

’Als je over de finish komt denk je: holy shit, heb ík dit net gedaan?’
Rabo &Co Begin maart gaan in Milaan de Paralympische Spelen van start. Para-alpineskiër Claire Petit is een van de Nederlandse afgevaardigden. Zij skiet straks met meer dan honderd kilometer per uur de berg af - op één been.
Para-alpineskiën verschilt amper van de olympische variant, vertelt Petit vlak voordat ze naar Milaan vertrekt. ‘We skiën van dezelfde pistes, hebben dezelfde regels, gebruiken hetzelfde materiaal. Ik gebruik dezelfde ski’s en dezelfde skischoen, maar dan eentje in plaats van twee. Alleen mijn stokken zijn anders. En je glijdt op één ski iets minder snel dan op twee, maar qua beleving en intensiteit komt het zó dicht bij elkaar.’
Dat Petit een fanatiek wintersporter zou worden was voor haar omgeving geen verrassing. Haar ouders skieden graag en ze namen hun dochter al op vierjarige leeftijd mee de berg op. Dat Petit werd geboren met een kort rechterbeen, maakte daarbij niks uit. ‘Het motto van mijn ouders is: eerst proberen, dan kijken of het lukt. Alles zo normaal mogelijk doen. Doe maar een skischoen om die prothese en we gaan ervoor.’
Zonder prothese
Dat bleek wel makkelijker gezegd dan gedaan. ‘Door mijn prothese kon ik wel vallen met mijn ski’s, maar niet meer opstaan’. Dat veranderde toen ze op zesjarige leeftijd in contact kwam met de Vereniging gehandicapte Wintersporters (VGW). Daar leerde ze skiën op één been, zonder prothese dus. ‘Ik zat net als andere kinderen gewoon in een klasje’, vertelt Petit. ‘Al snel kwam ik in het gevorderde groepje terecht en kon ik echt meters maken.’
Vanaf dat moment ging het hard. Petit sloot zich aan bij een clubteam in Zoetermeer en bracht hele winters door in de sneeuw. Bij de Nederlandse Kampioenschappen skiede ze mee tussen de valide skiërs. ‘Ik was volledig onderdeel van het team, met als enige verschil dat ik het op één been deed.’
Snelheidsduivel
Naast skiën deed Petit ook aan tennis en hockey. Sporten die ze op haar manier eigen maakte, maar haar niet brachten wat skiën wél bracht. ‘Zodra ik mijn prothese uitdeed, voelde ik me niet meer beperkt’, zegt ze. ‘Ik kon net zo snel skiën als andere kinderen, fouten maken en oplossen, vrijheid ervaren. De snelheid waarmee je zo’n berg afgaat, dat is hét voor mij.’
Het mag dan ook geen verrassing heten dat Petit in Milaan uitkomt op de afdaling, de snelste discipline binnen het alpineskiën. Snelheden van 100 tot 120 kilometer per uur zijn geen uitzondering. ‘Echt niet normaal’, zegt Petit lachend daarover. ‘Het moment dat je beneden over de finish komt, dat is echt een soort van: Holy shit-gevoel. Dan denk je: heb ík dit net gedaan?’
Medaillekansen
Deze Paralympische Spelen zijn haar eerste, maar Petit hoopt meteen mee te doen voor de prijzen. ‘Ik heb er acht jaar voor gewerkt om hier te staan. Ik kom niet om alleen mee te doen. Meedoen is niet belangrijker dan winnen – niet op dit niveau’, stelt ze. ‘Maar je kunt nooit garanderen dat de medaille de beloning wordt. Ik kan alleen zorgen dat ik alles heb gedaan om het mogelijk te maken.’