5 min

Paul van Loon gaat niet met pensioen

Interview

De populaire kinderboekenschrijver Paul van Loon zit veertig jaar in het vak. Een jubileum met een bijzonder tintje. Een Amerikaanse filmproducent kocht de filmrechten van zijn succesreeks Dolfje Weerwolfje. Daar is Van Loon maar wat trots op. ‘Dat ventje zit al zevenentwintig jaar in mijn hoofd. Dat het succes zo lang aanhoudt, had ik nooit verwacht. Dankzij de film kunnen kinderen wereldwijd gaan genieten van de avonturen van Dolfje.’

Paul van Loon (68) serveert een warme appelflap bij de koffie. We kijken uit over de tuin, die veel rust en privacy biedt. Rust die hij nodig heeft om te kunnen schrijven. Wijzend naar de kamer in het verlengde van zijn woning: ‘Dat is mijn kantoor. Daar schrijf ik, elke dag.’

Vaste prik

Steevast om negen uur ’s avonds neemt de schrijver plaats achter zijn computer. Tot een uur of drie ’s nachts gaat de fantasie met hem aan de haal. Tussendoor een rustmomentje. Dan pakt hij zijn gitaar om een riedeltje te spelen. Af en toe neemt hij een slokje water. Ook dat is vaste prik.

‘Schrijven is een complex proces. Net als mijn lezers weet ik niet wat er gaat gebeuren. Ik zeg wel eens dat ik schrijf zoals de lezer leest. Die weet als hij begint te lezen ook niet wat er gaat gebeuren. Overdag ben ik in mijn hoofd met het verhaal bezig en maak dan aantekeningen. Of ik bezoek de plek waar het verhaal zich afspeelt om de sfeer te proeven. Zo was ik in Japan, Schotland en op Aruba. Enfin, ’s avonds ga ik achter het toetsenbord zitten om de zinnen te maken. Het “werkelijke” schrijven. Maar schrijven is dus meer dan dat.’

Grumor

Hoe het begon? Van Loon tekende altijd graag en bij die tekeningen hoorde een verhaal, vond hij. Hij stuurde het op naar de krant, die het afdrukte en daarvoor betaalde! Dat smaakte naar meer. Inmiddels heeft de in Geleen geboren schrijver ruim honderddertig boeken op zijn naam staan. Boven op tante Agaat, was zijn eerste echte proeve, uit 1983.

Meteen had hij een eigen stijl te pakken. Grumor, griezelen met humor, met Dolfje Weerwolfje en die andere succesreeks, De Griezelbus, als bekendste voorbeelden. Ze haalden allebei de bioscoop en het theater (musical) en verschenen in meerdere talen. Over veertig jaar in het vak: ‘Na afloop van een optreden in het theater of tijdens bezoeken aan bibliotheken en boekhandels komen ouders mee met hun kinderen. Zij nemen “mijn” boeken van vroeger mee, voor een handtekening.’

Dolfje naar Hollywood

Binnenkort beleeft Dolfje Weerwolfje de wereldwijde doorbraak op het witte doek, via Hollywood. De Amerikaanse filmproducent Jo Henriquez heeft namelijk de filmrechten gekocht. Hoe Henriquez wist van het bestaan van Dolfje Weerwolfje? ‘Hij komt van Aruba. Als kind las hij mijn boeken. Hij wil graag een feelgood kinderfilm maken. Samen met zijn vrouw keek hij naar de Nederlandse film van Dolfje. Zij was meteen gegrepen door het verhaal.

Nu praat ik over anderhalf jaar geleden. Daarna begonnen de onderhandelingen. Wanneer de film in première gaat? We staan pas aan het begin. Eerst moet het scenario worden geschreven. Wie wordt de regisseur, welke acteurs doen mee? Daarna kunnen de opnamen beginnen. Afgesproken is dat ik vooraf inzage krijg in het scenario. Daarna is Dolfje in handen van de regisseur. Dat snap ik, want een film is iets anders dan een boek.’

‘Schrijveniseencomplexproces.Netalsmijnlezersweetiknietwatergaatgebeuren’

Zonnebril

Zijn grote, zwarte zonnebril gaat niet af tijdens het interview, zo ook niet zijn flamboyante hoed. Het hoort bij het merk Paul van Loon. Verder spijkerbroek en T-shirt, vandaag met een print van een van zijn favoriete bands, The Rolling Stones.

Het verhaal over de bril is vaker verteld, maar toch even. Als baby huilde Paulus, zoals hij officieel heet, in de wieg. Moeder zette hem meer in de zon, maar dat pakte verkeerd uit. Hij huilde nog harder. Moeder kwam toen op het idee om hem een zonnebril op te zetten. Het huilen hield op.

Weerwolvensoep

‘Mijn moeder komt uit Lindenheuvel, de Geleense volkswijk. Dochter van een mijnwerker. Een schat van een moeder. Ik denk dat ik het creatieve van haar heb. Ze kocht ooit een Spaanse gitaar, maar deed er uiteindelijk weinig mee. Daar ben ik op gaan spelen toen ik een jaar of zestien was. Met mijn band, Andere Snuiters, treden we op in het theater. Wist je dat we Highway to Hell van AC/DC coveren? Bij ons heet het Weerwolvensoep.’

Zijn vader, leraar, bracht hem aan het lezen. ‘Ik was zes jaar toen mijn vader op een dag met een stapel boeken uit de bibliotheek thuiskwam. Vanaf dat moment was ik leesverslaafd. Ik was fan van Paulus de Boskabouter, mede door de fraaie illustraties van Jean Dulieu. In de boekenkast van mijn vader ontdekte ik het Limburgs Sagenboek van Pierre Kemp. Met zogenaamd echt gebeurde verhalen over duivels en weerwolven. O ja, Dracula van Bram Stoker (uit 1897) is nog steeds een van mijn favoriete boeken.’

Tentoonstelling

Hoewel al lang weg uit Geleen onderhoudt Van Loon, nu woonachtig op het Brabantse platteland, een warme band met Limburg. Een paar keer per jaar bezoekt hij collega Jacques ‘Sjakie’ Vriens in Gronsveld. ‘Sjakie is inmiddels 77 jaar. Een schrijver gaat niet met pensioen, nee, ik ook niet, zo lang de verhalen blijven komen. Ik heb nog zoveel te doen.’

De Tegelse regisseur Pieter Kuijpers verfilmde in 2005 De Griezelbus, goed voor 225.000 verkochte bioscoopkaartjes. Nog een hoogtepunt: de tentoonstelling De Andere Werkelijkheid over zijn werk, vijf jaar geleden in het Limburgs Museum in Venlo. De entree was omgebouwd tot Griezelbus. Mede door de grote toeloop mocht het museum toen de miljoenste bezoeker registreren.

Het staat allemaal in de plakboeken die zijn vader bijhield. Vijfentwintig stuks in totaal. Met talrijke artikelen uit kranten en opinie- en familiebladen. ‘Of hij trots op me was? Dat hoorde ik van anderen. Maar dat zei hij niet tegen mij. Dat snap ik ook wel. Ik heb nog twee broers. Mijn vader wilde niemand voortrekken.’ <

De portretten bij dit interview zijn gemaakt door Frank Ruiter. Rabo &Co kreeg een kijkje achter de schermen en sprak met Frank over hoe hij te werk gaat en wat hem inspireert.

  • Auteur: Bart Ebisch
  • Fotograaf: Frank Ruiter

Wat vind jij van de digitale Rabo &Co?

Wat fijn dat je je mening wilt geven over de digitale Rabo &Co. Daar zijn we heel blij mee.

max. 500 tekens