

‘We bouwen aan een humuslaag van buren waarop je altijd kunt rekenen’
InterviewToen de overheidsfolder ‘Bereid je voor op een noodsituatie’ bij alle Nederlanders op de deurmat viel, was Lisette Pronk uit Doorn allang uit de startblokken. Alleen het bespreken van een noodplan met haar gezin moest nog gebeuren; de noodvoorraad had ze al in huis en ook met haar buurtgenoten was er al contact. ‘We weten nu hoe we elkaar kunnen helpen als er een crisis uitbreekt.’ Samen met haar buurman legde ze de aanpak vast in een boekje: Praat met je straat.
Aan zelfkennis geen gebrek bij Lisette Pronk (43): ja, ze heeft de dingen graag onder controle. Het is een eigenschap die goed van pas komt in een jong gezin met werkende ouders. Maar het kan ook lastig zijn nu de situatie in de wereld steeds dreigender en onvoorspelbaarder wordt. Stroomuitval, een cyberaanval, droogte, overstromingen… De kans dat zoiets gebeurt wordt groter, maar grip houden op die scenario’s is onmogelijk. ‘En toch zijn er veel dingen die je wél in de hand hebt’, stelt Pronk. ‘Ik ben geen angsthaas en wil niemand bang maken, maar ik geloof ook niet in struisvogelpolitiek. Ik wil liever weten wat er op me af kan komen, zodat ik me kan voorbereiden. Dat geeft rust.’
Haar buurman Maarten Westerduin dacht er net zo over. Hij zette in 2024 een bericht in de buurtapp, waarin hij buurtgenoten uitnodigde om te onderzoeken wat ze voor elkaar konden betekenen in een crisissituatie. Pronk nam de uitnodiging direct aan: ‘Wij zijn met ons gezin niet voor niets van Utrecht naar Doorn verhuisd. We houden van de gemoedelijkheid in het dorp, waar de mensen elkaar groeten en een handje helpen als het nodig is. In een noodsituatie is dat extra belangrijk, vandaar dat ik hier graag over wilde meedenken.’
Heldere afspraken
Een plan van aanpak was er niet, maar dat was juist goed. ‘Niemand had behoefte aan een praatgroepje, we wilden aan de slag’, vertelt Pronk. ‘Het risico op stroomuitval hield iedereen het meest bezig, dus daar begonnen we mee. We bespraken hele simpele dingen: wie gaat er langs de huizen als het netwerk plat ligt, wie doet er boodschappen voor de buurvrouw als haar scootmobiel leeg is, hoeveel kolenbarbecues zijn er om warme maaltijden op te bereiden? We hebben daar inmiddels heldere afspraken over gemaakt. Iedereen is er blij mee.’
Het is wonderlijk hoe ver zo’n kleine, eerste stap je kan brengen, vindt ze. ‘Het een leidde vanzelf tot het ander. Zo gingen we met een groepje op bezoek bij de marinierskazerne in ons dorp, want we vroegen ons af: maakt die kazerne het nou veiliger of onveiliger voor ons? De brigadegeneraal legde ons uit wat de taak van de kazerne is, maar hij maakte ook duidelijk dat wij als burgers de eerste dagen op elkaar zijn aangewezen als er iets groots gebeurt. De overheid begint echt niet meteen met rijst uitdelen, die heeft dan hele andere prioriteiten.’

Ook een bezoek aan de brandweer maakte indruk op Pronk en haar buurtgenoten. ‘Wij wonen op de Utrechtse Heuvelrug, dus het risico op een natuurbrand is hier echt wel aanwezig. We weten nu dat de brandweer het gebied met drones controleert – daar hoeven we dus niet van te schrikken – en speciale blusvoertuigen heeft, geschikt voor ruig terrein. Dat vind ik geruststellend. Ik was ook blij met de tips: zet een tasje klaar met kopieën van alle paspoorten en spullen voor je huisdier. Maar laat de auto staan, want je komt geheid in de file. Pak in plaats daarvan je fiets en rijd tegen de wind in. Dat is nuttige informatie.’
Hoewel de buurt van Pronk al veel heeft bereikt, is van achteroverleunen geen sprake; de buurtgenoten bouwen gestaag verder aan hun weerbaarheid. Zo zijn er keukentafels opgericht – ‘En dat zijn dus géén projectgroepen met voorzitters, agenda’s en notulen, maar gewoon mensen’ – die onder andere aan de slag gaan met de zorg en communicatie in crisissituaties. Toch is iets van formalisatie wel gewenst, vertelt ze: ‘De overheid vindt het belangrijk dat inwoners zichzelf organiseren, daar is ook geld voor beschikbaar. Maar om subsidie te krijgen, moesten we wel een stichting oprichten. Dus dat hebben we gedaan.’
Mama kent iedereen
Of de onderlinge afspraken en voorbereidingen ooit echt nodig zullen zijn, weet niemand. ‘We hopen van niet natuurlijk, maar eigenlijk maakt het niet uit, want het was sowieso zinvol. Er zijn zoveel leuke, nieuwe contacten ontstaan. Mijn dochter zei het laatst nog, toen we door de supermarkt liepen: “Mam, jij kent echt iedereen!” Die onderlinge verbinding is heel prettig. Deze zomer willen we een rampenoefening houden, uiteraard met een buurtbarbecue na afloop. We bouwen aan een humuslaag van buren waarop je altijd kunt terugvallen, wat er ook gebeurt. Ik vind het fijn om daar bij te horen.’

Praat met je straat
Het initiatief van Pronk en Westerduin valt ook elders in het land op; ze worden steeds vaker uitgenodigd om te komen vertellen over hun aanpak en schreven er een boekje over: Praat met je straat. Het belangrijkste advies volgens Pronk: ‘Begín gewoon ergens en maak duidelijk dat mensen nergens aan vast zitten als ze interesse tonen. Er zijn zoveel instanties met geweldige plannen die stranden omdat ze ons als inwoners niet in beweging krijgen. Terwijl het toch echt ónze verantwoordelijkheid is om onszelf te redden in een noodsituatie.’
Ze benadrukt hoe daadkrachtig en eensgezind groepen mensen kunnen zijn. ‘Laatst vertelde iemand over de Limburgse overstromingen in 2021. Terwijl het crisisteam van de overheid de situatie nog aan het inventariseren was, waren de eerste bootjes al onderweg naar het rampgebied. Dat is toch geweldig? De geschiedenis leert dat de meeste mensen hun eigenbelang opzij zetten en juist voor anderen gaan zorgen als de nood aan de man is. We zijn tot fantastische dingen in staat als we ons sámen sterk maken, dat besef ik steeds meer. Dat is eigenlijk het mooiste resultaat van deze hele ervaring.’
Het boekje Praat met je straat is gratis beschikbaar voor leden van Rabobank. Zij kunnen het hier opvragen.
- Auteur: Laura van der Burgt
- Fotograaf: Frank Ruiter















