7 min

Met de toekomst aan tafel

Reportage

In het Learning Lab in Helmond krijgen leerlingen van het voortgezet onderwijs, mbo en hbo alle ruimte om hun talenten te ontwikkelen, door samen te werken aan uitdagingen in hun regio. En daar profiteren niet alleen de studenten van: ‘Voor de bedrijven is dit een unieke kans om mét de toekomst óver de toekomst te praten’, stelt programmamanager Judith Bach. Rabo &Co schoof aan bij een pressure cooker-sessie over internationalisering, een belangrijk thema in de Brainport-regio.

Terwijl de koks van de foodtrucks buiten de lunch opruimen, staat binnen in de hal van Stichting Learning Lab op de Brainport Human Campus in Helmond een groepje mbo- en hbo-studenten licht nerveus bij elkaar. Ze wachten tot de honderd basisschooldocenten van stichting Prodas een plek hebben gevonden op de tribune. Het is hun taak om de leerkrachten zo meteen eens flink onder druk te zetten.

Stichting Prodas vertegenwoordigt tweeëntwintig basisscholen in Deurne, Asten en Someren, waar in totaal ongeveer vijfhonderd leerkrachten werken. Zij nemen vandaag allemaal deel aan pressure cooker-sessies: onder stevige tijdsdruk bedenken ze met de studenten concrete oplossingen voor vier thema’s die Prodas heeft aangedragen.

En dat is niet niks, stelt programmamanager Judith Bach als ze de middag aftrapt. ‘Ik weet niet hoe jullie destijds in jullie vel zaten, maar ik had het op die leeftijd best eng gevonden om op één dag vier keer een groep docenten uit te dagen. Ik hoop dat jullie je voordeel doen met de frisse denkkracht van deze jonge generatie, want als je plannen wilt maken voor de toekomst, moet je met de toekomst aan tafel.’ Uit de zaal klinkt applaus.

Schaalsprong

Een van de thema’s die Prodas vanmiddag wil uitdiepen, is internationalisering. ‘De Brainport-regio rondom Eindhoven is één van de krachtigste motoren van de Nederlandse economie. Dat zorgt op allerlei terreinen voor een enorme schaalsprong; denk aan woningen, mobiliteit, zorg en het verenigingsleven. Ook op scholen heeft het impact, door het grote aantal internationals krijgen zij vaker te maken met andere culturen. Op de basisscholen in de dorpen zijn nog niet altijd veel nationaliteiten aanwezig, maar op de middelbare scholen wel’, verklaart Bach. ‘Vanmiddag bedenken jullie in twee keer tien minuten concrete acties, die jullie morgen kunnen uitvoeren om de wereld te omarmen.’

Appel

De groep splitst zich op in vieren, zo’n vijfentwintig docenten lopen naar de flipover waar studenten Aysun Unsal en Nikki van Uden staan te wachten. Unsal studeert Toegepaste Psychologie aan de Fontys Hogeschool in Eindhoven, Van Uden studeert Legal, Insurance en HR aan ROC Ter AA in Helmond.

Unsal trapt af met haar eigen verhaal: ‘Ik ben hier geboren, maar mijn ouders kwamen als gastarbeiders van Turkije naar Nederland. In de klas redde ik me prima, kinderen zijn onderling heel open. Maar het werd ingewikkeld als ik op school iets leerde wat niet aansloot bij de leefwereld van mijn ouders. Ik weet nog dat ik voor het eerst over Sinterklaas hoorde en thuis vol verwachting mijn schoen zette. Mijn klasgenootjes kregen allemaal een cadeautje, maar bij mij zat er alleen een appel in. Dat is lastig te begrijpen voor een kind’, lacht ze.

Taalbarrière

Ook de werkbladen over de Lentekriebels die ze mee naar huis kreeg, brachten haar in een lastige positie. ‘Ik kon thuis écht aankomen met vragen over seksualiteit, daarover praten was voor mijn gevoel taboe.’ Een van de docenten in de kring vraagt wat haar destijds zou hebben geholpen.

‘Het was fijn geweest als mijn leerkracht contact had gezocht met mijn ouders, zodat ik dit soort situaties als kind niet hoefde op te lossen. Door de taalbarrière en hun drukke banen namen mijn ouders dat initiatief zelf niet, maar ik weet zeker dat ze blij waren geweest met die toenadering. Het had mijn leven een stuk gemakkelijker gemaakt.’

Klompen en spaghetti

De jeugd van medestudent Van Uden was heel anders; op haar basisschool in Stiphout zaten slechts twee kinderen met een andere nationaliteit. ‘We leerden weinig over andere landen. Dus toen ik naar het mbo in Helmond ging, wist ik vrijwel niets van de andere culturen van mijn klasgenoten. Ik durfde er ook niet naar te vragen, omdat ik niks verkeerds wilde zeggen. Dat is toch zonde? Als ik meer kennis had gehad, had het normaler gevoeld en had ik gemakkelijker contact gelegd. Van zo’n open mind kun je ook in je latere carrière veel profijt hebben, vooral in deze regio.’

