

‘Inclusie is hier geen woord, maar realiteit’
Oud & NieuwWelke veranderingen ondergaat een vereniging? Neem Hercules Turnvereniging in Reuver. Claudia Smeets (52) traint de wedstrijdmeisjes, Annemiek Cremers (68) geeft al twintig jaar les aan dames en G-sporters. Samen vertellen ze over de Spartaanse aanpak van vroeger en hoe de club nu inclusiever en professioneler is geworden – met een belangrijke rol voor de legendarische trainer Edwin Maass.
Een naam die regelmatig valt tijdens het gesprek met Claudia Smeets en Annemiek Cremers van Turnvereniging Hercules uit Reuver is die van Edwin Maass, de ‘goeroe’ van Hercules. Van de jaren zeventig van de vorige eeuw tot ongeveer vijftien jaar geleden zette hij zich met hart en ziel in voor de club. Hij trainde topsporters als Lindy Gommans en legde de basis voor hoe Hercules nog steeds werkt: hard werken telt zwaarder dan puur talent, met duidelijke normen voor meisjes én ouders, en vooral: respect voor grenzen.
In het zicht
Maass was zijn tijd ver vooruit op het gebied van privacy en veiligheid, vertellen Smeets en Cremers. Hij stapte nooit ongevraagd de kleedkamer in. Klopte altijd aan en behandelde blessures altijd zichtbaar in de zaal. ‘Altijd transparant’, blikt Smeets terug. ‘Nooit even apart in een hoekje.’ Cremers vult aan: ‘Rekken, masseren – alles in het zicht van iedereen.’
De club heeft een vertrouwenspersoon, iets wat vroeger niet bestond. Maass vervulde die rol in feite al. ‘Hij balanceerde perfect als trainer: dichtbij genoeg om te voelen hoe het met een meisje ging, maar altijd met afstand en respect.’
Geen protest
Vroeger was de aanpak bij de club vrij Spartaans, weten Smeets en Cremers. Kinderen luisterden naar de trainer, zonder te protesteren. Smeets herinnert zich: ‘Je deed wat de trainer zei. Geen “ja, maar”.’ Cremers: ‘Ouders gaven zich volledig over aan het gezag van de trainer.’
Van een kleine club groeide Hercules Turnvereniging uit tot een middelgrote vereniging waar iedereen van 2 tot 80 jaar welkom is. Van de peuter die leert duikelen tot en met senioren die elke week komen voor oefeningen voor een betere balans en een betere conditie.
G-sporters, mensen met een beperking, vormen sinds tien jaar onderdeel van Hercules. Tijdens Koningsdag dansten ze op het plein. ‘Twee dansjes, helemaal zelf gekozen’, vertelt Cremers. Zij geeft leiding aan die groep. ‘Iedereen op zijn eigen niveau, maar samen genieten. Inclusie is hier geen woord, maar realiteit.’
Kleurenturnen
Vroeger werd geturnd op een brug die feitelijk een herenbrug was (gelijke leggers), maar dan ingesteld op verschillende hoogtes. Specifieke bewegingen, zoals het ‘kaatsen’ (met de heupen tegen de onderlegger zwaaien om vaart te maken naar de hoge legger), worden tegenwoordig bijna niet meer gedaan. En wat betreft de balk: de oefeningen waren vroeger eenvoudiger, vertelt collega Annemiek Cremers.
Relatief nieuw is het zogeheten kleurenturnen. Hierbij worden recreanten ingeschaald op basis van niveau en leeftijd in kleuren, zoals geel, oranje, rood. Aan de hand van een instructieboekje werken ze aan specifieke doelen, waardoor hun progressie inzichtelijk wordt en stapsgewijs verloopt.

Topsport is keihard
Talentvolle turnsters worden tegenwoordig sneller gescout door topverenigingen en vertrekken dan. Soms verhuist het hele gezin mee. Smeets: ‘Topturnen vraagt alles van een kind. Als ze net niet de absolute top halen, stoppen ze soms definitief. Dat is hard, maar topsport is nu eenmaal keihard.’
Hercules, opgericht in 1903, telt nu circa 280 leden. De leden komen uit de regio Venlo-Roermond. In coronatijd liep het ledenaantal even terug, maar het trekt weer aan. Er is nu een wachtlijst van circa 25 tot 30 kinderen. Het gebrek aan trainers vormt het grootste probleem. ‘We leiden zelf op vanaf jonge leeftijd, maar in de puberteit of studietijd haken er veel af’, aldus Cremers.
Sinds twintig jaar beschikt Hercules over een eigen turnhal – De Schans – waar de toestellen altijd blijven staan. Afbreken na een training of wedstrijd, zoals bij veel andere clubs, hoeft niet. ‘Dat scheelt een hoop werk’, weet trainster Claudia Smeets. ‘Dat maakt lesgeven aantrekkelijker.’
Verdrietig
In tegenstelling tot andere amateursporten werkt turnvereniging Hercules met gecertificeerde trainers, die diploma’s hebben in didactiek en pedagogiek. Smeets: ‘De nadruk ligt nu meer op de individuele ontwikkeling en een veilig pedagogisch klimaat. Er is meer overleg met ouders en er wordt gekeken naar wat een kind mentaal en fysiek aankan.’
Cremers: ‘Keuzes voor bepaalde oefeningen of niveaus worden vaker onderbouwd vanuit veiligheid. Om op een bepaald risicovol niveau verantwoord te turnen, moet je eerst voldoende trainingsuren hebben gemaakt. Dat moet je soms wel uitleggen aan ouders, die mondiger zijn geworden.’
Kinderen mogen het tegen Smeets zeggen als ze verdrietig zijn. Cremers merkt hetzelfde bij de oudere dames. ‘Als er iets is, komen ze naar me toe. Vorige week vertelde iemand dat ze borstkanker had. ‘Wil jij het de groep vertellen?’ vroeg ze. ‘Dat hoort erbij.’
- Auteur: Bart Ebisch
- Fotograaf: Merlijn Doomernik















