

‘We haalden manden vol afval uit de bosjes’
Oud & NieuwProblemen met het vinden van een woning en klimaatverandering, waar Fleur Looyschelder (15) mee te maken krijgt, hadden haar opa Gerrit Jan en overgrootvader Geurt niet. Zij hadden andere problemen, zoals oorlog en weinig mogelijkheden om te studeren. Toch zet Gerrit Jan zich nu in voor natuur, klimaat en duurzaamheid. Hij organiseert activiteiten op dit vlak in de regio Tiel, waar zijn familie altijd heeft gewoond. ‘Ik wil dat mijn kleindochter straks ook een leefbare planeet heeft om te wonen.’
OPA GERRIT JAN DE WEERD (73), zijn schoonvader Geurt Vonk (95) en (achter)kleindochter Fleur Looyschelder (15) zitten gezellig bij elkaar aan tafel. Ze zien elkaar regelmatig en wonen alle drie al hun hele leven in Tiel, Geurt inmiddels in een verzorgingstehuis. Fleur fietst daar regelmatig langs vanaf haar school, het Linge College, waar ze in de vierde klas van de havo zit. Ze komt ook vaak bij het kantoor van de stichting waar haar opa Gerrit Jan werkt. ‘Ik geef gastlessen op scholen, over klimaatverandering’, vertelt Gerrit Jan. ‘Ook op de school van Fleur.’
Fleur is blij dat haar opa dit doet. ‘Ik maak me zorgen over klimaatverandering en over de natuur. Als ik beelden zie over de plasticsoep vraag ik me af hoe dat moet later. Als iedereen maar alles in de natuur gooit, houden we geen leefbare planeet over. Ook klimaatverandering is eng. Ik ben bang dat mijn generatie daar veel last van krijgt.’
Zwerfafval opruimen
Gerrit Jan maakt zich zorgen over de toekomst van zijn kleinkind. ‘Daarom geef ik niet alleen gastlessen, maar heb ik mij ook aangesloten bij de Stichting Duurzaam Rivierenland, die het bewustzijn over natuur, klimaat en duurzaamheid in Tiel wil vergroten en allerlei activiteiten op dit vlak organiseert, zoals het opruimen van zwerfafval.’ Fleur heeft hier met haar klasgenoten aan meegedaan. ‘We gingen met hesjes aan en prikstokken afval prikken. We haalden manden vol afval uit de bosjes.’
Geurt maakt zich niet meer zo druk om het milieu, maar begrijpt de inzet van Gerrit Jan en Fleur. ‘Ik ben al oud, ik geloof het allemaal wel. Maar we hebben hier regelmatig hoog water, er is wel iets aan de hand.’

Koeien
Fleurs ouders hebben gespaard voor haar studie, zodat ze na de havo een vervolgopleiding kan doen. Gerrit Jan heeft ook de studie voor zijn dochter, de moeder van Fleur, betaald. Geurt en Gerrit Jan waren allebei boerenzonen en voor hen was studeren niet vanzelfsprekend. Geurt moest gewoon werken. ‘Er waren negen kinderen bij ons thuis. Vanaf mijn twaalfde heb ik meegewerkt op de boerderij. Er was geen ruimte om een opleiding te doen.’ Eenmaal volwassen werd Geurt internationaal vrachtwagenchauffeur. ‘Ik heb door heel Europa gereden.’
Gerrit Jan, die ook op een boerderij opgroeide, kreeg eveneens weinig gelegenheid om te studeren. ‘Ik moest in de ochtend, voor school, de koeien melken en als ik thuiskwam weer aan het werk. Ik had geen tijd om mijn huiswerk te maken, want er was zoveel te doen op de boerderij dat ik pas om acht uur ’s avonds klaar was. Gelukkig is de directeur van de school met mijn ouders gaan praten. Vanaf toen mocht ik bij hem thuis na school mijn huiswerk doen.’
Gerrit Jan heeft vanaf zijn zestiende jaar gewerkt. ‘Ik had de mulo gedaan en toen vonden mijn ouders het welletjes. Ik moest alles wat ik verdiende afdragen. Na een jaar maakte ik een afspraak met mijn ouders over kostgeld en ben ik gaan sparen om te kunnen studeren. Uiteindelijk heb ik economie gestudeerd naast mijn werk en kon ik aan het werk als business manager bij Volvo Cars.’
Gepruts met contant geld
Geurt en Gerrit Jan hebben allebei voor hun werk de hele wereld rondgereisd. Dat was vroeger nog niet zo makkelijk als nu. ‘Als ik met de vrachtwagen op pad ging, had ik altijd tweeduizend gulden in mijn borstzakje’, vertelt Geurt. ‘Dat was om onderweg contant te betalen voor het tanken. Ook als er iets gebeurde of kapot ging, had ik contant geld nodig voor de reparatie.’
Ook Gerrit Jan heeft veel gepruts met contant geld meegemaakt. ‘Ik heb een tijd bij DAF Trucks gewerkt. Tweedehands vrachtwagens werden soms cash afgerekend. Dan moest ik met een cassette met honderdduizend gulden aan contanten over straat om het bij de bank af te geven. Dan belde ik van tevoren, zodat ik niet aan de balie hoefde te staan met al dat geld.’
Fleur betaalt af en toe met contant geld, maar pint liever. Ik hou mijn pasje ergens tegenaan en ik heb betaald. Ik controleer mijn rekening een paar keer per week. Supermakkelijk.’
Leven lang gehuurd
Geurt heeft zijn leven lang een huis gehuurd. ‘Ik heb nooit een huis gekocht, dat was niet nodig.’ Gerrit Jan kocht wel een huis zodra het kon. ‘Ik was altijd spaarzaam en met mijn gespaarde geld en een hypotheek kon ik mijn eerste huis bouwen. Ik kon goedkoop bouwmaterialen kopen bij familie in het dorp en mijn neef bouwde het huis voor een vriendenprijs. Met één inkomen kon je een eigen huis betalen. Dat lukt helaas niet meer.’
Fleur is bang dat het voor haar later moeilijk wordt om een huis te vinden. ‘Er is woningnood. Ik vraag me ook af of ik later wel een huis kan betalen. Ik wil graag in Tiel blijven wonen. Ik vind het hier fijn en knus. Het is niet te klein en niet te groot, precies goed. Alles is er en mijn familie woont lekker dichtbij.’
- Auteur: Arwen Kleyngeld
- Fotograaf: Merlijn Doomernik
