

‘Succes is verslavend, maar ik wist zeker: ik stop’
InterviewDertien jaar lang was Pirmin Blaak (37) de onwrikbare muur in het doel van het Nederlands herenhockeyteam. In 2023 werd hij verkozen tot beste keeper ter wereld. Een jaar later volgde goud op de Olympische Spelen in Parijs. Daarnaast bouwde hij ook nog een bedrijf op, De Hockeywinkel. Het succes opende vele deuren, maar kostte hem ook veel. Een jaar later kan hij zeggen: ‘Nee, dat was het me niet waard.’
Olympisch kampioen Pirmin Blaak ontvangt ons in een kantoorruimte boven zijn hockeywinkel in Barendrecht. Het is er rustig, geen van de bureaus wordt bemand. ‘Veel mensen werken op vrijdag thuis of zijn vrij. Ze willen ook af en toe bij hun kinderen zijn.’ Het blijkt een onderwerp dat Blaak nauw aan het hart ligt, zal hij later in het gesprek vertellen.
Om de hoek van de winkel begon het allemaal voor hem. ‘Ik groeide op in Barendrecht. Mijn ouders wonen nog altijd in het ouderlijk huis, ze fietsen vaak even langs.’ Zijn ouders waren best streng, zegt hij: ‘Er waren duidelijke normen en waarden. In de sport speel je samen. Je bent voor het donker thuis en ruzies maak je dezelfde dag nog goed. Topsport hoefde niet van hen, dat moest ik zelf willen.’
Zijn moeder werkte in het Sophia Kinderziekenhuis als doktersassistente, zijn vader was bedrijfsleider van recreatieoord Binnenmaas. ‘Hele zomers brachten we daar door bij het zwembad’, herinnert hij zich. ‘Mijn ouders kwamen uit de waterpolowereld en stimuleerden de watersport bij mijn jongere broer en mij. Maar ik had chronische oorontsteking, zwemmen was niks voor mij.’
Lange ladder
Hockey lag hem meer, en de hockeyclub was vlakbij. ‘Keepen vond ik al snel het leukst, met dat grote pak en de slidings. Ik was altijd op de club. Tijdens de rust van het eerste rende ik het veld op om te spelen. Zo gedreven was ik.’ Toen Hockeyclub Rotterdam een jeugdkeeper zocht en Blaak zich aandiende, lieten ze hem niet meer gaan. ‘Vanaf mijn twaalfde zat ik bij HCR. Ik reisde vier keer per week met de trein en tram naar Schiebroek. Pittig, maar op tv had ik Nederland olympisch kampioen zien worden en dacht: dat wil ik ook!’
Vanaf zijn zestiende zat Blaak in de nationale selectie. Nadat hij met Jong Oranje (jongens onder 21) op het WK in 2010 zijn beste toernooi ooit speelde, kwam hij vast bij Oranje. ‘Dat gaat niet vanzelf’, verzekert hij. ‘Het is een lange ladder. Tree voor tree klim je omhoog, met discipline, doorzettings- en incasseringsvermogen. Ik werd weleens niet geselecteerd. Niet leuk, maar dan zette ik een tandje bij en zat ik er de volgende keer weer bij.’
Intussen bouwde Blaak een succesvol bedrijf op, met meerdere fysieke en online winkels in hockey-artikelen. ‘Als tophockeyer verdien je niet zoveel, je moet ernaast gewoon werken. En ik vrees dat het in mijn genen zit: ook hierin was ik mateloos fanatiek.’

Succes is verslavend
Met Oranje won Blaak vele internationale toernooien, maar de olympische medaille ontbrak nog. Tot vorig jaar, in Parijs. ‘Ik was een jaar eerder uitgeroepen tot beste keeper ter wereld, een persoonlijk hoogtepunt’, vertelt hij. ‘Maar dat we een jaar later goud wonnen op de Olympische Spelen, dat was echt te gek.’
Blaak speelde een cruciale rol in dat succes. De kampioenswedstrijd tegen Duitsland eindigde met shoot-outs en Blaak stopte er drie. ‘Het was super vet om zo’n verschil te maken voor het team. Als keeper ben je niet zo vaak de held, een redding wordt nu eenmaal minder gewaardeerd dan een doelpunt.’
Het was Blaaks laatste wedstrijd met Oranje. ‘Succes is verslavend, na zo’n hoogtepunt wil je door. Maar ik wist zeker, dit was het, ik stop.’ Hij vertelde het al eerder in interviews: voor de successen die hij boekte, betaalde hij ook een hoge prijs. In aanloop naar de Spelen klapte na vijftien jaar zijn relatie, acht maanden nadat hij vader was geworden van zoon Keje.
En dat was niet het enige; ook zijn zakenpartners trokken zich terug. ‘Ik was te veel met hockey bezig, vonden ook zij, en we hadden een verschil van inzicht.’ Zowel privé als zakelijk zat hij aan de grond. Het was eigenlijk een wonder dat hij tijdens de Spelen zo kon schitteren. ‘Als ik door de spelerstunnel het stadion inliep, voelde ik me even van alles bevrijd. Ik was dan in het moment met een bizarre focus.’
Geld maakt veel kapot
Nu, een jaar later, kijkt hij met gemengde gevoelens terug op de Spelen. ‘Natuurlijk was ik superblij met het succes en het heeft me veel gebracht. Door die gouden plak gingen deuren open. Ik word uitgenodigd bij Studio Sport, mag overal lezingen geven. Maar de combinatie van de sport en mijn bedrijf was giftig, het offer dat ik daarvoor heb gebracht was het me achteraf niet waard.’
Het afgelopen jaar heeft hij zijn leven anders ingericht. ‘De opvoeding van Keje gaat perfect, het is knap hoe wij dat samen doen.’ Ook is hij opener geworden. ‘Veel sporters lijden onder prestatiedruk, maar delen dat met niemand. Terwijl: als je het deelt, haalt dat de druk van de ketel. Kwetsbaarheid is kracht, zeg ik nu.’ Een andere les: geld maakt veel kapot. ‘Het geeft stress en het maakt je blind voor wat echt belangrijk is.’
Blaak verkocht een deel van het bedrijf, runt nu alleen nog De Hockeywinkel in Barendrecht en een paar kleine online shops, en ging van 32 naar 10 werknemers. ‘Dat was nodig voor de financiële gezondheid van het bedrijf en voor een andere cultuur. Ik wil dat mijn werknemers met plezier naar hun werk gaan en een goede werk-privébalans hebben. Dat is zo veel belangrijker dan een nog groter huis of bedrijf.’
Zijn advies aan jonge sporters: ‘Focus op je sport – dat is druk genoeg. Wees tevreden met wat je hebt. En bepaal wat voor jou het allerbelangrijkste is. Voor mij is dat nu duidelijk: Keje staat met afstand op nummer één.’
Pirmin Blaak bankiert met al zijn bedrijven bij Rabobank en de bank was dertien jaar shirtsponsor van Oranje.
- Auteur: Deirdre Enthoven
- Fotograaf: Frank Ruiter















