6 min

Zo gezellig is het nu ook weer niet bij je ouders thuis

RaboResearch

Jongvolwassenen wonen langer thuis bij hun ouders dan twintig jaar geleden. Vooral oudere thuiswoners schamen zich daarvoor. De woningcrisis is een van de grootste hindernissen. Dat blijkt uit onderzoek van RaboResearch. Wat zijn de gevolgen van langer thuis wonen?

Het is rustig deze zondag in het hoekhuis te Hasselt (Overijssel), het huis waar Ellen is opgegroeid en nu, op 29-jarige leeftijd, nog altijd woont. Haar moeder zit met een boek in haar leesstoel, vader en kat zijn buitenshuis. Het gezin woont in liefde met elkaar samen. Alleen ’s avonds ontstaan weleens stekeligheden, als het hoge tv-volume (haar vader is wat doof) Ellen stoort.

‘Laten we eerlijk zijn: het is niet normaal en verre van ideaal dat ik nog bij mijn ouders woon.’ Ze is namelijk ‘heel erg klaar voor het volgende hoofdstuk’ van haar leven, een hoofdstuk waar veel van haar leeftijdsgenoten allang aan zijn begonnen. Je eigen stekje inrichten, samenwonen met je partner, misschien zelfs verloven. ‘Bij mij staat alles op pauze. Ik wil zo graag een eigen leven opbouwen!’

Honderd gegadigden

Ellen kan geen eigen huis vinden. Voor koop verdienen zij en haar vriend te weinig, voor huur in de vrije sector meestal ook. Socialehuurhuizen gaan eerst naar mensen met een urgentie­verklaring, werkenden in sleutelberoepen, inwoners van de betreffende gemeente, gezinnen. Voor elke socialehuurwoning zijn er honderd(-plus) gegadigden.

Elke dag reageert Ellen op meerdere woningen waarop ze in theorie kans maakt. Checken wat vriendlief ervan vindt, doet ze al niet meer. Hun wensen hebben ze bijgesteld: vijfenveertig vierkante meter in plaats van zestig en laat die extra slaapkamer ook maar zitten. Toch regent het afwijzingen. Deze week, toen in haar lunchpauze zes afwijzingen binnenstroomden op haar telefoon, brak ze. Tranen over haar wangen. Het grapje ’s avonds van haar vader - ‘we moesten toch maar eens die dakkapel gaan bouwen, hè?’ - viel niet lekker.

Woningcrisis de oorzaak

Het niet kunnen betalen van een geschikte woning is een belangrijke reden dat jongvolwassenen bij hun ouders wonen. Dat concluderen onderzoekers Carlijn Prins en Nic Vrieselaar van RaboResearch op basis van een enquête onder jongvolwassen thuiswoners, waarin werd gevraagd naar hun omstandigheden, ervaringen en wensen. Daarnaast zijn CBS-cijfers geanalyseerd.

In elke leeftijdsgroep wonen nu meer mensen thuis dan twintig jaar geleden. Vooral opvallend is het aandeel thuiswoners onder 25-30-jarigen, waarvan de meesten toch werken. Fulltime werken is op zichzelf dus niet genoeg om uit huis te kunnen gaan. Van de studenten woont acht op de tien thuis. Nee, dat is niet omdat het zo gezellig en comfortabel is bij paps en mams. Ruim een op de drie thuiswoners wil zeker weten snel het huis uit. Onder thuiswoners die voltijd werken, is dat aantal dubbel zo groot: twee op de drie. Zestig procent geeft aan dat de onbetaalbaarheid van een huis een grote rol speelt bij het feit dat ze nog bij hun ouders wonen. Daarmee is de woningcrisis een belangrijke veroorzaker van thuis blijven wonen.

Prijzen niet in verhouding met inkomens

Ander RaboResearch-onderzoek naar de woningmarkt onderschrijft dat. Voor een gemiddelde koopwoning betaal je tegenwoordig al gauw vier ton. Tweederde van de Nederlandse huishoudens verdient daarvoor te weinig. Ook de huurprijzen staan niet in verhouding tot de inkomens. En het aanbod socialehuurwoningen stijgt maar mondjesmaat.

‘Vroeger vonden we het in Nederland heel normaal dat studenten op kamers woonden — of ten minste die mogelijkheid hebben,’ zegt RaboResearch-onderzoeker Vrieselaar. ‘Die norm is ingehaald door de realiteit: de sterke stijging van kamerprijzen maakt het voor studenten moeilijker om een kamer te kunnen betalen. Nu lijkt de norm dat wie werkt een eigen woning zou moeten kunnen betalen. Maar ook dat gaat duidelijk niet meer op door de wooncrisis.’

