

EHBO op de fiets bij de Halve van Monster
ReportageBij hardloopevenementen draait het om tempo, uithoudingsvermogen en controle. Ook voor de hulpverleners langs het parcours. Tijdens de halve marathon van Monster zijn daarom bikers van het Rode Kruis actief: vrijwilligers op de fiets die overzicht houden, signaleren en waar nodig ingrijpen. Met een klein team, goede communicatie én nieuwe fietsen zorgen zij dat hulp nooit ver weg is – zelfs als duizend lopers tegelijk onderweg zijn. ‘Binnen vijf minuten kunnen we bij iemand zijn.’
Op een ijskoude ochtend eind november druppelen de deelnemers aan de ‘Halve van Monster’ binnen. Start- en finishpunt: Sporthal de Wielepet. Op een podium in de grote hal pakt een liveband instrumenten uit. Voor de lopers die straks de afstanden van respectievelijk 21,1 kilometer, 10,3 kilometer en 5,4 kilometer het snelste zullen afleggen, staat een rij glanzende bekers klaar.
Ongeveer duizend mensen – ook wandelaars die een alternatief parcours lopen – schrijven zich in voor het jaarlijkse evenement. Dat klinkt als veel, maar alles is relatief, vinden de aanwezige hulpverleners van het Rode Kruis. ‘Ter vergelijking: aan de NN CPC Loop Den Haag doen gemiddeld 40.000 mensen mee’, zegt Imke Potma, bij het Rode Kruis verantwoordelijk voor de evenementenhulp in de regio. ‘Dan zijn er tientallen vrijwilligers van ons op pad. Vandaag zijn er tien hulpverleners aanwezig: vijf mensen langs het parcours en op de EHBO-post, en vijf bikers.’
Glanzende witte mountainbikes
Vandaag lopen – of liever gezegd fietsen – we mee met de bikers van het Rode Kruis: hulpverleners op de fiets. Ze bewegen zich langs het parcours, houden lopers in de gaten en kunnen snel naar deelnemers toe – ook als het druk is. Ze kunnen overal in het veld waar extra hulp nodig is, ondersteunen. Allan Holtzapfel coördineert het bike-team in regio West-Nederland en rijdt zelf ook mee. Hij en zijn collega’s zijn net aangekomen met het busje waar vijf witte mountainbikes in staan. Juist de mobiliteit van de fietsen maakt het verschil: waar een vaste EHBO-post één plek bedient, zien bikers veel meer. Holtzapfel: ‘Binnen vijf minuten kunnen we bij iemand zijn.’
Vandaag delen de bikers zich op in twee teams. Via portofoons houden ze contact met elkaar, de EHBO-post en de organisatie. ‘Zo kunnen we het hele traject in de gaten houden’, zegt Holtzapfel. ‘Als iemand niet lekker loopt of uit de pas raakt, zien we dat snel.’ Waar nodig spreken ze lopers aan of geven een deelnamenummer door aan de hulpverleners bij de finish, zodat iemand daar extra wordt opgevangen. ‘Een heel enkele keer halen we een deelnemer uit de wedstrijd. Dan zeggen we dat het niet verantwoord is om verder te lopen. Maar dat komt zelden voor. Meestal vragen we aan iemand of het goed gaat.’
Onderkoeling is verraderlijk
Afgelopen zomer kreeg het Rode Kruis tienduizend euro van Rabobank om uit te breiden. ‘We hebben er acht nieuwe fietsen van gekocht’, vertelt Holtzapfel. ‘Voor die tijd waren er vier beschikbaar voor de hele regio, en dat was te weinig. We moesten vaak extra fietsen regelen, of soms zelfs huren – gedoe en bovendien kostbaar. Je hebt tegenwoordig vaak meerdere evenementen tegelijk. Dan red je het gewoon niet meer met zo’n klein aantal.’
Imke Potma ziet van dichtbij hoe het bike-team de afgelopen jaren is gegroeid. ‘Allan heeft het hele bike-team weer opgetrokken’, zegt ze. ‘Sinds hij coördinator is, loopt het steeds beter.’ Ook de samenwerking daaromheen noemt ze essentieel. Zo wijst ze op de rol van Patrick Thoen, die als coördinator van de verbindingsdienst verantwoordelijk is voor het portofoonverkeer. ‘Heel belangrijk op dit soort dagen.’ Volgens Potma staat of valt een inzet met mensen die hun rol kennen. ‘Je ziet dat dit team op elkaar is ingespeeld.’
Risico
Holtzapfel vertelt dat de bikers de meeste problemen zien in het voorjaar en de zomer. ‘Als het ineens warm is, zoals bij de NN CPC Loop Den Haag in maart, zijn mensen daar vaak nog niet op ingesteld’, zegt hij. ‘Lopers dragen te veel kleding of zijn simpelweg nog niet gewend aan inspanning bij hogere temperaturen, waardoor het lichaam te snel opwarmt.’
