Vorig artikel

8 min

Meaningful Matter tovert scherven om tot duurzaam porselein

Reportage

De Rotterdamse ontwerper Lotte Douwes (44) maakt met haar bedrijf Meaningful Matter serviezen en interieurproducten van keramiekafval. Haar streven is om het productieproces en haar ontwerpen geheel circulair te maken. In haar studio en werkplaats laat ze zien wat daar allemaal bij komt kijken en vertelt ze waarom haar werk zo belangrijk is. En wat de uitdagingen zijn. ‘Het voelt als een catch 22: om te groeien hebben we grotere opdrachten nodig, maar om die te krijgen, moeten we eerst groeien.’

Op een grauwe winterdag bezoeken we ontwerper Lotte Douwes in haar werkplaats, gevestigd in een groot pand aan de Rotterdamse Keilestraat, waar meerdere creatievelingen huizen. Het is er te koud om je jas uit te doen. Maar eenmaal in haar kantoor/studio, gelegen boven de werkplaats, is de temperatuur comfortabel.

‘De buurvrouw is glasblazer’, legt ze uit. ‘Haar ovens verwarmen ook mijn ruimte. Maar ze gebruikt ze misschien één keer per kwartaal. Dit pand heeft een beperkte energietoevoer, ’s winters is het hier ijskoud.’

In het kantoor puilen hoge, ijzeren stellingkasten uit met onder meer stapels boeken, designtijdschriften en verpakkingen voor de kwetsbare producten die Douwes maakt. Overal staan dozen en tassen vol gebroken porselein en aardewerk. Het rommelige beeld contrasteert met haar design. Dat straalt juist een serene rust uit. Het staat uitgestald op een muurkast (verfijnd servies in zachte tinten) en hangt boven het bureau en de tafel (porseleinen lampjes en hangende stopcontacten in dezelfde kleuren).

Terwijl ze koffie schenkt in zelfgemaakte kopjes vertelt Douwes over haar missie: ‘Ik wil de keramische industrie verduurzamen door mooie, functionele producten te maken met gerecyclede materialen.’ De keramiekindustrie is zeer vervuilend, legt ze uit. ‘De grond en de mijnen waaruit de klei wordt gewonnen, raken uitgeput, bij de productie komt heel veel CO₂ vrij en ontstaan bergen afval. De import, meestal vanuit het oosten naar het westen, leidt tot enorme vervoersstromen.’

Steeds weer nieuw

‘In onze cultuur is het normaal geworden om steeds weer nieuwe producten te kopen. Wat niet meer hip is, gooien we weg. En hoewel keramiek een natuurproduct is, duurt het heel lang voor het is afgebroken, bij een scherf porselein wel zo’n vierduizend jaar. Toen ik dit ontdekte, besloot ik het anders te gaan aanpakken.’

‘InChinazagikhoewedeaardeuitputten,maarontdekteikookalternatieven.Ikbendaarvoorheteerstgaanwerkenmetscherfafval’

Douwes verzamelt gebroken porselein, ze haalt het bij kringloopwinkels en bij restaurants en winkels, zoals De Bijenkorf en Gouwe (Kl)ouwe, een Rotterdamse buurt-HUB. Ze experimenteert vervolgens met grovere en fijnere malingen van het gebroken materiaal. ‘Machines die dit kunnen, zijn erg duur’, zegt ze. ‘Daarom werk ik samen met bedrijven die stenen vermalen, veelal uit de bouwindustrie.’ Ze laat een grote zak fijngemalen porselein zien. ‘Hierin zie je nog sporen van gekleurde of geglazuurde scherven. Alles wordt gezeefd, maar je krijgt het nooit helemaal schoon. Toch probeer ik zo veel mogelijk van deze mix opnieuw te gebruiken.’

Servies met een boodschap

Haar ontwerpen variëren van de eerder genoemde lampjes en kopjes tot hele serviezen. Douwes laat een geel, glasachtig model van een bord zien dat hoort bij de serie Flora Aeterna, een servies gemaakt van klei met veertig procent scherfafval, waarin inheemse bloemen zichtbaar zijn. ‘Het reliëf is gemaakt van echte bloemen die ik heb gedigitaliseerd en toen 3D geprint en in de mal bevestigd. Met dit servies wil ik laten zien dat de aarde waarop wij staan dezelfde is waarin planten en bloemen groeien en waar ook porselein uit voortkomt. Als je je koffie uit een kopje drinkt, sta je daar toch nooit bij stil?’

Haar liefde voor keramiek, en voor porselein in het bijzonder, ontstond al op jonge leeftijd, vertelt ze. ‘Mijn moeder had een exclusieve servies- en tafelwinkel. Ik mocht met haar mee op reis door heel Europa, op zoek naar bijzondere stukken. Toen al was ik gefascineerd door porselein, omdat het zo dun en fijn oogt, maar tegelijkertijd zo sterk is.’