Er klinkt een doordringend belletje: de eerste tien minuten zijn voorbij. ‘Het is tijd om concreet te worden!’, roept Bach door de zaal. ‘Wat kun jij morgen anders doen, met alles wat je zojuist hebt gehoord?’ In de kring rondom Unsal en Van Uden wordt gemompeld. ‘Gisteren hadden we hier de klas van meester Tim op bezoek, van basisschool De Zonnebloem uit Liessel. Toen we ze vroegen wat zij wisten van andere culturen, noemden ze bijvoorbeeld klompen en spaghetti. Maar een cultuur is natuurlijk veel meer’, vervolgt Van Uden.

‘De leerlingen wilden er graag meer over leren en hadden leuke ideeën, die wij gaan verwerken in een workshop. Maar waar denken jullie aan?’ Een docent steekt haar hand op. ‘We kunnen stilstaan bij andere feestdagen, zoals het Suikerfeest of Ketikoti. Daar kunnen we de buitenlandse ouders dan bij betrekken.’

Open mind

Er beginnen meer ideeën op te borrelen. Ieder kind goedemorgen laten zeggen in zijn eigen taal. Ouders van migrantenkinderen uitnodigen om te helpen op school, ook als ze de taal nog niet beheersen: ‘Fruit snijden kan iedereen’. Vriendschappen aangaan met scholen in andere landen. Buitenlandse ouders koppelen aan een Nederlands maatje. Schoolinformatie wél vertalen voor ouders, ook al is het niet de verantwoordelijkheid van school, zodat de kinderen hier niet mee worden opgezadeld. En ook: méér vragen stellen.

‘Toeniknaarhetmboging,wistikweinigvanandereculturen.Alsikmeerkennishadgehad,wascontactmakengemakkelijkergeweest’

‘Ik heb een Pools jongetje in de klas, maar ik weet eigenlijk weinig van zijn land’, zegt een leerkracht. Een ander wil ook met collega’s in gesprek over diversiteit. ‘Hoe open minded zijn wij zelf eigenlijk? Zien wij het belang hiervan?’
Dan klinkt opnieuw een belletje: de tijd zit erop. Bach, Unsal en Van Uden zijn tevreden met de opbrengst van de sessie. ‘Ik ben blij dat ik docenten aan het denken heb gezet over wat zij kunnen doen voor kinderen die opgroeien in twee culturen’, zegt Unsal. ‘Als leerkracht kun je namelijk echt iets betekenen.’

Volgens Bach is het voor veel organisaties inderdaad een eyeopener om met jongeren te praten. ‘Jongeren denken vrijer; ze worden niet gehinderd door beleid, ervaring of budgetten.’ Maar ook voor de studenten is het volgens Van Uden verrijkend. ‘In het begin vond ik presenteren doodeng, nu vind ik het leuk. Deze ervaring geeft me echt een voorsprong.’

Langdurige samenwerking

In het Learning Lab op de Brainport Human Campus in Helmond werken nu zo’n zeventig leerlingen uit het voortgezet onderwijs, mbo en hbo aan zo’n veertig vraagstukken (challenges genoemd) die zijn ingediend door organisaties uit de regio. ‘Het is uniek in Nederland dat vo-, mbo- en hbo-studenten samen aan opdrachten werken’, vertelt programmamanager Judith Bach. Ze is trots op de vele samenwerkingen die dankzij het Learning Lab zijn ontstaan tussen onderwijs, bedrijven, maatschappelijke organisaties en overheden. ‘Het samenbrengen van werelden heeft meerwaarde voor alle betrokken partijen.’

Waarde creëren door werelden samen te brengen

Rabobank is samenwerkingspartner van het Learning Lab. ‘De bank vindt het belangrijk dat de stem van jongeren doorklinkt bij ontwikkeling en innovatie in de regio. Daarom hebben we onlangs een samenwerkingsovereenkomst voor drie jaar getekend’, vertelt Jorrit Dekkers, directeur Rabobank Helmond Peel Noord. ‘Binnen de bank beginnen we binnenkort samen met de ledenraad ook met een eigen challenge. We gaan op zoek naar manieren om meer jongeren aan de bank te verbinden.’

Ook het rijke Nederlandse verenigingsleven kan veel betekenen voor mensen met een internationale achtergrond. Rabobank onderzoekt samen met NOC*NSF, de gemeenten Eindhoven en Veldhoven, het bedrijfs- en verenigingsleven wat de regio kan doen om in te spelen op de internationalisering. ‘Dat is van groot belang voor de toekomstbestendigheid van onze regio’, zegt Dekkers. ‘Vanuit Rabo ClubSupport bieden we clubs ondersteuning aan, zodat ze optimaal kunnen inspelen op het groeiende aantal inwoners en de behoeften van nieuwkomers uit andere culturen.’

  • Auteur: Laura van der Burgt
  • Fotograaf: Ad Vereijken

Deze hele editie lezen?

Selecteer jouw regio
Zomer 2025

Dit artikel is gepubliceerd in de editie van zomer 2025 en is in meerdere regio's te lezen. Lees de editie uit jouw regio of een van de andere mooie edities.

Wat vind jij van de digitale Rabo &Co?

Wat fijn dat je je mening wilt geven over de digitale Rabo &Co. Daar zijn we heel blij mee.

max. 500 tekens