

Kleding shoppen zonder kassa
ReportageWie een krappe beurs heeft, kiest er niet snel voor om kleding te kopen. Als alle vaste lasten zijn afgeschreven, blijft er weinig over en dan zijn andere dingen vaak belangrijker. Opdat niemand er onverzorgd bij hoeft te lopen en geen enkel kind gepest wordt omdat-ie afgetrapte schoenen draagt, is er kledingbank Máxima. Bij de zeven filialen in de provincie kunnen mensen terecht die van een minimum inkomen moeten leven. Een winkelketen, maar dan wel eentje zonder kassa.
Glitterlaarsjes. Roze laarsjes. Zwarte met Darth Vader erop. Op volgorde van grootte staan ze op de onderste plank van de schoenenkast. Het lijkt wel een beetje alsof het Sinterklaas is, al die kinderlaarzen zo op een rijtje. Alsof ze wachten tot ze worden gevuld.
Overzichtelijk en vrolijk
Welkom bij kledingbank Máxima in Grootegast, de winkel waar mensen met een laag inkomen kleding kunnen kopen. Of nou ja, kopen… De winkel heeft geen kassa, feitelijk gaan de jurkjes, overhemden en spijkerbroeken gratis mee. Maar op dat detail na is het wel degelijk een winkel.
Geen sfeerloos, donker hol met grabbelbakken vol muf ruikende spullen, maar een lichte, overzichtelijke ruimte waar alles netjes op rekken hangt, de jurken bij de jurken, de broeken bij de broeken en de shirts bij de shirts. Speciale categorieën, zoals babykleding, kinderkleding en alles met een maatje meer, hebben hun eigen hoekje. Op een etalagepop hangt een opgewekt geel jurkje, een andere draagt een glanzende panterbloes. Armbanden en kettingen met kleurige kralen. Het moet gezegd: het ziet er keurig, overzichtelijk en vrolijk uit.
Strenge selectie
‘Dat is helemaal de verdienste van deze dames’, zegt Arie Noordhof, voorzitter van de Kledingbank in de gemeente Westerkwartier, knikkend naar Martha Oostenbrug en Gré Schonewille. Zij zijn twee van de twintig vrijwilligers die de winkel draaiende houden. De selectie van de kleding die wordt gedoneerd, is streng, vertelt Oostenbrug. ‘Als iets ook maar een beetje onfris ruikt, al is het maar één kledingstuk in een hele zak – dan gaat die complete zak weg.’
Het is al moeilijk genoeg, zegt ze, voor mensen om de stap te zetten naar de Kledingbank, er is veel schaamte. ‘Als aspirant klanten hier binnenkomen en wij gecontroleerd hebben of ze in aanmerking komen, schrijven wij ze in. Maar we zien lang niet alle ingeschreven klanten hier ook daadwerkelijk in de winkel terug.’
Schaamte, dat is iets waar Fetje Koster over kan meepraten. Zij is met man Marten en dochter Esmeralda vandaag aan het shoppen. Ze draagt een witte, kunststof mand die dienst doet als winkelmandje. Ze laat zien wat ze tot nu toe bij elkaar heeft gewinkeld: een shirt en een jurk. Het zal zo’n twee jaar geleden zijn dat ze over de Kledingbank hoorde, via Facebook. ‘Eerst schaamde ik me. Maar na een tijdje dacht ik: ach, er zijn meer mensen die zo leven. Waarom zou ik me schamen? Ik ga er gewoon heen.’
Een inkomen van de gemeente
Ze heeft ‘een inkomen van de gemeente’, vertelt Fetje. ‘Als alle vaste lasten betaald zijn, blijft er niet veel over. We lopen ook bij de Voedselbank.’ Hoe vaak ze bij de Kledingbank komt? Niet heel vaak, zegt ze, twee, drie keer per jaar misschien?
‘Je mag ook niet te vaak, hè? En we moeten toevallig in de buurt zijn’, valt Marten bij. De familie woont niet in Grootegast zelf, maar in Marum, een kilometer of tien verderop. Ze hebben zelf geen vervoer, vandaag heeft Fetjes zwager het gezin een lift gegeven. Op klompen kuiert de zwager zwijgend achter vader, moeder en aan. Dochter Esmeralda snuffelt tussen de rekken met jurken, in haar mand zit al een shirtje.
Veruit de meeste kleding, vertelt Martha Oostenbrug, komt van particulieren: mensen die de spreekwoordelijke zolder opruimen, in de kledingkast ruimte maken voor een ander seizoen, of van ouders wier kinderen uit hun kleren zijn gegroeid. De selectiecriteria zijn streng: als het te oubollig is, komt het de winkel niet in, en ook voor kleding met vlekken, missende knopen en kapotte ritsen is geen plek in de rekken.
‘Soms zie je meteen al dat de kleding niet geschikt is voor de winkel’, zegt Oostenbrug. ‘Maar we verbazen ons ook vaak, als we weer een tas met gloednieuwe spullen krijgen. Dan denk je: hoezo doe je dit weg?’
