

‘Het publiek in Parijs ging door het dak. Onvergetelijk’
InterviewNadat Rogier Dorsman als tiener zijn zicht verloor, zette hij alles op alles om te kunnen blijven zwemmen, zijn favoriete sport. Door de juiste school, waar hij goed werd begeleid, een doortastende moeder die hem meenam naar het paralympisch zwemteam, maar bovenal door zijn eigen positieve houding en doorzettingsvermogen behoort hij nu tot de wereldtop. Als allround zwemmer won hij goud op zowel de Paralympische Spelen van Tokio als Parijs.
Dertien jaar was Rogier Dorsman (26) toen hij ’s nachts wakker werd en niets meer zag. In paniek maakte hij zijn moeder wakker, zij stelde hem gerust. ‘Ga maar slapen, morgen is alles weer normaal.’ Maar de volgende ochtend zag hij alles wazig. ‘Alsof ik door een beslagen ruit keek’, vertelt hij. ‘Het werd niet meer normaal. Na een paar maanden kon ik geen letter meer lezen. En nog erger: ook niet meer zwemmen.’
Dorsman, geboren en getogen in Heerjansdam, een dorp in de Zwijndrechtse Waard, komt uit een familie van zwemmers. Zijn opa was veertig jaar official binnen deze sport. Zijn moeder en twee tantes zwommen en vijf neven en nichten ook. ‘Zwemmen zit in ons DNA, ik denk dat er chloor in mijn bloed zit’, lacht hij. ‘Nadat ik mijn zwemdiploma’s had gehaald, zei meester Jaap: “Jij kan goed zwemmen, wil je dat niet blijven doen?” Vanaf toen lag ik drie ochtenden per week, vóór school, in het water.’
Zeldzame, erfelijke oogziekte
Meester Jaap had het goed gezien: Dorsman kan goed zwemmen. Al snel zwom hij wedstrijden op hoog niveau en deed mee aan de Nederlandse kampioenschappen. Maar toen – hij zat in de tweede klas van de middelbare school – zag hij dus plots nauwelijks meer iets. Dorsman bleek choroïderemie te hebben, een zeldzame, erfelijke oogziekte waarbij delen van het netvlies en het vaatvlies afsterven, én een fout in zijn DNA waardoor zijn oogzenuw afsterft. ‘In Nederland ben ik de enige met deze combinatie van aandoeningen. Helaas is er niets aan te doen. Ik zie nu nog een à twee procent, maar word helemaal blind.’
Er volgde een moeilijke periode. Toen hij met een trolley met hulpmiddelen op school kwam, riepen verschillende leerlingen: ‘Ik ga op reis en ik neem mee…’ ‘Iedereen moest lachen. En een docent riep: ‘Hé, ben je op straat gezet?’ Het was vast grappig bedoeld, maar ik voelde me ellendig.’
Het ergste vond Dorsman dat hij zijn zelfstandigheid kwijt was en niet meer kon zwemmen. ‘Ik botste zo hard tegen de kant op dat ik hersenschuddingen en een gat in mijn hoofd opliep. Het kostte tijd om te accepteren dat mijn leven voorgoed was veranderd.’
Positief
Er veranderde veel toen Dorsman terecht kon op een school van Koninklijke Visio, in Rotterdam, speciaal voor kinderen met een oogaandoening. Daar was hij een van de velen die (bijna) blind waren. En de leraren wisten goed hoe ze hiermee om moesten gaan. ‘Ik kreeg de juiste middelen, bijvoorbeeld een laptop met software die geschreven teksten omzet in spraakberichten. Er ging een wereld voor me open. Ik leerde ook braille en naast gewone schoolvakken leerde ik koken, de was doen, techniek en houtbewerken. Natuurlijk sla je een paar keer op je vinger, maar als je oefent, doe je dat niet meer.’ Alles was gericht op wat je wél kan. Dat paste goed bij mij.’
