

‘Ik koop heel weinig, maar als ik iets koop, is het iets echt moois’
Oud & NieuwEen halve eeuw geleden kocht je kleren veelal in een lokale boetiek of een degelijk warenhuis. Sommige mensen maakten hun kleding zelf. Tegenwoordig is het vooral fast fashion dat de klok slaat, liefst via online winkels. Maar dat is geen regel, zo blijkt uit een gesprek met Ellie Brik (79), haar dochter Petra de Hamer (50) en kleinzoon Hidde Bego (21). De drie generaties kopen liever af en toe iets heel moois dan dat hun kast vol hangt met niemendalletjes.
‘ALS HET OM kleren ging, had jij al heel jong je eigen smaak’, zegt Petra tegen haar zoon Hidde. ‘Dan wilde je per se dat grappige, geruite broekje aan, zelfs toen het tot op de draad versleten was.’ ‘Maar zo was jij ook, Petra’, onderbreekt haar moeder Ellie haar. ‘Je zat op de kleuterschool en droeg liefst bloesjes en rokjes die echt niet bij elkaar pasten. Ach, dacht ik, zo ontwikkel je een eigen smaak en liefde voor kleding.’
In bistro Pierre in de Rotterdamse Pannekoekstraat komen grootmoeder, moeder en kleinzoon bij een kop koffie tot de conclusie dat ze alle drie erg van mooie kleren houden. ‘Ik koop heel weinig’, vertelt Ellie. ‘Maar als ik iets koop, is het iets echt moois. Kwalitatief goede kleding is vaak duurder, maar blijft ook lang goed.’
Voor Hidde is het herkenbaar. ‘Ik koop liever een dure trui die jaren meegaat dan elke maand iets nieuws wat weinig kost, maar niet echt goed gemaakt is.’ En ook Petra is ervan overtuigd dat goedkoop meestal duurkoop is. ‘Sommige kleren heb ik al meer dan vijftien jaar. Eigenlijk vind ik dat normaal, maar tegenwoordig heet dat duurzaam.’
De stijl van Chanel
Maar mooie en kwalitatief goede kleding kost dus wel wat. Zelfs als je het zelf maakt, zoals Ellie vroeger deed. ‘Voor mijn werk had ik representatieve kleding nodig. Op de naaimachine van mijn moeder en op basis van patronen van de Vogue maakte ik al mijn pakjes zelf, in de stijl van Chanel. Maar dat was niet per se goedkoop; ik koos dure stoffen en echt goede knopen.’
Ook voor haar kinderen maakte Ellie vaak zelf kleding. ‘Bloesjes en jurkjes, en heel veel makkelijke broeken die ze droegen bij het zeilen.’ Tot haar spijt kan Petra niet zo goed overweg met de naaimachine als haar moeder destijds. Als iets kapot is, brengt ze het naar de kleermaker. ‘Maar mijn sokken stop ik wel zelf. Daar heb ik een speciaal setje voor. Ik houd van goede sokken en vind het zonde om ze weg te gooien alleen omdat er een gat in zit.’

Fast fashion
Toen Petra jong was, spaarde ze voor mooie kleding. ‘Er bestond nog geen Zara of H&M, maar toen die goedkope ketens kwamen, kwam ik er niet zo veel. Ik ging wel graag naar H&M als ze een samenwerking hadden met beroemde modeontwerpers. Ik heb nog steeds een jas en een blazer van Isabel Marant die ik daar heb gekocht.’ ‘Dat is geen fast fashion’, vindt Ellie. ‘Ze zeggen er dezelfde mooie stoffen voor te gebruiken als voor de normale collectie. Ik ben er helaas altijd te laat bij, dan hangen er alleen nog hele grote of juist hele kleine maten.’
Ook Hidde is geen fan van de goedkope ketenwinkels. ‘Kleding van bijvoorbeeld Primark vind ik echt verschrikkelijk. Ik kom zelden in dat soort winkels.’ ‘Hij heeft altijd een goed gevoel gehad voor wat mooi is’, denkt Petra. ‘Dat zit gewoon in onze genen, mijn vader droeg bijvoorbeeld altijd handgemaakte schoenen.’ ‘Als tiener hield ik veel van streetwear’, vervolgt Hidde. ‘Toen ik ontdekte dat je veel extra betaalt voor een merk, ben ik mijn eigen streetwear gaan maken. Ik ontwierp logo’s en printte die op kwalitatief goede sweaters.’
Tweedehands winkels
Inmiddels is Hidde behalve student geschiedenis ook dj en organisator van dansfeesten, een lucratieve business waardoor hij best wat te besteden heeft. ‘Maar voor mooie merken ga ik naar goede tweedehands winkels, zoals Maison Maas.’
Ook Ellie en Petra zijn fan van tweedehandskleding. Petra: ‘Mijn favoriete adressen zijn Merkwaardig en Dearhunter, maar ik koop het ook online, vooral via vestiairecollective.com.’ ‘Dit jasje’, zegt Ellie, wijzend op haar klassieke, geruite blazer, ‘komt van thenextcloset.com. Ook een prima website voor tweedehands kleding. Ik shop liever daar dan in tweedehandswinkels. Daar hebben ze niet altijd mijn maat en soms hangt alles zo dicht op elkaar.’
Hoewel je het van de jongste generatie misschien niet zou verwachten, koopt Hidde juist niet meer online. ‘Vaak paste iets toch niet goed en moest ik het terugsturen. Dat is meer gedoe dan het in een fysieke winkel kopen. En misschien wel het belangrijkste: als je iets terugstuurt, wordt het vaak vernietigd.’
We dragen elkaars kleren af
Alle drie gooien ze zelden iets weg. ‘Tenzij het echt versleten is’, vertelt Petra. ‘Als ik iets niet meer draag, verkoop ik het of geef ik het door.’ Tegen haar moeder: ‘Jij hebt nu een jas aan van Max Mara die ik tweedehands had gekocht, maar die ik veel te weinig droeg.’ Ellie: ‘Ik heb hem iets vermaakt en ben er nog steeds erg blij mee.’
‘We dragen eigenlijk best vaak elkaars kleren af’, vervolgt Petra. ‘Mijn man heeft laatst zijn kast uitgemest. Onze oudste dochter houdt van oversized kleren en kon haar hart ophalen. En de jongste upcyclet dat soort kleren, ze borduurt er iets op of knipt iets tot een ander model.’ Handig zoals haar grootmoeder? Ellie: ‘Mijn eigen pakjes, nee, die maak ik al lang niet meer. Maar ik volg nog altijd de mode van Vogue, vooral via Instagram.’
- Auteur: Deirdre Enthoven
- Fotograaf: Merlijn Doomernik
