5 min

‘Ik gebruik hockey als middel om verbinding te creëren’

Interview

Voormalig hockeyinternational Jacques Brinkman (59) is vier keer per week te vinden in aandachtswijken in Den Bosch. Niet om talent te scouten, maar om gelijke kansen te creëren. Met zijn project ‘Sportief Ontdekken’ brengt hij als clubkadercoach van HC Den Bosch hockey naar kinderen voor wie de sport allesbehalve vanzelfsprekend is. Zijn missie is helder: meer diversiteit in het hockey en gelijke kansen voor ieder kind, ongeacht achtergrond of inkomen.

In de hal van het clubhuis van HC Den Bosch springt een bestickerde bakfiets in het oog. ‘Dit is de fiets waar ik het over had’, zegt Jacques Brinkman als hij er na het interview langs loopt. Even daarvoor had hij verteld: ‘Het is het vervoermiddel waar ik veruit het meest gebruik van maak.’

Vier keer per week stapt Brinkman op de bakfiets om in aandachtswijken in Den Bosch hockeytraining te geven. In de grote bak voor op de fiets zitten onder meer hockeysticks, pionnen, ballen én een fruitmand. Want ook gezonde voeding is belangrijk. De oud-hockeyinternational (337 interlands) weet: ‘Achter mijn bureau ga ik het verschil niet maken.’

De hockeytrainingen in de aandachtswijken van Den Bosch zijn onderdeel van het maatschappelijk project ‘Sportief Ontdekken’ dat Brinkman twee jaar geleden opzette. Zijn doel: het bevorderen van gelijke kansen voor kinderen. Daarbij krijgt hij hulp van onder andere HC Den Bosch, de gemeente Den Bosch, BrabantSport Fonds en Rabobank.

‘Ik vind het gek dat hockey nog altijd een “witte” sport is’, zegt Brinkman, zittend aan een lange tafel in een van de ruimtes van het clubhuis van HC Den Bosch. Volgens de voormalig hockeyer zou hockey, net zoals voetbal, veel meer een afspiegeling van de maatschappij moeten zijn. ‘Het is bizar dat er zo weinig kinderen met een migratieachtergrond hockeyen.’

Zelf de wijken in

Brinkman speelde zelf voor het Utrechtse Kampong, Amsterdam en SCHC in Bilthoven. Ook werd hij tweemaal olympisch kampioen (1996 en 2000). Na zijn spelerscarrière was hij onder meer actief als hockeycoach en zelfstandig ondernemer. Later runde hij een paar jaar zijn eigen bierbrouwerij. ‘Dat was leuk, maar op een gegeven moment dacht ik: ik wil weer iets in de sport doen.’

En zo begon de geboren Utrechter drie jaar geleden als clubkadercoach bij HC Den Bosch. In die rol viel het hem nog meer op hoe niet-divers de hockeysport is. Brinkman vroeg zich af hoe hij kinderen die normaal niet met hockey in aanraking komen, toch met de sport kon laten kennismaken. Het antwoord: zelf de aandachtswijken intrekken om daar hockeytraining te geven.

‘Ik gebruik hockey als middel om verbinding te creëren en te laten zien hoe leuk het is om te bewegen’, zegt Brinkman. Volgens hem zou het voor elke hockeyclub goed zijn om te streven naar meer diversiteit. Hij wijst op de multiculturele samenleving. ‘Als je als club wilt overleven, zul je breder moeten kijken. Bovendien is de sport te mooi om het alleen door witte mensen te laten beoefenen.’

Schrijnende verhalen

Brinkman komt met zijn bakfiets op verschillende plekken. De ene keer vult hij het lesuur gym op een school. De andere keer parkeert hij zijn tweewieler bij een openbaar Cruyff Court voor een naschoolse activiteit. ‘Het gaat mij er niet om dat de kinderen allemaal tophockeyers worden. Het belangrijkste is dat zij plezier hebben. Alleen dan heb je kans dat ze een leven lang gaan sporten.’

Brinkman begon zijn project twee jaar geleden op een school en geeft tegenwoordig in meerdere aandachtswijken in Den Bosch hockeytraining. Onderweg hoorde hij soms schrijnende verhalen. Van kinderen die thuis bijna geen eten kregen of een meisje zonder gymschoenen. ‘Die durfde ze ook niet aan haar moeder te vragen omdat er thuis al weinig geld was.’

Brinkman wijst erop dat geld geen drempel mag zijn om lid te worden van een vereniging. Het Jeugdfonds Sport & Cultuur betaalt de contributie voor de kinderen uit gezinnen die het financieel niet breed hebben. En als het nodig is, voegt Brinkman eraan toe, regelt hij desnoods zelf een stick voor de kinderen. Maar hij merkt ook: schaamte weerhoudt mensen ervan om hulp te vragen.

