8 min

Taarten van toppers

Reportage

Cadeaupakketjes met thee, koekjes en potjes honing. Vaasjes in allerlei kleuren. Kerstspullen, het hele jaar door. Een knalroze porseleinen poedel. En o ja, overal krokodillen. Welkom in Borger, waar zo’n veertig ‘toppers’ een eigen dorp runnen, met een lunchroom, een speelgrot, evenementenzalen en dertien winkels. Ooit was dit het gemeentehuis van Borger, toen nog een zelfstandige gemeente, maar Marissa Hoedeman toverde het om tot Hunebedcity, ook wel liefkozend ‘de Drentse mall’ genoemd.

De tweeëntwintigjarige Sem loopt de lunchroom in met op zijn ene arm één, op de andere twee schotels met taart. Breed grijnzend grapt hij met de gasten die het gebak hebben besteld. Het is amper voor te stellen, maar nog maar vijf jaar geleden was hij heel verlegen.

Sem heeft een beperking, net als zijn 39 collega’s bij Hunebedcity in Borger. Initiatiefnemer Marissa Hoedeman ziet hem, toen hij net begonnen was, nog voorzichtig schuifelen, een schoteltje vastgeklemd in beide handen, vertelt ze aan een tafeltje in dezelfde lunchroom. ‘Toppers’, noemt ze haar medewerkers. Die bedienen, bakken taarten, pakken cadeaupakketten in of plakken stickers. Wie niet goed tegen prikkels kan, werkt in de prikkelarme ruimte, waar niet steeds mensen binnenkomen.

Drentenieren

Toen de van oorsprong Zoetermeerse Hoedeman een commerciële opleiding ging volgen, had ze niet gedacht dat ze ooit zou gaan werken met mensen met een verstandelijke beperking – laat staan in Drenthe. Haar ouders droomden ervan om na hun pensioen te gaan drentenieren. Zeg, zeiden ze tegen hun dochter, als je een onderneming wilt starten, waarom doe je dat dan niet in Drenthe?

‘Mijn ouders hebben veel ervaring met ondernemen, zo zouden ze me een beetje kunnen helpen. Eerst dacht ik: nee zeg, ik ga toch niet naar de andere kant van het land verhuizen? Maar het idee ging groeien en uiteindelijk ging ik overstag.’

Nu woont het hele gezin in Borger: vader, moeder, Marissa en zusje Sanne,  zonder wie Marissa’s carrière er heel anders had uitgezien. ‘Mijn zusje heeft een beperking, en ik zag hoe weinig mogelijkheden er voor haar waren. Nu is het veel beter, maar zo’n twintig jaar geleden werden deze mensen weggestopt: ga hier maar lekker kleien, en aan het eind van de dag werd alle klei weer in de emmer teruggedaan. Zo demotiverend vond ik dat. Dat moest toch anders kunnen? Nou, toen ben ik er een zorgopleiding bij gaan doen.’

Drentse shopping mall

In 2012 opende ze Lekker Hip in Borger, een winkel met thee en koekjes en plek voor zes medewerkers met een beperking. Lekker Drents volgde, een streekproductenlijn. En toen kwam het voormalige gemeentehuis leeg te staan en ging het balletje rollen. Ze richtte een dorp met dertien winkels in, Hunebedcity genaamd, of – zoals de medewerkers zelf gekscherend zeggen – ‘de Drentse shopping mall’. Behalve de dertien winkels heeft het dorp ook een lunchroom en zalen die gehuurd kunnen worden voor vergaderingen en evenementen.

‘Aanheteindvandedagwerdallekleiweerindeemmerteruggedaan.Demotiverendvondikdat.Datmoesttochanderskunnen?’

De winkels zijn met elkaar verbonden: van de servieswinkel loop je de kerstwereld in en zo weer door naar de parfums en de Drentse dropjes. ‘Er is één kassa voor al die winkels, helemaal aan het einde. De toppers kunnen geen kassa bedienen, en zo worden ze niet de hele tijd geconfronteerd met wat ze niet kunnen.’