Vandaag is dat anders: het is koud en daar houden de hulpverleners rekening mee. Opvallend genoeg schuilt in de kou juist ook een risico op oververhitting, legt Holtzapfel uit. ‘Mensen komen van buiten, met wind en thermokleding, ineens een warme hal binnen. Dan kan het alsnog misgaan.’ Ook bij lage temperaturen blijft opletten dus noodzakelijk.
Oververhitting
‘Onderkoeling is verraderlijk’, vult Potma aan. ‘In het begin gaan mensen bibberen, maar als ze echt te koud worden, stopt dat. En dat maakt het risico groot: van buiten lijkt het soms alsof iemand herstelt, terwijl het lichaam verder afkoelt. Daarom meten de hulpverleners altijd de temperatuur voordat ze ingrijpen.’ Bij onderkoeling wordt iemand ingepakt met dekens en rustig opgewarmd. ‘Je wilt nooit iemand opwarmen die eigenlijk oververhit is. Dat lijkt soms op elkaar, maar vraagt een totaal andere aanpak.’
De bikers zijn licht, maar niet beperkt uitgerust. Op de fiets hebben ze altijd EHBO-materiaal en een AED bij zich. Bij koud weer, zoals vandaag, ook reddingsdekens. Als het warmer is, gaan er extra spullen mee: ijs, handdoeken en flessen water om mensen te kunnen koelen. In de regio West-Nederland zijn inmiddels rond de twintig bikers actief. Het team is de afgelopen twee à drie jaar flink gegroeid. De acht nieuwe fietsen zijn dus zeer welkom.
Hart op de goede plek
Je zou het misschien niet denken, maar niet iedereen die zich aanmeldt als vrijwilliger bij het Rode Kruis heeft een medische achtergrond. ‘Nee, dat is geen vereiste’, zegt Potma. ‘Maar als je het hart op de goede plek hebt en een beetje tegen bloed kunt, kom je al een heel eind.’
Nieuwe vrijwilligers volgen eerst een uitgebreide EHBO-opleiding, aangevuld met training in reanimatie en het gebruik van een AED. Ze starten vervolgens als kandidaat en lopen daarna mee bij evenementen. ‘Je krijgt dan een praktijkbegeleider naast je. Die kan altijd inspringen’, legt ze uit. Pas daarna gaan nieuwe vrijwilligers zelfstandig het veld in, altijd als onderdeel van een team. Wie zich verder wil verdiepen, kan aanvullende modules volgen voor evenementenhulpverlening. Zodra vrijwilligers zich ‘Evenementen eerstehulpverlener’ mogen noemen, mogen ze ook een triage uitvoeren.
‘Dan leer je onder meer de ABCDE-controle’, gaat Potma verder, ‘waarbij ademhaling, hartslag en temperatuur systematisch worden beoordeeld. Als iemand er slecht aan toe is en er een ambulance nodig is, hebben we die gegevens al verzameld. Zo kan de zorg snel en goed worden overgedragen.’
Aparte training
Holtzapfel legt uit dat je pas later biker kan worden – dat is weer een stapje verder. ‘Daar hoort een aparte training bij, met onder meer fietstechniek en rijden onder verschillende omstandigheden. En sowieso doe je altijd eerst ervaring op als hulpverlener op de post en in het veld voordat je biker kunt worden.’
Mensenmassa’s en symboliek
Holtzapfel studeerde afgelopen zomer af en werkt sinds een paar maanden als verpleegkundige op de afdeling cardio-interne geneeskunde van het Haga Ziekenhuis in Zoetermeer. Zijn coördinerende rol bij het Rode Kruis doet hij vrijwillig naast zijn baan. ‘Ik heb hier heel bewust voor gekozen’, zegt hij. ‘Het Rode Kruis is een van de weinige organisaties waar je echt op grote schaal iets kunt betekenen, ook bij noodhulp.’ Die combinatie van zorg, organisatie en teamwork spreekt hem aan. ‘Je leert veel mensen kennen en staat hier echt samen. Dat maakt het werk waardevol.’
Holtzapfel noemt de meest indrukwekkende momenten op de fiets evenementen zoals Prinsjesdag, Nederlandse Veteranendag en de Nationale Dodenherdenking: enorme mensenmassa’s en veel symboliek, waar je volgens hem als biker echt het verschil kunt maken.
Pleisterwerk
In de warme hal speelt de muziek totdat de laatste lopers binnen zijn. Op de EHBO-post en in het veld is het de hele dag rustig gebleven, het bleef bij pleisterwerk. De hardlopers bleken goed voorbereid; ze wisten dat ze zich na de finish in de warme hal van hun kledinglaagjes moesten ontdoen.Ook voor de bikers zelf speelden de bittere kou en de snijdende wind geen rol van betekenis. ‘We zijn de hele dag in beweging geweest, dus hebben het geen moment koud gehad’, aldus Holtzapfel.
Voor het Rode Kruis was dit een ideale inzet: overzichtelijk, goed afgestemd, geen grote zorgvragen. Want hoewel de bikers klaar staan om in te grijpen, willen ze het liefst dat alle deelnemers, bezoekers en de organisatie veilig naar huis terugkeren.
- Auteur: Suus Ruis
- Fotograaf: Sanne Donders
























