

Inburgeren met droge worst en balkenbrij
ReportageIn Deventer volgen bijna tachtig statushouders en asielzoekers een intensief voorinburgeringstraject bij de school Iedereen aan Boord. Volgens de initiatiefnemers is het belangrijk om mensen al voordat ze aan de beurt zijn voor de inburgering taalles en inburgeringsactiviteiten aan te bieden. Deelnemers komen uit hun isolement, leren de taal, bouwen een netwerk op en kunnen zich voorbereiden op de arbeidsmarkt. Tijdens een kookworkshop maken ze kennis met streekgerechten. ‘Salland heeft zoveel te bieden.’
Op een herfstachtige woensdagmiddag is het een drukte van belang bij Iedereen aan Boord, een bijzondere school in het eeuwenoude centrum van Deventer. De lunchpauze is net voorbij, en leerlingen – uit onder andere Syrië, Iran, Jemen en Turkije – zoeken hun lokalen op om hun lessen te volgen. Op deze plek volgen statushouders en asielzoekers een intensief voorinburgeringstraject.
Enorm succes
Sinds november 2023 wordt hier niet alleen taalles gegeven, maar worden de leerlingen ook begeleid in hun zoektocht naar werk, leren ze ons land (en de cultuur) kennen en krijgen ze onder andere zangles en leren ze digitale vaardigheden. Het is een enorm succes. Iedereen gaat hard vooruit. Sommigen zijn pas een half jaar in Nederland, maar spreken onze taal al behoorlijk goed.
Door uitstapjes naar bijvoorbeeld musea raken de leerlingen steeds meer thuis in Nederland, maar de streek waar de school staat, moet natuurlijk ook ontdekt worden. En omarmd, als het aan Ben Ellenbroek (62) ligt. De hospitality trainer annex kok, geboren en getogen in Raalte en stapeldol op ‘zijn’ Salland, geeft vandaag een workshop ‘Sallands Koken’ aan elf leerlingen van de school.
Want lang niet iedereen weet dat de regio een rijke eetcultuur heeft. ‘Maar die is er wel degelijk. Dat was voor mij een belangrijke reden om een paar jaar geleden mijn Sallands Kookboek te maken’, vertelt de goedlachse Ellenbroek. ‘Salland heeft zoveel te bieden. Bovendien was zo’n boek er nog niet. Nu kan iedereen thuis Dalfser möppies, Sallandse gehaktballe of Diekse stoafpere maken.’
Tijdens de interactieve workshop vraagt Ellenbroek, die op deze school eerder al een workshop over de Nederlandse keuken gaf, de leerlingen of zij al een beetje geproefd hebben van de Nederlandse keuken. Stroopwafels en hagelslag kennen de meesten inmiddels wel. ‘En kaas en aardappelen!’, zegt een man achter in de klas. Heel lekker.’
Kalfszwezerik op z’n zondags
Tijdens de workshop passeren meerdere streekgerechten de revue. Kalfszwezerik op z’n zondags bijvoorbeeld. En dungesneden Brandrode (een rundersoort) met koolraap en Hendricus-stroop. Ter plekke laat Ellenbroek zelfs zien hoe je met een speciale pan kniepertjes (een dunne, harde wafel) maakt.
De twee directeuren van Iedereen aan Boord, Laura Faber en Sanne Terlouw, zijn van mening dat workshops zoals die van vandaag veel toevoegen. ‘Statushouders willen niets liever dan integreren’, zegt Faber. ‘Ze staan te popelen om hun nieuwe land te leren kennen. Dan is het superleuk om in de tradities en de keuken te duiken van de streek waar ze wonen. Je betrekt ze meteen bij de regio.’
Cruciaal
Faber en Terlouw vinden voorinburgering cruciaal. Ze willen er alles aan doen om deze mensen, die zonder uitzondering uit moeilijke situaties komen, gelukkig te maken. Ze moeten zich welkom voelen en hun talenten kunnen ontplooien.
‘In de praktijk moeten asielzoekers echter vooral wachten’, zegt Faber. ‘Ze mogen meestal niet werken en kunnen de taal pas gaan leren als de officiële inburgering begint. Dat moest echt anders, vonden wij. Je moet mensen niet lang laten wachten in de asielketen. Je moet ze meteen activeren en stimuleren om de taal te leren. Als je ze drie jaar laat wachten, is de kans dat ze de taal uiteindelijk leren en mee kunnen doen in de maatschappij veel kleiner.’
Taalniveau omhoog
‘Op onze school krijgen leerlingen vier dagen per week les, van negen tot vier. Veel taalles, maar dus ook andere activiteiten. In de eerste vijf maanden waren alle 45 deelnemers van de eerste pilot minstens een taalniveau opgeschoven en zijn negen deelnemers naar werk of vrijwilligerswerk begeleid. We hebben inmiddels 77 leerlingen. Uiteindelijk willen we naar 220, maar dan zal er een dependance moeten komen.’