Marissa en haar team richten zich op jong en oud; de jongste topper is 17, de oudste 51. Binnen het complex wordt per persoon gekeken wat diegene leuk vindt, wil en kan. Repeterend werk is voor veel toppers fijn, zegt Hoedeman, dat biedt structuur. Stickers plakken bijvoorbeeld. ‘De kleine houdbaarheidsstickers hoeven niet netjes recht te zitten, dus die zijn het makkelijkst. De grote zijn moeilijker. De diversiteit aan taken gebruiken we voor leerdoelen: iemand begint met de kleine stickers en groeit door naar de grote, of bijvoorbeeld naar het vastmaken van labeltjes. Daarvoor komt het weer op de fijne motoriek aan.’

Appeltaart

Martin is zo’n doorgroeier die verschillende taken uitvoert. Hij werkt nu drie jaar in Hunebedcity, momenteel in de horeca, maar vanochtend heeft hij in de winkel gestaan, en morgen werkt hij de hele dag in de keuken. ‘Jij kunt iets heel goed, hè?’, vraagt Marissa. Martin glundert. ‘Appeltaart bakken.’ ‘En nog iets toch?’ Weer een glimlach. ‘En saucijzenbroodjes.’ Als hij in ‘de winkel’ staat, is dat altijd die met zeep- en badproducten van Janzen. ‘Daar zorg ik dat alles recht staat.’

Sinds kort moet Martin ook artikelen prijzen, vertelt hij. ‘Daar ben ik niet zo blij mee.’ Dat snapt Marissa wel. ‘Dan is ineens je hele structuur anders, hè. Maar weet je, Martin, die afwisseling is goed voor jou. Zo ga je je niet vervelen. En over een tijdje kun je het net zo goed als appeltaart bakken.’

Wat vindt hij binnen Hunebedcity de leukste plek om te werken? ‘De keuken, denk ik. En de horeca. En de winkel.’ Maar het allerleukst aan zijn werk vindt hij het contact met de klanten. En, ook fijn: hij maakte er vrienden. Sem, de vrolijke ober, is een goede vriend. ‘En Noah. En Martijn en Sanne’, somt hij op.

Legoknikkerbaan-bouwwedstrijd

Veel mensen met een beperking maken lastig vrienden, zegt Marissa. ‘Daarom vinden we het belangrijk hen midden in de wereld te zetten, en om die wereld ook naar binnen te halen.’ In de vakantieperiodes houden ze daarom evenementenweken voor lokale kinderen: knutselworkshops bijvoorbeeld, maar ook filmmiddagen of een Legoknikkerbaan-bouwwedstrijd. ‘We zorgen altijd dat de teams gemixt zijn: kinderen uit de buurt én onze toppers. Zo willen we laten zien dat mensen met een beperking niet eng of spannend zijn, maar leuk en gezellig. Dat zij er ook toe doen. En het werkt, elk jaar is er meer animo.’

De bijzondere doelgroep vergt speciale vaardigheden van de vijfentwintig andere medewerkers; behalve de broodjes en de kassa hebben ook de toppers aandacht nodig. ‘De opdrachten komen van mij, maar de gasten spreken hen natuurlijk ook aan. Dat gaat niet altijd goed, want ze kunnen eigenlijk maar één opdracht aan. Dus als ze een kopje koffie uitserveren en jij vraagt een lepeltje, dan gaan ze dat halen, maar onderweg komen ze iemand anders tegen die wil bestellen, en weer iemand anders wil een servetje. Dat gaat dan gewoon niet. Daarom is er altijd iemand in de buurt die kan zeggen: dit hoeft niet, of: ga jij maar lekker even zitten.’