‘Ikgebruikhockeyalsmiddelomverbindingtecreërenentelatenzienhoeleukhetisomtebewegen’

Gelijke kansen

Toch is Brinkman overtuigd van zijn missie. ‘Ik heb me weleens afgevraagd: wat vind ik het allerleukste om te doen? Dat is werken met kinderen. Zij hebben vaak nog geen krasjes op hun ziel. Ze zijn puur’, zegt hij. ‘Ik gun elk kind alle kansen die mijn kinderen ook hebben gehad. En ik geloof ook echt dat het kan. Door middel van sport wil ik een lach op hun gezicht toveren.’ Dat lukt boven verwachting goed in de aandachtswijken, merkt Brinkman. Met zijn project bereikt hij jaarlijks 1.200 kinderen in Den Bosch. De meeste voldoening haalt hij uit het plezier van de kinderen. ‘Veel kinderen komen telkens terug. Dat doet mij goed.’

Nog beter: een aantal kinderen volgde een proeftraining of werd lid van HC Den Bosch. ‘Geweldig, al ligt daar ook meteen een uitdaging voor ons als club. Hoe houden we de kinderen enthousiast? Hoe betrekken we de ouders erbij? Hoe zorgen we ervoor dat iedereen zich welkom voelt, ongeacht afkomst of inkomen? En hoe zorgen we voor een goede begeleidingsstaf en goede trainingen?’

Brinkman is nu een paar jaar bezig, maar als het aan hem ligt, is het einde nog lang niet in zicht. Sterker nog: hij zou graag zien dat het project ook van de grond komt in andere steden. ‘Het format is niet zo moeilijk’, zegt hij. ‘Alleen: je moet wel de juiste mensen hebben, die het leuk vinden om naar de aandachtswijken toe te gaan.’

Een helder doel heeft Brinkman zichzelf niet gesteld. ‘Maar’, zegt hij. ‘De hockeybond heeft nu ongeveer 250.000 leden van wie er bij wijze van spreken drie een migratieachtergrond hebben. Laten we daar eens 10.000 van proberen te maken. Dat is helemaal niet zo gek. Maar dan moet je wel aan de onderkant beginnen, in de wijken. Daar de kinderen kennis laten maken met hockey en ze gelijke kansen geven.’

Na bijna een uur kijkt Brinkman op zijn horloge en zegt dat hij moet gaan. De bakfiets staat niet voor niks klaar in de hal. ‘Ik moet de wijk in.’

  • Auteur: Guus Peters
  • Fotograaf: Frank Ruiter

Deze hele editie lezen?

Selecteer jouw regio
Zomer 2026

Dit artikel is gepubliceerd in de editie van zomer 2026 en is in meerdere regio's te lezen. Lees de editie uit jouw regio of een van de andere mooie edities.

Meer lezen over deze onderwerpen?

    • De Coöperatieve Gedachte
    • Jong & Impact

    ‘Je kunt echt het verschil maken’

    • Ik blik terug
    • Grote Steden
    • Jong & Impact

    ‘Het leven moet wel leuk blijven’

    • Achtergrondverhaal
    • Coöperatie
    • Jong & Impact

    Almere & The City scoort ook buiten de lijnen

    • De toekomst van...
    • Gezondheid
    • Innovatie

    De geestelijke gezondheidszorg

    • Investeren in elkaar
    • Coöperatie
    • Jong & Impact

    Roots Budel: fine dining met wortels in de gemeenschap

    • Oud & Nieuw
    • Diversiteit en Inclusie
    • Gezondheid

    ‘Het moeilijkste is het mentale stukje’

    • De Coöperatieve Gedachte
    • Jong & Impact

    Ledenraadslid? Jouw frisse blik telt

    • Achtergrondverhaal
    • Natuur
    • Buurtgevoel

    Op plastic schattenjacht met Captain Fanplastic

    • Ik blik terug
    • Jong & Impact
    • Geldzaken

    ‘Lekker genieten én doelen bereiken’

    • Oud & Nieuw
    • Familiebedrijven
    • Jong & Impact

    Naar hartelust selfies maken tussen de tulpen

    • De Coöperatieve Gedachte
    • Jong & Impact

    Ledenraadslid? Jouw frisse blik telt

  • bekijk alle artikelen

    Wat vind jij van de digitale Rabo &Co?

    Wat fijn dat je je mening wilt geven over de digitale Rabo &Co. Daar zijn we heel blij mee.

    max. 500 tekens