Nieuwe spullen
Daarnaast doneren sommige winkels restpartijen aan de kledingbanken van Máxima. Twee keer per jaar ontvangen alle Maxima’s geld uit speciale fondsen om nieuwe kinderkleding en -schoenen te kopen. In het Westerkwartier wordt dit aangevuld met donaties van onder meer kerken, particulieren, bedrijven en het Armoedefonds. ‘Dat vinden we heel belangrijk’, zegt Oostenbrug heel beslist. ‘Kinderen moeten nieuwe spullen hebben, zodat ze daar niet mee gepest worden.’
Ook verkrijgbaar in de winkel: maandverband en tampons, er is een aparte kast voor ingericht. De Kledingbank krijgt de spullen van het Armoedefonds, vertelt Oostenbrug, in het kader van een landelijke campagne om menstruatie-armoede tegen te gaan. ‘Dat mogen de klanten ook zo meenemen.’
Alle kleding die binnenkomt, gaat naar de sorteerruimte, vertelt Oostenbrug, terwijl ze voorgaat naar een ruimte achter de winkel. Studente Kyara is daar net bezig een broek uit te vouwen op een grote tafel. Tot aan het plafond staan de bananendozen opgestapeld in dit megamagazijn. ‘Maat 32 kinder zomer’, staat erop, of: ‘Heren winter schoenen’. Aan een draaiend rek hangen dikke winterjassen te popelen om aan het grote publiek te worden getoond. In een rolcontainer liggen zakken vol kleding die niet door de ballotage is gekomen. Die worden opgehaald, een speciaal busje rijdt langs alle filialen en brengt de zakken naar een kledingverwerkend bedrijf.
Strijkdames
In totaal werken er in de winkel in Grootegast zo’n twintig vrijwilligers, sommigen in de winkel, anderen in het sorteercentrum. Er zijn strijkdames die elke maandagmiddag komen strijken en er is iemand die zich ontfermt over de schoenen. ‘We hebben een afspraak met de gemeente: die betaalt onze huur en wij geven een plek en een kans aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Bijvoorbeeld omdat ze moeten reïntegreren of graag de taal willen leren.’
Intussen blijft de winkelbel vrolijk rinkelen, het loopt lekker door op deze ochtend. Sommige klanten blijven lang hangen, andere zijn zo weer weg. Een Oekraïense dame neust tussen de rekken, terwijl haar peuterzoontje op de grond zit te spelen. Hij heeft mazzel: de Darth Vader laarsjes blijken precies zijn maat te zijn. Tevreden ‘rekent’ de moeder ‘af’ met haar productenkaart.
Bloemenjurk
De familie Koster is klaar met shoppen, en als eerste zet Marten zijn mand op de balie. Gré Schonewille pakt zijn kaart erbij en noteert wat hij meeneemt. Ze vouwt de overhemden netjes op, en heeft hij een tas bij zich? Dat heeft hij niet, maar niet getreurd, want achter de balie ligt een voorraad plastic tasjes. Esmeralda heeft een rode jurk met bloemen uitgezocht. ‘Leuk!’, vindt Schonewille. ‘Ja’, antwoordt ze verlegen.
Ook gaat er een wit bloesje met zwarte stippen mee naar huis. Haar moeder heeft een nepleren legging, net zo’n bloesje als Esmeralda en een spijkerjurk. ‘Leuk!’, roept Schonewille terwijl ze de jurk netjes opvouwt. ‘Die kun je heel lang door dragen.’ Met twee tassen vol nieuwe spullen lopen vader, moeder, dochter en de zwijgende zwager de winkel uit. Die kunnen er weer even tegenaan.
Kledingbank Máxima
Kledingbank Máxima werd in 2012 opgericht en heeft inmiddels zeven filialen in de provincie Groningen. Naast Grootegast zijn dat Appingedam, Groningen, Sappemeer, Veendam, Winschoten en Winsum. De filialen hebben onderling veel contact en werken ook samen. Als er eentje bijvoorbeeld heel veel jurken binnenkrijgt, worden die gedeeld met andere winkels.
Máxima is er voor iedereen die rond de armoedegrens leeft. Daaronder vallen niet alleen mensen met een uitkering, maar ook bijvoorbeeld ondernemers die failliet zijn gegaan of mensen in de schuldsanering. Alle Westerkwartierders met een inkomen tot 130 procent van het bijstandsniveau zijn welkom. Ze moeten dat dan wel kunnen aantonen.
Klanten krijgen een kledingkaart, een soort strippenkaart waarop wordt bijgehouden wat ze meenemen. Per halfjaar (een seizoen) geldt een maximum van twintig items.
- Auteur: Karin Sitalsing
- Fotograaf: Reyer Boxem






















