Vorig artikel

6 min

Van het slagveld naar je telefoon: hoe oorlog innovaties voortbrengt

RaboResearch

Met defensiegeld worden niet alleen kogels, soldaten en tanks gefinancierd, maar ook de ontwikkeling van baanbrekende nieuwe technologieën, zoals internet en gps. Door dit soort ‘doorbraakinnovaties’ groeit onze economie. Uit onderzoek van RaboResearch blijkt dat elke extra euro voor defensie-onderzoek-en-ontwikkeling, later, buiten het slagveld, ruim acht euro oplevert. Waarom rendeert defensie-onderzoek zo goed?

De komende jaren gaat er 737 miljoen extra naar defensie, sprak het kabinet dit voorjaar af. Dat komt boven op de 420 miljoen die voortvloeit uit de NAVO-afspraak om twee procent van het bruto binnenlands product aan defensie te besteden. Verwacht wordt dat het defensiebudget van NAVO-landen verder wordt vergroot.

In Nederland gaat ongeveer één procent van dat defensiebudget naar onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten (hierna: ‘defensie-R&D’), die het ministerie van Defensie aanbesteedt bij bedrijven en publieke kennisinstellingen zoals TNO. Met dat geld ontwikkelen zij kennis en innovaties waarmee de krijgsmacht zich beter moet kunnen verdedigen. Geregeld vinden die ook hun weg naar het civiele domein – zij het met een behoorlijke vertraging – waar ze ons economisch voordeel kunnen brengen.

Doorbraakinnovaties

Voorbeelden te over. Kijk alleen al naar je telefoon: mobiele communicatie, digitale camera, touchscreen, gps, internet; stuk voor stuk technologieën die voor de defensiesector werden ontwikkeld (zie pagina 35). Langer geleden, in de tijd van Napoleon, werd ingeblikt voedsel uitgevonden om soldaten aan het front lang mee te kunnen voeden. En de freesmachine kwam er in 1818 om sneller musketten mee te produceren. Het gereedschap en de standaardisatie in het productieproces vormden de basis voor industriële massaproductie.

‘Doorbraakinnovaties’alsinternetzijnvangroteeconomischewaarde,omdateencompleteeconomieerefficiëntervanwordt

Dit worden ‘doorbraakinnovaties’ genoemd. Ze blijken later van grote economische waarde, omdat een complete economie er efficiënter van wordt. Bedrijven kunnen meer en betere producten maken met dezelfde of zelfs minder middelen: het bruto binnenlands product gaat omhoog. Uit onderzoek van RaboResearch blijkt dat een samenleving aan elke extra defensie-R&D-euro jaren later ruim acht euro verdient. Een rendement van achthonderd procent, dat is meer dan vijf keer zo veel als het rendement van R&D-investeringen van bedrijven. Hoe kan dat?

Knapperige chips

‘Stel je een chipsfabrikant voor’, zegt RaboResearch-onderzoeker Hugo Erken, die samen met collega’s Michael Every en Wouter Remmen het onderzoek uitvoerde. ‘Die wil misschien een manier vinden om dat chipje net iets knapperiger te maken, zodat-ie er meer van verkoopt. Dat is een incrementele innovatie: een klein stapje voorwaarts. Het nut ervan is tamelijk particulier, de rest van de economie heeft er niet zoveel aan. Zet daar de uitvinding van internet tegenover, dat vrijwel elk bedrijf gebruikt. Zo’n doorbraakinnovatie heeft daarom in potentie veel grotere welvaartseffecten.’

Defensie-R&D leidt vaker tot zulke doorbraak­­innovaties dan R&D van bedrijven. Anders dan bij bedrijven is het defensie niet te doen om het rendement op R&D-investeringen, legt Erken uit. ‘Dat geeft meer ruimte om te experimenteren, om ‘fundamenteel onderzoek’ te doen. Naar AI en kwantummechanica; onderzoek dat dingen volledig op zijn kop kan zetten.’

Daarbij, we kunnen er niet omheen: in oorlog gaat het om leven en dood. Dat komt de kwaliteit van kennis en innovaties die uit defensie-R&D volgen ten goede. Middelmatigheid of geringe impact volstaat niet als het om levensbelang gaat. Erken benadrukt dat het ongemakkelijk voelt om door een zuiver economische bril naar oorlog te kijken. ‘Maar het is de realiteit van nu. Nu defensie-uitgaven omhoog gaan, moeten wij als economisch bureau de kosten en baten daarvan in kaart brengen. Het is onze taak om te voorspellen hoe de economie van morgen ervoor staat.’

Vogels die miljarden kosten

De drone- en vogeldetectieradars van het Nederlandse bedrijf Robin Radar zijn een goed voorbeeld van innovaties die aanvankelijk voor militair gebruik zijn ontwikkeld, maar sindsdien ook grote economische impact hebben. Bij de receptie, in een non-descript gebouw op een dito Haags industrieterrein, staat zo’n radar te draaien. Wit, bijna manshoog ‘en zachter dan normaal’, zegt radarexpert Wouter Keijer.

