

‘We moeten anders gaan kijken naar herstel’
InterviewIn de Stadskamer in Doetinchem kan iedereen terecht die niet zo lekker in zijn of haar vel zit. Zonder indicatie. Doel van deze ontmoetingsplek is dat mensen weer ontdekken waar ze energie van krijgen en dat ze weer in contact komen met anderen. ‘Niet anderen moeten bepalen wat goed is voor mensen, dat moeten ze zelf doen’, vertelt Janneke Rijks, directeur van de Stadskamer. ‘We denken te vaak dat de zorg alle oplossingen biedt.’
Na haar opleiding sociaalpedagogische hulpverlening werkte Janneke Rijks (42) dertien jaar lang in de geestelijke gezondheidszorg. Eerst op de opnameafdeling psychiatrie van een ziekenhuis, later als deeltijdbehandelaar en trajectbegeleider. En al die jaren zag ze hetzelfde: om voor behandeling in aanmerking te komen, hadden mensen een indicatie nodig en zodra ze een behandeltraject in gingen, raakten ze de regie kwijt. Anderen bepaalden nogal eens wat goed voor hen was, vaak uit goede bedoelingen. ‘Er werd vanuit gegaan dat de oplossing voor de problemen van mensen altijd in de zorg ligt’, blikt Rijks terug in haar werkkamer in Doetinchem. ‘Terwijl ze vaak alleen maar even de weg kwijt waren of zochten naar een nieuwe route in hun leven.’
Dat moest anders kunnen, dacht Rijks. ‘Ik kwam op het idee om een Stadskamer op te richten. Een huiskamerachtige voorziening waar iedereen welkom is, zonder indicatie. Wij kijken hier niet of iemand wel “ziek genoeg” is om mee te mogen doen.’ Toen Rijks ontdekte dat er nog twee vrouwen rondliepen met een soortgelijk idee – Everdien Boesveld en Ine Spuls – gingen ze praten met de wethouder. ‘Tot onze verrassing gaf die meteen groen licht’, vertelt Rijks. Ze gaf haar baan op, richtte een stichting op, werd samen met Boesveld aangesteld als directeur van de Stadskamer en richtte een plek in voor de dagopvang van honderd mensen.
Vlammetje
De Stadskamer bleek een succes, al na een jaar kwamen er bijna driehonderd mensen per week. De benadering van de deelnemers verschilt wezenlijk van die van de ggz. Rijks: ‘Hier moeten initiatieven uit de mensen zelf komen. We geven mensen graag de regie terug en vertrouwen op wat zij zelf kunnen. Als hun vlammetje maar weer gaat branden, want daar begint de weg naar herstel als mensen zichzelf even kwijt zijn.’
Allereerst werden er plekken ingericht waar mensen met elkaar koffie kunnen drinken, maar ook een ruimte waar ze kunnen bewegen. ‘Zorg en welzijn terugbrengen naar de essentie’, heet dat bij de Stadskamer. Vervolgens krijgen deelnemers de vraag: ‘Wat vind jij leuk? Waar word jij blij van?’ Rijks: ‘Dat blijkt voor velen een moeilijke vraag, omdat anderen altijd antwoorden gaven in hun plaats. Maar als ze eenmaal zelf een antwoord hebben gevonden, dan zie je ze opfleuren.’
Die antwoorden liepen uiteen van bloemschikken en wandelen tot dingen op papier zetten. En dus regelden de deelnemers zelf een cursus bloemschikken, kwam er een wandelgroep en een schrijfatelier. ‘Waarom zou je alleen met een indicatie dat soort activiteiten mogen doen als je even niet zo lekker in je vel zit?’, vraagt Rijks zich af. Ook richtten deelnemers een winkeltje in waar ze zelfgemaakte spullen verkopen en kun je bij de Stadskamer een computercursus volgen. ‘De ideeën moeten echt uit de mensen zelf komen’, vertelt Rijks. ‘Al heb ik weleens gedacht: help, we gaan line dancen op woensdagmiddag. Zelf zit ik altijd vol ideeën, dus af en toe moet ik echt op mijn handen gaan zitten om niet met een voorstel te komen.’

Waardemakerij
Intussen dijt de Stadskamer uit: er zijn nu dertien locaties in de Achterhoek. In Doetinchem zijn inmiddels een stadswerkplaats en een fietsenmakerij geopend, waar vooral handige mannen lekker aan de slag zijn. Er is ook een daklozenopvang gekomen en vanuit de keuken van de Stadskamer bereiden deelnemers onder leiding van een professionele kok dagelijks zeer betaalbare maaltijden. Rijks: ‘In de hele Achterhoek werken nu vijftig betaalde krachten die worden bijgestaan door vele tientallen vrijwilligers.’
Nieuwe loot aan de stam is de Waardemakerij, een project van investeerders. ‘Allemaal ondernemers die hun sporen hebben verdiend en met een financiële bijdrage iets willen betekenen voor de maatschappij’, legt Rijks uit. In de Waardemakerij, gevestigd in een oud schoolgebouw, kunnen ondernemers zoeken naar nieuwe verdienmodellen. ‘Er zijn bijvoorbeeld ondernemers die gedateerde eiken meubels vermaken tot nieuwe tafels en kasten. Maar we verhuren ook lokalen aan startende ondernemers die willen kijken of ze van hun hobby hun werk kunnen maken.’
Maatschappelijk rendement
Het zijn allemaal initiatieven waarvan Rijks hoopt dat ze onze kijk op de zorg zullen veranderen. ‘Zoals het nu gaat, is het niet vol te houden, want de zorg is te duur en er zijn te weinig werknemers. Wat zou het mooi zijn als mensen die last hebben van somberheid of die zich eenzaam voelen, binnenlopen bij laagdrempelige steunpunten als de Stadskamer. Hier leren ze dat zulke gevoelens soms bij het leven horen en dat je veel zelf kunt oplossen. Bijvoorbeeld door anderen op te zoeken. Dat kan bij een voetbalvereniging of bij de Stadskamer. Op die manier verkorten we de wachtlijsten binnen de ggz.’
Onderzoekscijfers tonen haar gelijk aan. ‘Elke euro subsidie die de Stadskamer krijgt, levert minimaal een maatschappelijk rendement op van 3,20 euro. Doordat mensen minder medicijnen en andere zorg nodig hebben, doordat ze minder mantelzorg nodig hebben, waardoor die verzorgers meer kunnen werken, of doordat ze minder overlast veroorzaken.’ Nederland is een beetje doorgeslagen in de vraag naar hulp, naar Rijks’ mening. ‘We denken dat de oplossing voor problemen altijd in de zorg ligt. Te vaak sturen we een piekerende puber naar een coach, omdat we daar als fulltime werkende ouders geen tijd meer voor hebben.’
Haar droom? ‘Ik maak de wereld graag een beetje mooier en in de Stadskamer laten we zien dat dat geen illusie is. Ik hoop dat de Stadskamer elders navolging vindt. En dat gebeurt ook, gezien het aantal gemeenten dat hier al op bezoek is geweest. Ik hoop dat we de beweging Van Zorg naar Gezondheid, waarbij problemen zo veel mogelijk worden aangepakt in de eigen omgeving, verder kunnen stimuleren. Met nieuwe partijen die losstaan van het zorgsysteem.’
- Auteur: Frank Ruiter
- Fotograaf: Friederike de Raat