Schaamte

Een op de drie 25-30-jarige thuiswoners zegt zich te schamen voor zijn woonsituatie. Oudere thuiswoners schamen zich vaker dan jongere. Dat is goed verklaarbaar, zegt Bertus Jeronimus, universitair hoofddocent ontwikkelingspsychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. ‘Thuiswoners zien leeftijdgenoten die op zichzelf wonen als volwassen, zichzelf niet. Ze wijken af van de norm, wat schaamte opwekt.’

Een vruchteloze huizenzoektocht maakt op meer manieren ongelukkig. ‘Woningzoekende jongvolwassenen van nu ervaren naast schaamte ook stress, moedeloosheid en een sterk afnemend zelfvertrouwen. Stress omdat ze elke dag snel op huizen moeten reageren, moedeloosheid omdat ze telkens worden afgewezen. Allemaal dikke minnen op je mentale welzijn. Het gaat dan ook erg slecht met 18- tot 30-jarigen, het aantal burnouts en depressies onder hen is ver bovengemiddeld. Dat komt vooral door de hoge prestatiedruk van deze maatschappij, maar de woningcrisis is zeker ook een van de belangrijkste veroorzakers.’

Depressieve gevoelens

Ellen schaamt zich niet, maar kreeg deze week voor het eerst wel ‘depressieve gevoelens’. En ze is moe, de huizenzoektocht slokt veel tijd en energie op. ‘Hoewel ik het niemand misgun, voel ik veel jaloezie als ik zie dat leeftijdsgenoten wel een woning hebben, zich wel verloven.’

Allard (niet zijn echte naam) van 26 had soortgelijke gevoelens. En nog een probleem erbovenop. Tot voor kort woonde hij bij zijn ouders, met wie hij op gespannen voet stond. Hij is lhbtiq’er, zijn ouders zijn streng christelijk. ‘Ik wilde heel graag uit de kast komen. Daar was ik al jaren klaar voor. Maar ik durfde niet zolang ik onder één dak met mijn ouders woonde. Laat staan dat er ruimte was voor daten.’ Inmiddels heeft hij een tijdelijke kamer betrokken en is hij uit de kast gekomen.

Volwassenentrechter

Ellen en Allard ervaren een uitgestelde volwassenwording. Jeronimus legt uit hoe dat werkt: ‘Bepaalde levensgebeurtenissen zetten iemands volwassenwording automatisch in gang. Voorzien in je eigen levensonderhoud is een van de belangrijkste in onze cultuur, andere zijn trouwen, samenwonen, carrière maken of kinderen krijgen. De nieuwe verantwoordelijkheden die daarbij horen, duwen je als het ware een volwassenentrechter in.

Het omgekeerde is net zo waar: beleef je deze levensgebeurtenissen niet, dan word je en voel je je nog niet volwassen. Dit is bijvoorbeeld het geval bij jongvolwassenen met een kinderwens die nog thuis wonen. De meesten van hen stellen kinderen krijgen uit tot ze hun eigen plek hebben. Hun volwassenwording wordt dubbel geblokkeerd: ze staan nog niet op eigen benen en zijn nog geen vader of moeder.’

Kloof wordt groter

Geblokkeerde volwassenwording kan voor allerlei problemen zorgen, vervolgt Jeronimus: ‘Kostbare tijd verstrijkt, tijd waarin je normaal gesproken, volgens de statistieken althans, ambitieus en energiek bent, veel nieuwe mensen ontmoet en vruchtbaar en gezond bent. Het is de ideale tijd om carrière te maken, kapitaal op te bouwen en een partner te vinden om kinderen mee te krijgen. Val je in die periode uit of kom je niet vooruit, dan bestaat de kans dat je de boot mist, dat je de achterstand later in je leven niet meer inhaalt.’

Op maatschappelijk niveau kan dat ook problematisch worden. ‘Gelijke kansen om kapitaal op te bouwen nemen af, waar ook toekomstige generaties de gevolgen van gaan ondervinden. De kloof tussen de haves en de have-nots wordt groter en groter.’

Zuinig leven

Allard is na drie jaar zoeken eindelijk ingeloot voor een nieuwbouwwoning. Ellen is nog zoekende. Omdat ze huizen soms op maar een paar honderd euro misloopt, leeft ze zuinig. Op haar werk heeft ze om loonsverhoging en een vast contract gevraagd. ‘Ik ben nog jong, het komt wel goed. Maar het is nu even heel klote, omdat ik er zo aan toe ben.’ Heeft ze het gevoel dat het nog gaat lukken? Ze haalt haar schouders op. ‘In 2024 zie ik het niet gebeuren. Grappend zeg ik weleens: 2030 wordt mijn jaar.’

  • Auteur: Rens Lieman
  • Fotograaf: Frédérik Ruys

Meer lezen over dit onderwerp?

Wat vind jij van de digitale Rabo &Co?

Wat fijn dat je je mening wilt geven over de digitale Rabo &Co. Daar zijn we heel blij mee.

max. 500 tekens