Na afloop van de workshop kletst Ellenbroek nog even met een van de deelnemers, Mogos, een 45-jarige collega-kok uit Eritrea. Hij was degene die kaas en aardappelen zo lekker vindt. Maar… de pepers in ons land vindt hij volgens Ellenbroek maar zo-zo.
Mogos beaamt dat een tikje aarzelend. Hij wil niet ondankbaar lijken. ‘Ik heb mijn eigen kruidenmix ontwikkeld, met chilipepers uit het buitenland. Die mix is medium hot. Niet al te pittig, daar houden jullie niet van. Ik heb een coach die mij helpt met mijn ideeën, zodat ik mijn eigen bedrijf kan beginnen. Het ondernemingsplan ligt er al. We zijn ook al samen op pad geweest om naar machines te kijken waar ik de kruiden mee kan mixen en vermalen. Uiteindelijk wil ik graag een winkelpand huren.’
Blijven dromen
Faber noemt Mogos een goed voorbeeld van de ondernemersgeest die bijna alle leerlingen hebben. ‘Veel landen in het Midden-Oosten en Afrika hebben een sterke ondernemerscultuur, waardoor mensen vol ideeën zitten’, zegt ze.
‘Wij willen ze helpen om die ideeën hier in Nederland vorm te geven. Op een realistische manier, maar ook zo dat ze kunnen blijven dromen. De coach waar Mogos het over heeft, kwam via Qredits, een ondernemersschool voor statushouders. Zij hebben een speciaal programma opgezet, ook bij ons op school, waarbij statushouders veertien lessen krijgen. Ze krijgen allemaal een coach toegewezen – een (voormalig) ondernemer die met ze meedenkt.’
Ellenbroek bewondert de ambitie en het optimisme van Mogos, die zonder zijn vrouw en dochter gevlucht is uit zijn thuisland en nog midden in de procedure met de IND zit. ‘Je weet nooit zeker of het lukt, je eigen bedrijf. Maar hij gaat er echt voor.’
Bij Iedereen aan Boord hebben ze gezien dat mensen heel snel vooruitgang boeken als je in ze investeert. ‘In Nederland is er een groot tekort op de arbeidsmarkt, maar we laten mensen jarenlang wachten in asielzoekerscentra’, zegt Faber. ‘Als we hun potentieel sneller zouden inzetten, zou dat ook gunstig zijn voor de arbeidsmarkt.’
‘Daarnaast proberen we met creativiteit iedereen een rol en verantwoordelijkheid te geven, zelfs als ze nog niet perfect Nederlands spreken. Dat helpt enorm. Door middel van activiteiten zoals koorzang en theater, waar ze met Nederlanders in contact komen, helpen we ze ook om verbinding met anderen te maken. Ze leren niet alleen de taal, maar ook om stevig in de Nederlandse maatschappij te staan.’
Eten verbindt óók, dat weet iedereen. En met de kookworkshop van Ben Ellenbroek hebben de leerlingen van Iedereen aan boord in elk geval weer iets meer binding met de regio. Want wie houdt er nou niet van Moe’s Appeltaerte?
De geschiedenis van eten in Salland
De geschiedenis van eten in Salland is grotendeels gebaseerd op landbouw en veeteelt; het gebied is immers al eeuwenlang een landbouwregio. Boeren verbouwden gewassen zoals aardappelen, rogge en bieten. Ook veeteelt, vooral varkens, koeien en kippen, was belangrijk voor de voedselvoorziening.
Vroeger waren de maaltijden eenvoudig en afhankelijk van wat er lokaal beschikbaar was. Mensen aten brood, aardappelen en groenten van het seizoen. Vlees was een luxeproduct en werd vaak alleen gegeten op feestdagen of bij speciale gelegenheden.
In de negentiende en vroege twintigste eeuw werden energierijke gerechten zoals balkenbrij, stamppot, krentenwegge, roggebrood en spekpannenkoeken vaak bereid met lokale ingrediënten zoals aardappelen, varkensvlees en boekweit. Het gaf de boeren kracht voor hun zware werk.
Omdat er geen moderne conserveringsmethoden of koelkasten waren, was men afhankelijk van wat er per seizoen beschikbaar was. In de herfst en winter werden gerechten zoals balkenbrij en stamppot populairder, omdat de ingrediënten uit voorraden kwamen die lang bewaard konden worden. Hoewel Salland altijd zijn eigen tradities heeft gehad, waren er ook invloeden uit andere delen van Nederland en van over de grens, bijvoorbeeld uit Duitsland. Deze invloeden zijn bijvoorbeeld terug te zien in bepaalde vleesgerechten.
In de loop der tijd is de Sallandse keuken gemoderniseerd, maar veel traditionele gerechten worden nog steeds bereid. Krentenwegge wordt vaak geserveerd bij kraambezoek, kniepertjes rond de jaarwisseling en balkenbrij in de winter. Ook worden gerechten zoals boerenkool en hete bliksem nog vaak gegeten tijdens koude maanden. Het voortbestaan van deze gerechten houdt de culinaire geschiedenis van Salland levend.
- Auteur: Suus Ruis
- Fotograaf: Martin Hogeboom


