Ze ging studeren aan de Design Academy in Eindhoven en begon al voor haar afstuderen in 2011 haar eigen ontwerpstudio. Om zich verder te verdiepen in de wereld van het porselein, verbleef ze langere tijd in China, Peru en Nieuw-Zeeland, landen waar een groot deel van de kleiwinning plaatsvindt en waar het oorspronkelijke porselein vandaan komt. ‘Tijdens mijn verblijf daar zag ik pas echt hoe we de aarde uitputten, maar ontdekte ik ook alternatieven. In China ben ik voor het eerst gaan werken met scherfafval.’

Tegenwoordig is ze meer bezig met het ontwikkelen van hernieuwbaar materiaal dan met het ontwerpen van producten. In de studio tegenover haar kantoor laat ze samples zien van allerlei verschillende recepten. In stellingkasten staan tientallen miniatuurbordjes en kommetjes, allemaal net weer anders van textuur en kleur.

Grijzige spikkels

‘Ik ben heel veel bezig met testen, op zoek naar de perfecte balans tussen duurzaamheid en functionaliteit.’ Ze pakt een bordje. ‘Kijk, dit is er een van honderd procent afval. Er zat materiaal in dat als glazuur werkt, zo heeft het zichzelf feitelijk geglazuurd. En hierin zit metaal’, vervolgt ze, terwijl ze een klein bordje laat zien van tachtig procent afval waarin duidelijk grijzige spikkels zitten.

Ook in deze ruimte staan tassen en kisten vol scherven. Herkenbaar zijn soms kapotte schalen, kopjes en halve theepotten van merken als Iittala en HK Living. ‘Sorry voor de rotzooi’, lacht Douwes, ‘binnenkort staat weer een maalsessie gepland, daarna is het weer opgeruimd. Deze lichting is helaas niet goed gesorteerd, er zitten zelfs scherven tussen uit restaurants, die niet zijn afgewassen. De etensresten zitten er nog op.’

Beneden in de werkplaats vindt het productieproces plaats. Hier staan kasten vol grote en kleine gipsen mallen, en tafels vol met kopjes, kommetjes, en dezelfde lampen en stopcontacten die we in het kantoor al zagen. Tegen de muur staan twee grote ovens die momenteel niet aanstaan. De temperatuur is hier beduidend lager dan boven. ‘Eigenlijk te koud voor het proces’, zegt Douwes. ‘Onder de achttien graden Celsius wordt klei trager en duurt het langer voor het droogt.’

Lossende mallen

Medewerker Idwert roert in een emmer. ‘Ze is glazuur aan het maken’, vertelt Douwes, terwijl ze een schort om doet. ‘We werken aan een opdracht met grotere aantallen, daarvoor gebruiken we gietklei.’ Ze pakt een emmer en giet de klei die erin zit in een grote mal. ‘Gips onttrekt vocht aan de klei waardoor een hard laagje aan de wand ontstaat’, legt ze uit.

‘Zodra dat de juiste dikte heeft, giet je de rest van de klei er weer uit. Je hebt daarbij lossende mallen, waar het keramiek gemakkelijk uitkomt, en mallen die je uit elkaar kan halen. Het verschilt per kleisoort hoelang het in de mal moet blijven en hoelang het moet worden gebakken. De stook duurt acht tot twaalf uur. Daarna koelt het in de oven af, in totaal blijft het er twee dagen in. Het maken kost dus veel tijd.’

Catch 22

Met steun van Rabo Foundation heeft Douwes twee mensen in dienst kunnen nemen. Ook werkt ze met twee freelancers. Maar om echt impact te hebben, moet Meaningful Matter nog een stuk groter worden. En dat blijkt nog een hele uitdaging. ‘Om op te schalen heb ik grotere machines en ovens nodig. Dat vraagt om investeringen die ik nu nog niet kan terugverdienen. Daarnaast is het essentieel dat we een stabiele stroom van grotere opdrachten krijgen. Maar zolang we geen stabiele productiestroom hebben, blijft die uit. Het voelt als een catch 22: om te groeien hebben we grotere opdrachten nodig, maar om die te krijgen, moeten we eerst groeien.’

Douwes is bezig met een extra werkplaats om meer tegelijk te kunnen doen en heeft onlangs een aanvraag ingediend bij de Stichting Doen voor de Fair Future Challenge, een fonds voor impactvolle ondernemers met duurzame en sociale producten. ‘Als we die krijgen, kunnen we een volgende stap zetten.’

Terwijl ze het zegt, haalt ze een gedroogd lampenkapje uit een mal, snijdt voorzichtig de randjes bij en gooit ze in de ‘restbak’. Zelfs de kleinste restjes worden niet weggegooid. ‘Weet je’, besluit ze. ‘Meer impact maken is zeker mijn doel, maar ik ben er nu trots op dat ik al bewustwording creëer over de misstanden in deze industrie en dat ik bewijs dat er hoogwaardige alternatieven zijn.’

  • Auteur: Deirdre Enthoven
  • Fotograaf: Sanne Donders

Meer lezen over deze onderwerpen?

Natuureducatie op kinderboerderij ’t Weidje

BuurtSupport

Wat vind jij van de digitale Rabo &Co?

Wat fijn dat je je mening wilt geven over de digitale Rabo &Co. Daar zijn we heel blij mee.

max. 500 tekens