‘Ik ben van nature positief ingesteld, en mijn ouders hebben mij zo ook opgevoed. Dat helpt enorm om met zo’n tegenslag om te gaan.’ Terwijl hij praat, is het alsof Dorsman je recht aankijkt. ‘Ik heb van mijn ouders geleerd dat ik mijn ogen moet richten op waar de stem vandaan komt’, legt hij uit.

Zwart brilletje
Dorsmans moeder was ervan overtuigd dat haar zoon best kon blijven zwemmen, als hij maar goed begeleid werd. Ze schreef de Zwembond een brief met de vraag wat er mogelijk was. Die raadde aan te gaan kijken bij de paralympische zwemmers in Zeist. ‘Ik kreeg de gouden tip om een tap-stok te maken: een hengel met een balletje, waarmee iemand mij op tijd kon aantikken vlak voor het einde van de baan, zodat ik wist wanneer ik moest keren.’
Hij mocht ook komen zwemmen in Zeist. Eerst één keer per maand, maar al snel vaker. ‘Ze zagen wel iets in mij’, zegt hij bescheiden. ‘Nadat ik mijn havo-diploma had gehaald, ben ik fulltime gaan zwemmen en werd het mijn beroep. In 2018 zwom ik voor het eerst een EK.’ Hij won er tweemaal brons.
Het paralympisch zwemmen kent verschillende categorieën. ‘Sinds 2019 zit ik in S11’, vertelt Dorsman, ‘voor zwemmers die blind of bijna blind zijn. Om het zo eerlijk mogelijk te maken, zwemmen we allemaal met een zwart brilletje. Ik zwem dus al jaren blind.’
In 2019 won hij tijdens de wereldkampioenschappen tweemaal goud en tweemaal zilver. Twee jaar later, tijdens de (wegens covid een jaar uitgestelde) Paralympische Spelen in Tokio, volgden maar liefst drie gouden medailles. Maar zijn hoogtepunt was vorig jaar, tijdens de Paralympische Spelen in Parijs. ‘Tokio was heel bijzonder, omdat het mijn eerste Spelen waren. Maar vanwege covid mocht er geen publiek bij zijn. In Parijs zwom ik voor 17.000 man, inclusief mijn ouders, mijn zus en andere familieleden. Het publiek ging door het dak. Onvergetelijk.’
Keihard werken
Sinds een paar maanden woont Dorsman zelfstandig in Eindhoven, waar het paralympisch team inmiddels traint. Naast het zwemmen volgt hij de opleiding sportmarketing aan de Johan Cruyff Academy in Amsterdam. ‘Ik ga er een dag per week naartoe en kan verder alles online volgen’, zegt hij.
Daarnaast zet hij zich in voor kinderen met een beperking die willen sporten. Hij is ambassadeur van de Johan Cruyff Foundation en van Koninklijke Visio, de organisatie waar hij zelf naar school ging en leerde leven met zijn beperking. ‘Ik wil kinderen laten zien dat je niet bij de pakken neer hoeft te zitten als dit je overkomt. En dat je, ook als je slechtziend of blind bent, nog steeds kunt sporten, timmerman kunt worden en een gelukkig leven kunt leiden.’
Tijd voor een sociaal leven heeft Dorsman nauwelijks. Zijn vrienden zitten allemaal in zijn team. ‘Zij begrijpen dat je als topsporter weinig tijd hebt voor iets anders. Het is keihard werken’, vertelt hij. ‘De grootste uitdaging is elke dag weer het maximale uit jezelf halen. Als ik mijn best niet doe, boek ik minder progressie en raak ik achterop.’ Hoewel hij tot de wereldtop behoort, blijft hij nuchter. ‘Ik ben ambitieus, dat moet je zijn als sporter, maar ik ben niet zo bezig met wat ik allemaal heb bereikt. Ik wil vooral gewoon lekker zwemmen.’
- Auteur: Deirdre Enthoven
- Fotograaf: Frank Ruiter















