

‘Straatsport is voor iedereen’
Mijn GeldWat doe je voor de kost, Jackson?
‘Ik werk bij mijn opa in de platenzaak, ben pakketbezorger en geef basketbalclinics via Hoopville.’
Je bent medeoprichter van Hoopville en Stichting City Hoops, wat doen jullie precies?
‘Hoopville startte ik in 2023 met mijn compagnon Roan Keasberry. We zagen veel animo voor basketbal in de buurt, maar niemand nam initiatief. Wat begon met toernooien groeide uit tot clinics op scholen. Met Stichting City Hoops, die we later samen met Herma van Keulen oprichtten, zetten we ons maatschappelijk in. Zo realiseerden we met NOC*NSF in Leeuwarden een District Spot: een vaste plek waar jongeren basketballen.’
Wat betekent die plek voor jou en de buurt?
‘De District Spot is veel meer dan een veldje. Het is een plek waar je elkaar ontmoet, vriendschappen ontstaan en je even je hoofd leeg kunt maken. Iedereen is competitief en wil winnen, maar het mooiste vind ik het respect voor elkaar. Winnen of verliezen maakt dan niet uit. Van jong tot oud voelt het als één community, een onderdeel van de stad.’
Wat begrijpen mensen vaak verkeerd aan straatsport?
‘Dat straatsport alleen zou zijn voor probleemjongeren. Dat klopt niet. Straatsport is voor iedereen. Jongeren van verschillende achtergronden komen samen op één veld en delen dezelfde passie. Juist dat maakt het zo mooi.’
Wat heeft basketbal je geleerd?
‘Mijn coach zei ooit: ‘hoe je houding is op het veld, zo is die ook daarbuiten’. Basketbal leerde me discipline: doorgaan als je geen zin hebt, accepteren dat niet alles lukt en opnieuw beginnen. Ik stel doelen en werk daar naartoe. Uiteindelijk wil ik van mijn passie mijn werk maken, dat is mijn doel.’
En je duurste aankoop, had die te maken met basketbal?
‘Ja, een paar Jordans. Achteraf denk ik: dat was het niet waard, het zijn maar schoenen.’
- Auteur: Minke Zeinstra
- Fotograaf: Erikjan Koopmans















