

‘Kinderen worden op school veel meer betrokken bij van alles’
Oud & NieuwDe ene leerde schrijven met een kroontjespen, de ander is van de digibordgeneratie. Nu leren ze allebei kinderen lezen, schrijven, rekenen en burgerschap op basisschool de Vlonder in Wedde. Engelina Reininga (62) werkt daar al 27 jaar; haar collega Paul Veldkamp ís 27. Een gesprek over onderwijs toen en nu, over kinderen, de rol van ouders en de digitalisering van het onderwijs.
In het jaar dat Engelina Reininga op basisschool de Vlonder kwam werken, 27 jaar geleden, werd Paul Veldkamp geboren. Een jaar of vijf terug trad hij zelf tot het lerarenteam toe. ‘Het is nu heel anders dan toen ik zelf op de basisschool zat’, vertelt hij. ‘De iPad heeft zijn intrede gedaan. Het digibord. Sommige scholen werken met Chromebooks. En je hebt nu ook met AI te maken.’
Dat verandert niet alleen de manier van leren voor de kinderen, maar ook die waarop de leerkrachten hun lessen voorbereiden. ‘Het kan interessant zijn daar AI voor te gebruiken, om er ideeën uit te halen’, aldus Veldkamp. ‘Wij haalden onze informatie uit boeken’, zegt Reininga. Zelf leerde ze schrijven met een kroontjespen en een in de tafel verzonken inktpot, lacht ze, dat liet overal vlekken achter. ‘En tijdens mijn opleiding moest ik nog examen doen in bordschrijven.’
Digitalisering
Na het krijtbord kwamen de whiteboards, waarop je magneten kon gebruiken en dus pictogrammen kon inzetten bij de lessen. ‘En nu werken we in Gynzy’, zegt Veldkamp, een online leeromgeving. De digitalisering heeft veel veranderd en in zijn relatief korte loopbaan is op dat gebied al veel gebeurd. ‘Neem alleen al het gebruik van AI. Twee jaar geleden was dat nog ondenkbaar.’

De gang naar digitaal is onvermijdelijk, zeggen ze. Veldkamp: ‘De hele wéreld is digitaal, de kinderen moeten erop voorbereid zijn.’ Bovendien, zeggen ze, zijn de voordelen groot. Reininga: ‘Kinderen kunnen bijvoorbeeld al heel goed een powerpoint maken. Daar maken ze hartstikke mooie dingen mee.
Van iPad naar papier
En waar we zien dat ‘ouderwets’ op papier werken beter is, doen we dat. Met rekenen bijvoorbeeld, dan wil je alle stapjes van je berekening in de kantlijn schrijven, en bij begrijpend lezen wil je zinnen kunnen markeren als je dat nodig vindt. Daarmee zijn we weer teruggegaan van iPad naar papier. Die vrijheid hebben we.’
Als je dingen opschrijft, beklijven ze beter, weten de twee. ‘En het is ook goed voor de motoriek. Maar andere taken doen we juist wel op de iPad. Met een digitaal systeem kunnen de kinderen zelf in de gaten houden welke doelen ze moeten behalen en hoeveel vooruitgang ze boeken.’ Als wij het vroeger goed hadden gedaan, herinnert Reininga zich, ‘zette de juf een krulletje in de kantlijn, en bij drie krullen kreeg je een sticker. Nu krijgen kinderen veel meer inzicht in hun eigen vorderingen.’
Kinderen worden op school sowieso veel meer betrokken. Reininga: ‘Wij kregen in onze jeugd hooguit te horen of de juf of meester tevreden was of niet. Nu mogen kinderen bij de oudergesprekken aanwezig zijn.’
Nieuwe rol
Deze aanpak past ook bij de nieuwe rol van de leerkracht, zeggen beiden. Die is in de afgelopen decennia flink veranderd. Vroeger waren juffen en meesters autoriteiten wier wil wet was, vandaag de dag zijn ze eerder een coach. Ook gebeurt er veel meer in samenspraak. Elke dag, zegt Veldkamp, hebben hij en zijn collega’s wel spontane oudergesprekjes. ‘Je zou kunnen zeggen dat er nu meer samenwerking is tussen ouders en leerkrachten.’
Dat geldt ook voor de leerkrachten onderling, zegt Reininga. Vroeger was de hoofdmeester heel bepalend, nu bespreken ze alles en leren ze van elkaars ervaring of frisse blik. ‘We zijn nu meer een team.’ Het helpt ook, geeft ze toe, dat de Vlonder met zo’n zestig leerlingen een kleine school is.
Nog een verandering: de administratie van taken en leerplannen die erbij is gekomen – steeds meer dingen moeten worden vastgelegd. Dat is niet per se leuk, maar wel belangrijk, want zo weet iedereen waar hij aan toe is, ook de invallers.
Minder voorgekauwd
Nog iets. Waar vroeger de juf een samenvatting maakte die de kinderen overschreven, moeten ze dat nu veel meer zelf doen. De tafels worden niet meer opgedreund. ‘Er wordt veel minder voorgekauwd.’
Bij begrijpend lezen worden nu, in plaats van kinderboeken, teksten bestudeerd die over geschiedenis of aardrijkskunde gaan; twee vliegen in één klap. Ook krijgen kinderen nu les in burgerschap, kortweg: hoe je met elkaar omgaat. De wereld verandert, zeggen Reininga en Veldkamp, kinderen krijgen steeds meer te maken met mensen van andere afkomsten, met andere religies en geaardheden, het is belangrijk dat ze deze wereld begrijpen. ‘Maar we zullen ze altijd blijven leren lezen en schrijven.’
Wat niet veranderd is in al die jaren, is de onvoorspelbaarheid van het vak – geen twee dagen zijn hetzelfde. De mooie dingen die ze meemaken, de ontroerende en grappige gesprekken in de kring of op het schoolplein. Je kunt écht iets betekenen, iets toevoegen, iedereen herinnert zich wel die ene juf of meester van vroeger. Ze glimlachen beiden. Veldkamp: ‘Daar mogen we onszelf misschien weleens wat meer bewust van zijn.’
- Auteur: Karin Sitalsing
- Fotograaf: Merlijn Doomernik















