Vorig artikel

8 min

Zuiderzeemuseum: waan je honderd jaar terug in de tijd

Reportage

Dwalend door de klinkerstraatjes van het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen waan je je honderd jaar terug in de tijd. Hier vormen historische gebouwen van rond de voormalige Zuiderzee een dorp waar kinderen zich kunnen verkleden, de touwslager zijn ambacht uitoefent, vissers in de haven druk in de weer zijn en acteurs het leven op Urk nabootsen. Dit jaar staat de Markerhaven centraal op het programma. Aan het woord Meindert de Boer, hoofd van de maritieme collectie.

Als inwoner van Noord-Holland kun je niet om het Zuiderzeemuseum heen. Het was dan ook niet de eerste keer dat ik er een gerookte haring at en er een praatje maakte met de zeilmaker, maar het was wél de eerste keer dat ik het Zuiderzeedorp, oftewel het buiten­museum, bezocht als correspondent van Rabo &Co.

Meindert de Boer, sinds 2009 hoofd van de maritieme collectie, wacht mij op in de haven. Hij was even daarvoor nog bezig met het restaureren van de bodem van een schip. ‘Behalve voor de historische pareltjes hier ben ik ook verantwoordelijk voor de boten die uitvaren met bezoekers, de schepen in het depot en de exemplaren die te bewonderen zijn in de schepenhal van ’t Schathuys, zoals het binnenmuseum wordt genoemd’, vertelt hij.

Werkplek

‘In totaal bestaat onze collectie uit zo’n negentig vaartuigen. Van groot tot klein en van vracht- tot vissers-, polder- en binnenvaartschepen. Stuk voor stuk pracht­exemplaren, waarbij de ijszeiler uit 1750, toen we nog echt strenge winters hadden, mijn favoriet is. Aan het onderhouden, restaureren en het beheer daarvan, heb ik, samen met mijn team, een behoorlijke dagtaak. Maar kijk om je heen, een betere werkplek kun je je als schipper toch niet voorstellen?’

Het Zuiderzeemuseum bestaat al 77 jaar. Eerst was er het binnenmuseum, dat gevestigd is in het Enkhuizer Peperhuis, een voormalig VOC-pakhuis. Hier zijn tot op de dag van vandaag verschillende vaste tentoonstellingen, zoals Zee vol Verhalen, en wisselende exposities te zien. In 1983 volgde het openluchtmuseum.

Straatje uit Harderwijk

Het idee voor het museum ontstond nadat in 1932 de bouw van de Afsluitdijk voltooid was en men vreesde dat door het afsluiten van de Zuiderzee de geschiedenis en cultuur van de plaatselijke vissersgemeenschappen verloren zouden gaan. Dus smeedde een aantal mensen – onder wie Siebe Jan Bouma, destijds kartrekker én directeur van het Openluchtmuseum in Arnhem – het plan voor een museum waar je het alledaagse leven in een voormalig Zuiderzeedorp kunt ervaren.

‘Vanzelfsprekend moest dit dorp aan de voormalige Zuiderzee liggen en dat werd dus Enkhuizen’, vervolgt De Boer. ‘Sindsdien zijn er panden en soms zelfs hele straatjes, zoals een uit Harderwijk, verzameld. De meeste panden werden gered van de slopershamer, om het verplaatsen van andere gebouwen werd soms lang getreurd door de plaatselijke bevolking. Om de realiteit zo goed mogelijk na te bootsen, spaarde men ook gebruiksvoorwerpen, inboedels en gereedschap van rond 1900.’

Enkhuizen

Het eerste gebouw dat geplaatst werd, was de Wieringerkapel uit Den Oever. Nadat de kapel was afgebroken, werd hij in Enkhuizen aan de hand van foto’s en tekeningen steen voor steen weer opgebouwd. Vervolgens was men jarenlang in de weer met de wederopbouw van panden uit tal van plaatsen.

‘Inmiddels telt het museum honderdveertig historische gebouwen’, aldus De Boer. ‘En ze zien er allemaal anders uit, omdat ze dateren uit verschillende periodes. Elke plaats aan de Zuiderzee had namelijk zijn eigen gewoontes, klederdracht, schepen, godsdienst, bestrating, tuinaanleg en bouwstijl. Ook de kleur van de huizen en de kozijnen verschilde per gemeente. Zo waren de Markerhuisjes aan de buitenkant sober en zwart, maar eenmaal binnen was het een pronkerige bedoening, in tegenstelling tot de interieurs van de vissers­families in Hoorn en Monnickendam. Zij leefden veel soberder.’

Terug in de tijd

In het Zuiderzeedorp draait alles om de ervaring hoe het er in de voormalige Zuiderzeegemeenten aan toe ging. Al dwalend door de klinkerstraatjes waan je je ruim honderd jaar terug in de tijd. In het dorp wordt gewoond, gewerkt, gekookt, gepoetst, geleerd en gerecreëerd. Zo zijn er een visrokerij, een bakkerij, een postkantoor, een filmhuis, een apotheek, een kapper, een slagerij, een café en een snoepwinkel. In het schooltje wordt tijdens de weekenden en vakanties aardrijkskunde- en schrijfles gegeven, op het plein worden oud-Hollandse spelletjes gedaan en er is zelfs een boerenleenbank.

