in de jaren zeventig aan de weg als kunstenaar. ‘Ik schilderde doeken voor de Mozes en Aäronkerk en legde als fotograaf grote gebeurtenissen vast. Zoals de Maagdenhuisbezetting en de demonstraties tegen kernwapens. Dat was allemaal in die tijd. En ik was speelgoedontwerper. Ik bouwde poppenhuizen en hobbelzwaantjes.’
Sarah, de jongste van het stel, luistert aandachtig, terwijl het gesprek verder gaat over het uitgaansleven van toen. En over de eerste woning van Ellie in Amsterdam: een kamer van twee bij drie meter, waar ze 52 gulden per maand voor betaalde. ‘Bij de helft van de woorden heb ik geen idee waar het over gaat’, zegt Sarah. ‘Het klinkt wel heel anders dan de stad waar ik in 2018 naartoe ben verhuisd.’

Acrobatische act
Voor het jubileumfeest van dit jaar, Amsterdam750, heeft de familie uiteenlopende plannen. Sarah: ‘Ik ga met mijn werk naar Sail en doe met mijn broer en zus mee aan de Run op de Ring, de hardloopwedstrijd tijdens het feest op de Ring.’
Ron maakte ter ere van het jubileum een schilderij dat een maand lang in het centrum van de stad werd geëxposeerd. ‘Op het schilderij is een acrobatische act te zien, die eigenlijk niet uitgevoerd kan worden. Het symboliseert zo voor mij 750 jaar Amsterdam, omdat je een stad nooit zo lang vitaal kan houden. Daar moet je een buitengewone evenwichtskunstenaar voor zijn.’
Iris abonneerde zich op alle nieuwsbrieven, om maar niets te hoeven missen. ‘En ik heb een poging gedaan om – samen met Amsterdamse mede-jarigen – weer uitgenodigd te worden voor een evenement op 27 oktober. Net als toen in Carré.’ Het idee werd besproken in de Amsterdamse gemeenteraad, maar leidde vooralsnog niet tot een uitnodiging. ‘Misschien dat ik toch zelf iets voor mijn verjaardag moet organiseren’, zegt ze met een knipoog.
Meer verbinding
De familie heeft ‘haar’ Amsterdam de afgelopen jaren flink zien veranderen. ‘Het is minder rauw en veel drukker’, vat Ellie samen. Ron knikt. ‘Fietsen is nu levensgevaarlijk, er is totale anarchie. Toch is in het hele gesprek de liefde voor de stad nooit ver weg. Hoe hopen ze dat Amsterdam eruitziet bij het volgende jubileum, over vijftig jaar? Ellie: ‘Ik hoop dat er dan nog veel groen is. Én dat ik er dan nog steeds bij ben, maar dat gaat niet meer lukken.
Iris: ‘Ik zou het fijn vinden als er tegen die tijd geen goede en minder goede buurten meer waren, maar iedereen lekker door elkaar woont.’ Ron en Sarah hopen vooral op meer verbinding tussen mensen. ‘Meer contact.’ Ellie knikt. ‘Dat je weer onverwachts kan komen aanwaaien bij iemand. Zou dat weer terugkomen?’ Iris: ‘Ik hoop het wel, Ellie. Ik hoop het wel.’
- Auteur: Marlie van Zoggel
- Fotograaf: Merlijn Doomernik