Doodgeknuffeld

Tegelijkertijd: klanten wéten waar ze zijn en dat soms iets meer geduld nodig is. Neem Jan en Jansje (‘ja, zo heten we echt’) de Boer, die aan het raam zitten met een cappuccino en een punt monchoutaart. ‘We worden hier altijd doodgeknuffeld. En Sem geeft altijd een boks’, lacht Jansje. De twee komen hier elke zaterdag. Jansje: ‘En als ik een keer alleen ben, vragen ze: waar is Jan?’ ‘Deze mensen zijn spontaan en eerlijk’, valt haar man bij. ‘Recht uit het hart.’

Hunebedcity: hoe het begon

Marissa Hoedeman rook meteen haar kans toen de gemeente haar in 2014 vroeg een herbestemmingsplan te schrijven voor het voormalige gemeentehuis. Ze runde toen Lekker Hip, maar hoe mooi zou het zijn om nog veel meer mensen werk te kunnen bieden?

Ze maakte een plan, kreeg daarvoor de handen op elkaar én, in 2019, de sleutel. Zij en haar team betrokken de toppers bij de verbouwing en luisterden naar hun wensen. Verzonnen een legende: een ambtenaar verzamelde eieren, nam er eentje mee na een reis en het kwam uit. Zo kwam de krokodil in Borger terecht en werd die de mascotte van Hunebedcity. ‘Mensen geloven het ook echt’, lacht ze. ‘De krokodil is al zolang ik me kan herinneren mijn lievelingsdier.’

Het zat niet altijd mee: bureaucratie, corona, maar het kwam goed, en nu draait Hunebedcity op veertig toppers, vijfentwintig betaalde krachten en een handjevol vrijwilligers. ‘We hebben aanloop van de markt en andere ondernemers hebben aanloop van ons. Mensen die voor ons naar Borger komen, doen hier ook de gewone boodschappen; anders waren ze in hun eigen woonplaats gebleven. ’s Zomers zit het terras vol en moeten we de toppers echt in bescherming nemen.’

Ze vermoedt dat de combinatie van zorg en commercie grotendeels het succes bepaalt: alleen zorg is niet genoeg, alleen commercieel denken ook niet. ‘Ik denk dat dit een nieuwe manier is van zorg verlenen, want de bestaande budgetten zijn niet genoeg om deze mensen de zorg te kunnen bieden die ze nodig hebben: om hun talenten te ontwikkelen, om ze voldoening te geven. Wij genereren omzet met commercie, en die omzet stoppen we weer terug in de zorg. Maar zonder inkomsten had dat niet gekund.’

  • Auteur: Karin Sitalsing
  • Fotograaf: Reyer Boxem

Deze hele editie lezen?

Selecteer jouw regio
Najaar 2025

Dit artikel is gepubliceerd in de editie van najaar 2025 en is in meerdere regio's te lezen. Lees de editie uit jouw regio of een van de andere mooie edities.

Meer lezen over deze onderwerpen?

    • Reportage
    • Buurtgevoel
    • Grote Steden

    Een dag voor in de boeken

    • De toekomst van...
    • Gezondheid
    • Innovatie

    De geestelijke gezondheidszorg

    • Investeren in elkaar
    • Coöperatie
    • Jong & Impact

    Roots Budel: fine dining met wortels in de gemeenschap

    • Oud & Nieuw
    • Diversiteit en Inclusie
    • Gezondheid

    ‘Het moeilijkste is het mentale stukje’

    • Achtergrondverhaal
    • Natuur
    • Buurtgevoel

    Op plastic schattenjacht met Captain Fanplastic

    • Reportage
    • Duurzaamheid
    • Buurtgevoel

    Met de koffiemachine naar het Repair Café

    • Investeren in elkaar
    • Coöperatie
    • Energietransitie

    Groener Groningen maakt duurzaamheid leuk

    • De vrijwilliger
    • Coöperatie
    • Buurtgevoel

    De Hardenberg: behoud van voorzieningen

    • Reportage
    • Buurtgevoel
    • Weerbaarheid

    Taarten van toppers

  • bekijk alle artikelen

    Wat vind jij van de digitale Rabo &Co?

    Wat fijn dat je je mening wilt geven over de digitale Rabo &Co. Daar zijn we heel blij mee.

    max. 500 tekens