

‘Voetbal stopt ooit, daarom keek ik altijd vooruit’
Ik blik terugSinds haar vijftiende leefde Fleur Mol (23) uit Rucphen als topsporter. Ze speelde eredivisievoetbal bij Sparta, Excelsior en als eerste vrouw ooit bij NAC. Twee jaar geleden koos ze bewust voor een ander pad. Nu werkt ze als wijkverpleegkundige, met dezelfde discipline maar met een nieuwe rust.
Je speelde jarenlang op het hoogste niveau. Hoe begon dat?
‘Toen ik vijftien was, ging ik naar Sparta Rotterdam. Daar heb ik vier jaar gevoetbald. Daarna volgden twee jaar Excelsior, in de eredivisie. Vorig jaar startte NAC met een vrouwentak en werd ik gevraagd als eerste vrouw ooit. Dat is natuurlijk een enorme eer. Ook kom ik uit de buurt, iedereen is hier toch een beetje NAC-fan. Dan hoef je eigenlijk niet lang na te denken.’
Je combineerde topsport met een hbo-opleiding. Waarom koos je voor de zorg?
‘Dat wist ik eigenlijk al heel vroeg. Toen ik veertien was, kwam ik voor mijn opa op bezoek in het verzorgingstehuis. Ik vond het daar meteen interessant en heb gevraagd of ik een paar dagen mee kon helpen. Dat vond ik geweldig. Toen wist ik: dit is wat ik wil. Vanaf dat moment was hbo-v mijn doel. Tijdens mijn studie en stages werkte ik altijd in de zorg. Ik combineerde alles: trainen, wedstrijden, school en werk.’
Dat is een mooie maar pittige combinatie op die leeftijd
‘Zeker. Je moet dezelfde stage-uren maken als iedere andere student, ook in vakanties. Ondertussen train je vaak ’s ochtends en heb je ’s avonds wedstrijden. Soms ging ik na de training direct door naar stage of werk. Dat was soms best pittig, maar ik vond het belangrijk om niet alleen op voetbal te leunen, omdat ik wist: voetbal stopt ooit. Daardoor heb ik het altijd volgehouden.’
Waarom besloot je te stoppen met eredivisievoetbal?
‘Ik ben altijd realistisch gebleven en stelde mezelf na ieder seizoen de vraag: hoe graag wil ik dit nog en hoe zie ik de combinatie met mijn school of werk? Na mijn jaar bij NAC voelde het rond. Ik had alles bereikt wat ik wilde: eredivisie gespeeld, voor NAC gevoetbald en in het stadion gescoord. Tegelijk had ik een fijne baan in de zorg waar ik veel voldoening uit haalde.’
Wat gaf uiteindelijk de doorslag?
‘De belasting. Helaas verdien je in het vrouwenvoetbal bijna niks. Dat is niet erg, want ik deed het uit passie. Maar daardoor moet je het combineren met een andere baan en dat was soms zwaar. Elke ochtend trainen, daarna racen naar mijn werk en tot vijf of zes uur doorgaan. Dat hou je niet eindeloos vol. Ik merkte dat ik toe was aan rust. Ik wilde ook graag in mijn eigen omgeving blijven, dicht bij familie en vrienden. Dat is voor mij heel belangrijk.’
Hoe voelde die overstap?
‘Eerlijk? Als een opluchting. Ik heb nu veel meer rust in mijn lichaam en hoofd. Mijn hele leven stond in het teken van topsport: wat eet ik, hoe laat ga ik naar bed, geen feestjes. Nu kan ik dat loslaten. Ik geniet meer en heb een nieuwe rust gevonden.’
Maar de topsport mentaliteit zit er nog steeds in?
‘Zeker. Ik werk als wijkverpleegkundige en ben verantwoordelijk voor cliënten in de wijk: indicaties stellen, zorg evalueren, gesprekken voeren. De topsport heeft mij gevormd tot wie ik nu ben. Discipline, op tijd zijn, plannen en afspraken nakomen, dat zit er bij mij gewoon in en neem ik mee in mijn werk.’
Zie je dat in jouw ambities ook terug?
‘Ja, zeker. Ik heb altijd veel plannen en ben enthousiast. Zo zou ik later best een vervolgstudie willen doen of cursussen volgen. Maar ik moet mezelf ook afremmen. Ik ben nog maar net begonnen, dus nu eerst ervaring opdoen. Sport blijft belangrijk, maar nu zonder verplichting. Vanaf februari ga ik weer vol trainen, want in juni doe ik mee aan Alpe d’HuZes. Ik help mee met organiseren en fondsen werven en fiets zelf ook.’
Wat wil je anderen meegeven die in het vrouwenvoetbal zitten?
‘Volg je gevoel en je passie, maar denk ook vooruit. Voetbal duurt niet je hele leven. Zorg dat je iets achter de hand hebt. Daar ben ik altijd bewust mee bezig geweest en daar ben ik nu heel blij mee.’
- Auteur: Lieve Knops
- Fotograaf: René Schotanus















