

Normaal bedrijf, bijzondere mensen
ReportageBij De Sterkerij in Rijssen werken meer dan honderd mensen die het op eigen kracht niet zouden redden in het arbeidsproces. Ze verkopen en repareren er fietsen, doen inpakwerk, verzorgen de catering van bedrijven of werken er als houtbewerker of in de spuiterij. Het bijzondere aan De Sterkerij: het bedrijf houdt zijn eigen broek op. ‘We zijn gewoon een commercieel bedrijf’, zegt bestuurder Henk Rozemuller. En directeur Marco Woertman: ‘We zijn eigenlijk een normaal bedrijf, maar wél met bijzondere mensen.’
De Sterkerij is een sociaal ontwikkelbedrijf. Er werken mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Dat kunnen Wajongers zijn, of statushouders die in Nederland weer het werkritme proberen op te pakken dat ze hadden in hun land van herkomst, of ex-medewerkers van de sociale werkplaats. Ze verkopen (en repareren) er fietsen, stellen kerstpakketten samen, doen inpakwerk, of werken er in de keuken, op de houtafdeling of in de spuiterij.
‘Wij zijn eigenlijk een normaal bedrijf met bijzondere mensen’, legt Marco Woertman (52) uit. Hij is de directeur van De Sterkerij. ‘Hier werken mensen die normaal gesproken niet op eigen kracht in het reguliere arbeidsproces werkzaam zouden kunnen zijn. Ze kunnen heel veel, maar wel met de nodige begeleiding.’
Oneerlijke concurrentie
De Sterkerij is een bedrijf dat z’n eigen broek ophoudt, benadrukt Henk Rozemuller (72), voorzitter van het bestuur. ‘We zijn gewoon een commercieel bedrijf, hè. We krijgen wel eens het verwijt dat wij zorgen voor oneerlijke concurrentie, maar dat is onzin. Het enige wat wij krijgen, is loonsubsidie voor onze werknemers. Maar als andere bedrijven deze mensen in dienst zouden nemen, zouden ze dat ook krijgen.’
Waarbij Rozemuller moet toegeven dat De Sterkerij ten opzichte van andere bedrijven vaak wel een streepje voor heeft. ‘Bedrijven gunnen ons een opdracht vanwege onze doelgroep. Gunning is het allerbelangrijkste.’
De Sterkerij zit eigenlijk tussen een regulier bedrijf en een sociale werkplaats in. Af en toe stroomt een werknemer door naar zo’n regulier bedrijf. Als dat gebeurt: hartstikke mooi, zegt Rozemuller, maar dat is niet de insteek. ‘We zijn’, zegt hij, ‘ooit begonnen voor mensen die hier tot hun pensioen kunnen blijven werken, omdat ze hier rust kunnen vinden. Maar als er mensen tussen zitten die zich ontwikkelen en op een hoger niveau aan het werk kunnen, dan worden we daar alleen maar blij van.’
Steeds groter
Stichting De Sterkerij, genoemd naar een afdeling van de voormalige jutefabriek Ter Horst & Co in Rijssen, werd opgericht in 2008. Het begon met twee Wajong-medewerkers en werd in de loop der jaren steeds iets groter. Vooral toen de sociale werkvoorziening Soweco in 2019 uit elkaar werd getrokken, groeide De Sterkerij hard.
‘Toen kregen wij er ineens vijftig mensen bij’, zegt Woertman. ‘Daarmee hebben wij de gemeente destijds enorm uit de brand geholpen. Anders hadden ze zelf een ontwikkelbedrijf moeten opzetten.’ Tegenwoordig hangen er twee bv’s onder de stichting De Sterkerij: de Sterkerij en Sterkerij B2B, waar de spuiterij en de houtbewerking onder ressorteren.
Rozemuller: ‘Wij krijgen wel eens te horen ‘zoiets als dit kan alleen in Rijssen’. Ik weet niet of dat zo is, maar wij hebben er wel voor gezorgd dat elk bedrijf in Rijssen hier zijn kerstpakketten laat maken. Inmiddels maken we er dertigduizend per jaar. Zo ging het ook met de catering en de fietsen. We hebben binnen Rijssen lijntjes uitgezet en ‘kruiwagens’ geregeld. Binnen een paar jaar wist iedereen in Rijssen wie Marco Woertman was en waar De Sterkerij voor stond. En al heel snel schreven we zwarte cijfers.’
Van niets naar iets
Woertman: ‘Het is hier ooit begonnen met het maken van hapjes en het bedrukken van pennen. Totdat ze dat laatste in China nog veel goedkoper bleken te kunnen. We hebben hier heel veel uitgeprobeerd. Wat voor werk past bij deze mensen en wat niet? Op een goeie dag kwam de gemeente bij ons: we halen elke week heel veel fietsen uit de sloot, kunnen jullie daar niet wat mee? Nou, dat konden we. Wij knapten zo’n fiets op en die ging hier weer voor honderd euro de deur uit. Zo maakten we van niets iets.’
