5 min

‘Breng het Limburgs terug naar school’

Oud & Nieuw

Lei Pennings (76), voormalig voorzitter van dialectvereniging Veldeke Limburg en erelid, kalt plat, uiteraard. Maar zijn dochter Manon (48) spreekt algemeen beschaafd Nederlands. Thuis praten haar ouders Limburgs met elkaar. Met Manon erbij schakelen ze automatisch over op het Nederlands. Allemaal het gevolg van een weeffout in de jaren zeventig. Een fout die leidde tot de teloorgang van het Limburgs. Manon kan haar twee kinderen het dialect niet leren, omdat het haar ook niet geleerd is.

Lei Pennings, voormalig voorzitter van Veldeke Limburg en erelid, legt uit waar het mis ging met het Limburgs, een verzamelnaam van circa 270 dialecten. ‘Mijn ouders kalden plat. Dus ik ook, dat hoorde bij de opvoeding. Met Manon hebben we de eerste jaren ook dialect gesproken, tot circa 1980. Daarna niet meer. Uit onderzoek zou namelijk blijken dat dialect niet bevorderlijk is voor de taalontwikkeling van kinderen. Ze zouden bovendien vaker doubleren.

Optater voor Limburgs

Vanuit het onderwijs werd geadviseerd om met de kinderen Nederlands te praten. Je wilt het beste voor je kinderen, dus gingen wij, net zoals heel veel andere ouders, thuis Nederlands praten. Het Limburgs kreeg een geweldige optater. Achteraf bleek dat verkeerde conclusies waren verbonden aan het onderzoek, maar het kwaad was geschied. Manon en Joost, onze zoon, praten Nederlands, net als hun kinderen.’

Manon: ‘Omdat ik geen dialect spreek. Ik versta het wel, maar volle zinnen spreken is voor mij lastig. En als ik het mijn kinderen wilde leren, welk dialect dan? Dan wordt het een mengelmoesje, wonend in Sittard, met een moeder uit Brunssum en een vader uit Kerkrade.’ Lei verzucht: ‘Achteraf heb ik er spijt van dat ze niet met dialect zijn opgevoed. Het gebeurde op basis van een foute constatering.’

Storend misverstand

Een tweetalige opvoeding is juist goed voor de taalontwikkeling van kinderen, betoogt Pennings, die zich daarbij baseert op de laatste wetenschappelijke onderzoeken. Kinderen die Limburgs spreken, hebben een grotere woordenschat en pikken het Duits makkelijker op. Lei: ‘Nog te weinig mensen weten, of willen weten, dat meertaligheid een geschenk is dat voor de ontwikkeling van kinderen en jongeren grote voordelen biedt.’

Een ander storend misverstand, aldus Pennings: het Limburgs zou minderwaardig zijn. Niks is minder waar, schreef Bas Vissers van de kring Venlo van Veldeke enige tijd geleden in De Limburger. ‘Het Nederlands is ontstaan uit alle dialecten die in Nederland worden gesproken. Net als het Nederlands is het dialect een taal.’ Lei: ‘Het Limburgs heeft raakvlakken met Frans en Duits. Je kunt in Keulen gewoon plat kalle, zelfs in Oostenrijk. Ik vind het achteraf erg jammer dat mijn kinderen dat niet hebben meegekregen.’

Treut in de geut

Er schiet hem een anekdote te binnen. ‘Ik herinner me dat Manon een keer met carnaval, sorry vastelaovend, thuiskwam. Ze had op de Markt in Sittard een geweldige band zien optreden, Trööt in de Gööt, in het Nederlands “trompet in de goot”. Ik vroeg: hoe heette die band dan? Zei ze: Treut in de geut.’ Manon: ‘Jammer, ik had best wel Limburgs willen spreken. Ik vind het een hele mooie taal. Niet dat het me minder gelukkig maakt. En heb ik er hinder van gehad dat ik geen dialect spreek? Nee. Op de basisschool en middelbare school was vooral Nederlands de gangbare taal. Bovendien, al mijn vrienden spreken Nederlands. Maar ik voel me wel echt een Limburgse hoor, inclusief zachte g.’

In 1965 sprak 80 procent van de schoolkinderen dialect, drie jaar geleden was dat nog maar 45 procent. Ouders voeden hun kinderen bewust niet op in het dialect, of, zoals Manon, kunnen dat niet, omdat ze het zelf niet hebben geleerd. En als ze het wel doorgeven aan hun kinderen, dan gaat het vervolgens fout bij de kinderdagverblijven. Het komt niet zelden voor dat kinderen daarna geen dialect meer (kunnen) spreken. ‘Dat noem ik hakken aan de wortels van de streektaal’, zegt Lei.

Verschil in klank en kleur

Manon: ‘Daar kun je de buitenschoolse opvang aan toevoegen. Nog enkele oorzaken: migratie en verengelsing.’ Lei: ‘Dialect hoort bij de Limburgse cultuur. Het heeft te maken met onze identiteit. Ik vind het prachtig als ik iemand dialect hoor praten om dan te raden waar die persoon vandaan komt. Noord-Limburg, Midden-Limburg, Zuid-Limburg? Allemaal verschillende dialecten, die ook weer verschillen per stad en dorp.’ Manon: ‘Fantastisch die verschillen in klank en kleur en woordenschat op zo’n korte afstand.’

‘OuderssprakenthuisvoortaanNederlandsmethunkinderen.HetLimburgskreegeengeweldigeoptater’

Vastelaovend

Even later zitten vader en dochter te filosoferen hoe de teloorgang van het dialect gestopt kan worden. Lei: ‘Er moet een dialectbeleid komen. Nu zijn te veel organisaties ermee bezig. Gelukkig gaat de overheid geld vrijmaken voor dialectonderwijs. Maar dan heb je wel geïnteresseerde onderwijzers nodig.’ Manon: ‘Je zou opa’s, oma’s en ouders erbij kunnen betrekken.’

Lei doet een oproep: ‘Provincie, gemeenten en alle organisaties die zich inzetten voor het dialect; laten we het samen doen. Dat Limburgs vaste prik wordt op de scholen.’ Manon ziet lichtpuntjes: ‘Ik noem het succes van Limburgse dialectbands. Tieners kunnen de liedjes van Rowwen Hèze allemaal meezingen. Kinderen appen in het dialect. Ik hoor onze zoon van zeventien af en toe in het dialect. Onze dochter van veertien trouwens ook. En ze doen allebei mee met carnaval.’ Lei, met een glimlach corrigerend: ‘Vastelaovend.’ <

  • Auteur: Bart Ebisch
  • Fotograaf: Merlijn Doomernik