5 min

‘Je kunt je dromen najagen en toch realistisch blijven’

Oud & Nieuw

Toen techneut Gerrit van Emous uit Putten aan zijn loopbaan begon, was het devies: hard werken en veel sparen, dan bouw je iets op voor later. Voor zijn zoon Jelmer - net afgestudeerd als historicus - is het toekomstperspectief minder optimistisch: hoe hard hij ook werkt, een huis kopen zit er waarschijnlijk niet in. Wat ze wel delen, is hun streven naar een balans tussen gelukkig zijn en geld verdienen. ‘Ik zit beter in mijn vel sinds ik minder werk en meer kunst maak.’

Toen de moeder van Gerrit van Emous (63) in 2011 overleed, kregen alle dertig kleinkinderen een envelopje van haar. Ze was begonnen met sparen toen ze op de lagere school zat: elke maandag legde ze één cent opzij. Later werd het iets meer, daardoor kon ze nu iedereen 100 euro geven. Het ontroerde Gerrit. ‘Dat zoiets kleins, puur door vol te houden, iets van betekenis wordt; dat vind ik mooi.’

Sparen voor later, zorgen voor vlees op de botten; het is een mentaliteit die Gerrit van zijn ouders overnam. Door hard te werken en veel opzij te leggen, kon hij in 1985 samen met zijn vrouw Koos een woonboerderij kopen in Putten. Ze brachten er drie zoons groot; de jongste, Jelmer (26), woont er nog. Het gezin beleefde er vette, maar ook magere jaren.

We groeiden veel te hard

‘Ik begon in 2005 een eigen bedrijf in machinebouw’, vertelt Gerrit. ‘Dat liep heel goed, binnen een jaar had ik dertig man aan het werk. Maar we groeiden veel te hard. Toen in 2008 de financiële crisis uitbrak, hadden we te weinig armslag om te overleven. Niet lang daarna gingen we failliet.’ Die klap kwam hard aan. ‘Ik was er kapot van. Vooral de schaamte en het schuldgevoel richting mijn collega’s drukten zwaar op me, het voelde alsof ik vrienden in de steek liet. Ik voelde me ongelofelijk slecht.’

Jelmer - net afgestudeerd als historicus - herinnert zich niet veel van die zwarte periode. ‘Ik was twaalf en had net het gamen ontdekt, ik zat veel in mijn eigen wereld. Maar wat me wel opviel, was dat pa ’s avonds nooit meer in touw was, terwijl hij normaal gesproken na werktijd áltijd bezig was met metaalbewerken.’

Kunst maken om te uiten

Het duurde inderdaad even voordat Gerrit weer in staat was om creatief te zijn. ‘Ik begon met het maken van collages. De eerste waren erg somber; daar kroop het bloed uit. Het maken van kunst hielp me om mezelf te uiten en mijn gedachten te ordenen. In 2009 maakte ik voor het winterfeest in het dorp een ijssculptuur van een hand met een gebroken glas wijn – halfvol. Dat was een symbolisch keerpunt: ik ging de positieve kant van het leven weer zien.’

Gamen helemaal zat

Jelmer erfde het creatieve talent van zijn vader. ‘Enkele jaren geleden vond ik een schetsboekje van hem, vol supergave tekeningen’, vertelt Gerrit. ‘Ik gaf hem wat verf en een stuk karton en nodigde hem uit om eens wat te schilderen.’ Die uitnodiging kwam precies op het juiste moment voor Jelmer.

‘Ik besteedde al mijn vrije tijd aan gamen, maar het bevredigde me totaal niet meer. Dat was ik helemaal zat’, vertelt hij. ‘Schilderen werkt heel anders. Het brengt me in een flow waarin niets anders meer telt, ik word er nooit moe van. Voor ik het weet, is het vijf uur ’s ochtends.’ Dat gevoel is herkenbaar voor Gerrit. ‘Mijn passie ligt bij het bewerken van brons en staal. Ik sta bijna elke avond onder mijn afdak iets te maken, het geeft me een gevoel van vrijheid.’

‘Mijnouderskondendoorhardtehardwerkeneenprachtigvrijstaandhuiskopen.Voormijngeneratieiseentinyhousealheelwat’

Oeuvreprijs

De kunst die vader en zoon maken, is inmiddels méér dan een hobby. Jelmer verkocht al tegen de honderd schilderijen en Gerrit mag zichzelf hofleverancier van de Nederlandse Schaatsbond noemen; hij maakte zelfs een oeuvreprijs voor Sven Kramer en Ireen Wüst.

Jelmer zou het liefst van schilderen zijn beroep maken, maar kiest – net als zijn vader – voorlopig voor een combinatie met een baan in loondienst. Gerrit: ‘Je moet realistisch zijn: bijna niemand kan rondkomen van kunst maken alleen. Als Jelmer een baan zoekt voor vier dagen per week, kan hij de vijfde dag schilderen. Zelf werk ik tegenwoordig ook vier dagen bij een machine­bouwer, ik vind het een perfecte balans.’

Jelmer hoopt wel dat de balans voor hem over een tijdje nog wat verder opschuift. ‘Ik schilder steeds meer in opdracht, het wordt een steeds serieuzer onderdeel van mijn inkomen. Maar of ik er ooit een huis van zal kunnen kopen, betwijfel ik. Mijn ouders groeiden op in de jaren zestig en zeventig, toen de bomen nog tot aan de hemel reikten. Ze hebben later een prachtig huis met veel grond kunnen kopen.

Voorlopig nog onder één dak

Maar voor mijn generatie is dat niet meer realistisch, waarschijnlijk is een tiny house het hoogst haalbare.’ Gerrit vindt het onacceptabel dat er qua wonen zo weinig perspectief is voor jongeren. ‘Wat voor ons normaal was, is dat nu niet meer. In Putten koop je geen huis meer voor minder dan drie ton, terwijl wonen gewoon een basisbehoefte is! Ik denk dat jongeren daarom ook niet allemaal meer een fulltime baan ambiëren: waarom zou je jezelf kapot werken als je toch geen huis kunt kopen?’ Het ziet er dus naar uit dat Gerrit en Jelmer voorlopig nog onder één dak wonen en kunst maken.

‘Mijn vader hamert erop dat ik een goede prijs voor mijn werk moet vragen. Maar wat is redelijk? Dat vind ik lastig’, vertelt Jelmer. Gerrit lacht: ‘En dat terwijl ik zelf zoveel werk heb weggegeven! Ach, het is ook gewoon leuk om iemand blij te maken. Balans, daar draait het om.’ <

  • Auteur: Laura van der Burgt
  • Fotograaf: Merlijn Doomernik

Meer lezen over dit onderwerp?