‘AlsjedebewonersvraagtnaardeAfsluitdijk,kijkenzejeaanalsofzehetinKeulenhorendonderen’

Er zijn verschillende ambachtslieden aan het werk: van een mandenmaker, een borstelmaker en een zeilmaker tot een smid en een touwslager. Overal worden demonstraties gegeven en per ambacht is er een leermeester die zijn kennis overdraagt aan de bezoekers en de vrijwilligers.

Zeilschepen

De Boer neemt me mee naar de zeilmakerij, waar Karin Klouwers op een zeilmakersbankje met naald en draad in de weer is. Ze werkt hier al acht jaar als leermeester. ‘Wij zijn hier voor de bezoekers, voor het behoud van kennis én voor het onderhoud van onze collectie zeilschepen. Alles wat wij hier maken en repareren is voor onze schepen. Hetzelfde geldt voor hetgeen de touwslager en de nettenboeters doen’, vertelt Klouwers. Voorheen werkte ze als zeilmaker met moderne uv-bestendige Dacron zeilen, nu met katoenen zeilen.

Werken met een natuurproduct heeft haar voorkeur, al bezorgde het haar in het begin behoorlijk wat kramp in haar vingers, omdat het fysiek zwaar is. ‘Vroeger zaten de meeste zeilen onder de stiksels en reparatiestukken’, vervolgt ze. ‘Destijds gingen we veel duurzamer met onze spullen om en werd een zeil pas weggegooid als het tot op de draad versleten was en er echt niets meer kon worden hergebruikt.’

Klouwers krijgt een vraag van een bezoeker en wij vervolgen de rondleiding richting de rokerij voor een harinkje. ‘Behalve vis kun je hier ook gevulde koeken, oud-Hollands snoep en kaas kopen. Voor andere boodschappen moet je echt de stad in’, lacht De Boer.

Altijd in hun rol

Via de Urkerbult, waar de was aan de lijn wappert, lopen we richting de Markerhaven. Onderweg zien we de dienstmeid voor haar huis aardappels schillen en maken we een praatje met de voddenboer, die zegt op weg te zijn naar het café. Omdat het gaat regenen, maken we een tussenstop in de kleedruimte. ‘Dit is de kleedruimte voor de acteurs’, vertelt De Boer. ‘Hier mogen alleen medewerkers van het museum komen.’

En inderdaad, er staan klompen, oude schoenen en aan een rek hangen overjassen, schorten, werkbroeken en hemden. ‘De aanwezigheid van acteurs, zoals de dienstmeid en de voddenboer die we net zagen, zorgt voor de verlevendiging van het museum. Ze zijn getraind, historisch onderlegd én ze blijven altijd in hun rol. Als je hun vraagt naar de Afsluitdijk, kijken ze je aan alsof ze het in Keulen horen donderen. De Afsluitdijk? Daar hebben ze nog nooit van gehoord.’

Omdat dit jaar alles in het teken staat van de verlevendiging van de Markerhaven, is er een schippersvrouw aan het team van acteurs toegevoegd. Zij woont met haar gezin op de met aardappels geladen Hektjalk in de haven. ‘Haar script is geschreven aan de hand van een interview met de dochter van de familie die destijds op het schip leefde en is gecheckt door conservatoren. Dat geldt overigens voor alles wat je hier ziet en hoort. Zelfs de appelbomen zijn van een ras dat je rond 1900 zag’, zegt De Boer.

Afsluitdijk

De zon schijnt weer en we lopen richting de haven, een replica van hoe de Markerhaven er halverwege de 19de eeuw uitzag. ‘Behalve 550 medewerkers, waarvan zo’n 300 vrijwilligers, heeft het museum ook een vaste bewoner’, vervolgt De Boer. ‘Gerard, onze havenmeester, woont op een vrachtschip uit 1897. Hij en zijn vrouw reisden met het schip, waarmee vroeger basaltblokken zijn vervoerd om de Afsluitdijk mee te dichten, door Europa. Dertien jaar geleden meerden ze aan in dit haventje en sindsdien zijn ze niet meer weggegaan.

Inmiddels is Gerards vrouw overleden en alhoewel hij zelf nog springlevend is, heeft hij ons beloofd dat het museum zijn schip mag houden als hij ooit, en ik hoop dat dat nog lang duurt, mocht komen te overlijden’, aldus De Boer.

We zijn bij de uitgang, de rondleiding zit erop. Tot slot nog één vraag. Wat maakt het Zuiderzeemuseum zo bijzonder? ‘Dat het allemaal zo echt lijkt. Regelmatig krijg ik de vraag of er hier echt gewoond wordt. Of de dienstmeid echt in de bedstee slaapt. Ik sprak zelfs een keer mensen, die hier net als veel van onze bezoekers per boot arriveerden, die dachten dat dit hier Enkhuizen was. Ze hadden niet door dat er achter de stenen muur nog een hele stad ligt.’

  • Auteur: Ymke van Zwoll
  • Fotograaf: Bertil van Beek

Natuureducatie op kinderboerderij ’t Weidje

BuurtSupport

Wat vind jij van de digitale Rabo &Co?

Wat fijn dat je je mening wilt geven over de digitale Rabo &Co. Daar zijn we heel blij mee.

max. 500 tekens