Vier locaties
Groei is mooi, maar je moet er wél de ruimte voor hebben. Tot vorig jaar zat De Sterkerij in Rijssen op vier verschillende locaties. Dat was niet bepaald ideaal. ‘Al die locaties waren op zich prima, maar voor de cohesie van het bedrijf was het natuurlijk niet goed. Onze begeleiders vlogen van hot naar her’, zegt Woertman. En Rozemuller: ‘Veel van onze mensen kenden elkaar daardoor ook helemaal niet. Die zagen elkaar één keer per jaar op het personeelsfeest.’
Juist op het moment dat er bij De Sterkerij werd nagedacht over een nieuwe accommodatie, kwam er een telefoontje: Heutink schoolartikelen verruilde de Nijverheidsstraat in Rijssen voor Nijverdal en wilde de stad iets nalaten. Of De Sterkerij niet iets met het Heutink-pand kon?
Rozemuller: ‘Nou leek dat pand ons in eerste instantie wel heel erg groot. Want dit was heel wat anders dan we gewend waren. Hoe kregen we het in hemelsnaam vol? Vervolgens gingen we kijken, praten en kwamen er vanzelf heel veel ideeën boven. ‘Dat zou hier kunnen en dat daar.’ Al heel snel ging het bij iedereen behoorlijk kriebelen en uiteindelijk waren we natuurlijk zo blij als een kind met dit nieuwe onderkomen. We hebben een huurcontract voor tien jaar afgesloten en alle partijen zijn er hartstikke blij mee.’
Best spannend
Dat gold ook voor de werknemers van De Sterkerij. ‘Voor velen van hen’, vertelt Woertman, ‘is verhuizen natuurlijk best een beetje spannend. Voor deze groep is verandering niet altijd even gemakkelijk. We zijn daarom elke week met een groepje hier naartoe gegaan om hen van alles op de hoogte te houden. Zo konden ze allemaal zien waar ze zouden gaan werken. En terwijl het werk op de oude locaties gewoon doorging, hebben we in de nieuwe accommodatie alvast de kerstpakketten klaargemaakt. Zo konden ze alvast wennen aan hun nieuwe huis.’
De huidige accommodatie van De Sterkerij beslaat maar liefst zesduizend vierkante meter. ‘Je moet ’s avonds op je fietsje rond om te kijken of alles dicht zit.’ Er werken tegenwoordig 120 mensen, inclusief vijftien vaste krachten, plus een heel leger aan vrijwilligers.
Wat opvalt is de hoeveelheid lachende gezichten en de arbeidsvreugde. ‘Ik heb het geweldig naar m’n zin hier’, beaamt huismeester Sjaak (61). Datzelfde geldt voor Nick, die hier nu zo’n tien jaar als fietsenmaker werkt. ‘Sinds m’n negentiende. Mooi werk’, vindt hij.
Hoe kan het wél?
Rozemuller: ‘We hebben twee dove fietsenmakers, om maar eens wat te noemen. Een gewone fietsenmaker wil die niet hebben, omdat die niet met hen kan communiceren. Wij bedenken dan een manier waarop ze hier wel kunnen werken.’ Woertman: ‘Zo werkt er bij ons ook een statushouder uit Syrië, die vanwege zijn taalachterstand niet bij een normale fietsenmaker aan de slag kan.’
Meer dan een paar hapjes
De Sterkerij kan de vergelijking met elk Rijssens bedrijf doorstaan. Hun fietsenwinkel is niet van een reguliere winkel te onderscheiden. Hetzelfde geldt voor de spuiterij, de keuken en de catering-afdeling. ‘Dat gaat veel verder dan een paar hapjes maken’, zegt Woertman. ‘Het gaat, zeker richting het weekend, om duizenden hapjes voor feesten, partijen en buffetten.’
Hoeveel groter kan De Sterkerij nog worden? ‘Het doel is niet om groter te worden’, zegt Rozemuller, ‘maar om kansen te grijpen die zich voordoen. We hoeven geen tonnen winst te maken. Ja, we willen winst maken met onze commerciële activiteiten, maar alleen om opnieuw te investeren.’ Woertman: ‘Groei op zich is niet zo moeilijk. We zouden het pand makkelijk voller kunnen krijgen. Maar het moet allemaal wél bij ons passen. Als het niet past, doen we het niet.’
Beetje trots
Daarnaast wil de Nederlandse overheid dat elke gemeente binnen afzienbare tijd een eigen ontwikkelbedrijf krijgt. Rozemuller: ‘Daar zijn wij in Rijssen, door onze jarenlange ervaring, dus al heel ver mee. Het is niet voor niks dat we hier vaak rondleidingen geven. ‘Ga maar even kijken bij De Sterkerij’, zegt de wethouder dan, ‘want daar hebben ze het goed voor elkaar’. Daar zijn we natuurlijk best trots op. Want dit is toch een beetje ons kindje geworden.’
- Auteur: Geert Jan Darwinkel
- Fotograaf: Reyer Boxem