Hij legt uit: ‘Luchthavens, gevangenissen, grensposten, olie- en gasvelden; op al die plekken moet je drones uit de buurt houden. Drones worden ingezet voor bedrijfsspionage, smokkel of zelfs als bommenwerpers. Vogels zijn óók gevaarlijk. Die kunnen vliegtuigmotoren ingezogen worden. In het beste scenario raakt de motor onherstelbaar beschadigd, wat desalniettemin erg kostbaar is. Vogels kunnen een vliegtuig ook laten crashen. Het risico is extra groot bij gevechtsvliegtuigen, die doorgaans maar één motor hebben.’ Aanvaringen met vogels kosten de wereldwijde luchtvaart – militair en civiel – miljarden euro’s per jaar.

‘Naakte’ printplaten en meetapparatuur

Keijer werkt op de afdeling innovatie & engineering. Een collega van hem sleutelt aan een dronedetectieradar, naast hem liggen ‘naakte’ printplaten en meetapparatuur. Beneden bouwt een klein team vier dronedetectieradars per week en één vogeldetectieradar. De radars kosten tonnen.

Een eerste versie van de onderliggende technologie werd eind jaren tachtig al ontwikkeld. Door TNO, voor en in opdracht van de Nederlandse luchtmacht. Die nam TNO’s nieuwe radartechnologie om vogels mee te detecteren in 1989 in gebruik. Robin Radar kocht de technologie in 2010 om het te commercialiseren. Keijer, toen nog in dienst bij TNO, ging mee.

Nucleaire Veiligheidstop

Ook de ontwikkeling van de dronedetectieradar had een militaire aanleiding. Keijer: ‘In 2014 organiseerde Nederland een Nucleaire Veiligheidstop. Veiligheidsdiensten kenden de dreiging van drones, maar kwamen erachter dat ze zich daar niet goed tegen konden wapenen. Ze schreven een aanbesteding uit om bedrijven hier iets op te laten bedenken. Wij ontdekten hoe drones – de propellertjes ervan – een unieke radarecho geven, waaraan we ze dus kunnen herkennen.’ Robin Radar won de tender en daarmee zo’n anderhalve ton om hun prototype verder te ontwikkelen.

Tien jaar later worden in de Russisch-Oekraïense oorlog miljoenen drones gebruikt. Het Nederlandse ministerie van Defensie kocht 102 dronedetectieradars van Robin Radar, die werden gedoneerd aan de Oekraïense krijgsmacht. Ook buitenlandse krijgsmachten gebruiken producten van Robin Radar. En tal van bedrijven dus, voor de toepassingen die Keijer noemde. Robin Radar zet jaarlijks tientallen miljoenen euro’s om.

Nederland kan het geld goed gebruiken

Het is niet eenvoudig om het rendement van defensie-R&D te berekenen. Omdat investeringen in het ene land (bijvoorbeeld in het Amerikaanse internet-project) ook in andere landen kunnen renderen. En omdat het vaak jaren duurt voordat innovaties zich echt ‘verspreiden’ over de economie. Daarom verzamelde RaboResearch data uit negentien Westerse OESO-landen (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling), over een periode van meer dan een halve eeuw.

RaboResearch-onderzoeker Hugo Erken: ‘Daar hebben we speciale econometrische technieken op losgelaten, waaruit volgde hoeveel een samenleving verdient op defensie-R&D.’ Dat 1 extra euro uiteindelijk 8,10 tot 9,40 euro oplevert. Het is een gemiddelde. Per land varieert de kwaliteit van kennisinstituten en het opleidingsniveau van de beroepsbevolking, wat zijn weerslag heeft op het rendement van R&D.

‘We moeten de economische impact van defensie-R&D op een samenleving ook weer niet overschatten’, nuanceert Erken. ‘Want de hoeveelheid geld die naar defensie-R&D gaat, is beperkt. Maar het rendement per euro is wel heel hoog. Dat kan Nederland goed gebruiken. Onze bevolking groeit, maar vergrijst, de beroepsbevolking krimpt. We lijken niet bereid om meer uren te werken. Dus ja, verhoogde defensie-uitgaven, zeker als dat geld in R&D wordt geïnvesteerd, pakken economisch gunstig uit. Maar laat het duidelijk zijn: je zou willen dat het niet nodig was.’

  • Auteur: Rens Lieman
  • Fotograaf: Frédérik Ruys

Meer lezen over deze onderwerpen?

‘Werk voor je geld, maar laat het je leven niet beheersen’

Ik blik terug

Wat vind jij van de digitale Rabo &Co?

Wat fijn dat je je mening wilt geven over de digitale Rabo &Co. Daar zijn we heel blij mee.

max. 500 tekens