2 min

Noah

Column

‘Je gelooft het niet, Noah. Ik kom dus terug, staat mijn fiets helemaal ingebouwd. Zo irritant. En het was al bloedheet. Echt, ik dacht dat ik gek werd.’

De jongen achter mij ratelt maar door. De hele treinreis praat hij over wat hem is overkomen. Ik kijk schuin naar achteren en zie dat hij zijn telefoon in zijn hand heeft. Aan de andere kant van de lijn zit Noah, die zijn relaas gewillig aanhoort.

Ik begin me steeds meer te storen aan het geklets. Waarom moet de hele coupé meeluisteren met een gesprek tussen twee mensen die elkaar niet zien? Tegenover mij zit iedereen ook op zijn telefoon. Niemand kijkt elkaar aan. Volledig in de zelf verkozen bubbel.

Niemand is ook meer gewend dat je de ander aankijkt. Het is raar als je iemand in de ogen kijkt. Omdat we comfortabeler zijn met het scherm, maar ook vanwege de angst om beticht te worden van verkeerde bedoelingen. We zijn gevoeliger geworden voor het verkeerde signaal.

De baby tegenover mij heeft daar geen boodschap aan. Schaamteloos staart ze me aan. Ik staar terug en trek een vreemd gezicht. Ze kijkt me aan alsof ik gek ben. Onverstoorbaar. De reactie van de kleine is een verademing. Gewoon iemand in de ogen kijken zonder meteen het wederzijdse ongemak te ervaren, dat komt bijna niet meer voor in de openbare ruimte.

‘Fiets ik eindelijk weer door, word ik bijna omver gereden door een gast op een Fatbike.’ De jongen achter me ratelt nog steeds. Waarom stoor ik me zo aan zijn relaas? Hij praat niet eens hard, maar toch heb ik het idee dat hij ruimte inneemt. Door te praten met een anonieme vriend lijkt het alsof hij de trein als zijn privé-coupé beschouwt. Alsof hij een onzichtbare bubbel heeft opgetrokken waar alleen hij toegang tot heeft. Hij heeft mij en de rest van de coupé bruut buitengesloten.

Dan gebeurt er iets opmerkelijks. De jongen pauzeert even en een stem geeft antwoord. ‘Dat is inderdaad irritant. Dat had ik laatst ook met iemand op een elektrische step.’ Ik kijk om. De jongen is niet aan het bellen. Er is geen anonieme vriend. Noah zit gewoon tegenover hem.

Mijn ergernis verdwijnt als sneeuw voor de zon. Dezelfde jongen, dezelfde woorden. Totaal ander effect. Hij nam geen ruimte voor zichzelf. We deelden een ruimte samen. Technologie zit niet in het apparaat. Technologie zit in je hoofd.

- Roland van der Vorst

Hoofd Innovatie Wholesale & Rural Rabobank

  • Fotograaf: Villadinamica

Wat vind jij van de digitale Rabo &Co?

Wat fijn dat je je mening wilt geven over de digitale Rabo &Co. Daar zijn we heel blij mee.

max. 500 tekens