

Jongere mag in Credohuis zichzelf zijn
ReportageEen voormalige kroeg annex kegelbaan en tattooshop doet in Kerkrade dienst als opvanghuis voor dak- en thuisloze jongeren. Uit huis gezet, weggelopen, soms geen dak boven hun hoofd. Coördinator Peter Peeters en een team van vijf professionals en een tiental vrijwilligers biedt ze in het Credohuis een thuis en een toekomst. ‘Wij behandelen jongeren met respect en vertrouwen, en met veel persoonlijke aandacht. Jongeren mogen hier zichzelf zijn.’
Het is rustig in het Credohuis. Sommige bewoners zijn niet thuis, anderen zitten op hun kamer. Een bewoner is bezig met het opruimen van de keuken, die overgaat in een ruime woonkamer met uitzicht op de binnentuin. ‘Weet je’, begint coördinator Peter Peeters (55) te vertellen, ‘een oud-bewoner houdt als vrijwilliger onze tuin bij. Deze jongen vluchtte op jonge leeftijd uit Syrië, was vier jaar onderweg naar zijn familie in Nederland en raakte later alsnog dakloos door problemen met de uitkering van zijn moeder. Het Credohuis bracht hem weer stabiliteit. Nu gaat het goed met hem: hij woont zelfstandig en werkt in het groen.’
Tijdens de rondleiding door het opgeknapte gebouw – ooit een kegelbaan, kroeg en tattoo-shop – vertelt Peeters over het concept van het Credohuis, bedoeld voor de opvang van dak- en thuisloze jongeren. ‘Ik geloof heel sterk in kleinschalige zorg. We hadden hier tien slaapkamers kunnen bouwen, maar we hebben er bewust maar zes gemaakt. Als een jongere thuiskomt, willen we aanspreekbaar en aanwezig zijn voor iedereen.’
Huisregels
In een lange gang, vroeger de kegelbaan, bevinden zich enkele slaapkamers. Iedereen moet zich aan de huisregels houden, vertelt Peeters. ‘Om zes uur eten we samen. Daar mag niets tussen komen, behalve school of werk. Om middernacht moet iedereen thuis zijn. En natuurlijk geldt: geen drugs en geen alcohol in huis. ’s Nachts is hier altijd iemand aanwezig. We draaien de nachten met dertien vrijwilligers.’
Badkamers en wasruimtes worden gedeeld, zo ook de keuken. ‘Ze doen hier alles zelf. Schoonmaken, wassen en om de beurt koken. En als het even niet lukt, helpen we. Maar uiteindelijk moeten ze het zelf leren.’
Kapper
In de voormalige kroeg bevindt zich de buurtkamer, een plek waar ouderen uit de buurt vier dagen per week koffiedrinken. En waar ze in aanraking komen met de jonge bewoners. ‘De buurt heeft ons hartelijk ontvangen’, aldus Peeters, die een anekdote vertelt. ‘Een buurtbewoonster zei tegen Jupke, een van de bezoekers: ‘Je moet naar de kapper, je ziet er niet uit.’ Jupke zei: ‘Maar ik heb geen 15 euro.” We hadden toen een meisje in huis dat de kappersopleiding deed. Ik dacht: dit is de kans om een verbinding te leggen. Dus zij zette hier een stoel neer en begon Jupke te knippen. De mensen vonden het geweldig, ze gaven de kapster allemaal een paar euro fooi.’
‘Zorgweigeraar’
Vandaag is Lilly Henrath (25) op bezoek, een voormalige bewoonster die nog nazorg krijgt. Ze komt uit een woonwagencultuur. Haar moeder is jong overleden, haar vader heeft een licht verstandelijke beperking. Dat had grote invloed op haar. ‘Mijn vader is iemand met een IQ onder de 85. Als tiener merk je dat jouw vader de wereld niet begrijpt. En de wereld hem niet begrijpt. Ik moest al het zakelijke werk thuis doen: brieven lezen, gesprekken voeren. Er werd te veel van mij verwacht. Tegen die druk was ik niet bestand.’
Op haar zeventiende verruilde ze haar ouderlijk huis voor een studentenflat. Het werd al gauw een toevluchtsoord voor een verkeerde vriendengroep. ‘In de praktijk zat ik daar op 27 vierkante meter met vijf mensen. Ik werd een beetje het lokale buurthuis.’ Toen de flat onleefbaar werd, sliep ze wekenlang buiten in het Aambos. ‘Van mijn zestiende tot mijn drieëntwintigste had ik een forse cannabisverslaving. Ook heb ik een periode harddrugs gebruikt.’
Via STAND-BY, een samenwerkingsverband van een aantal zorg- en welzijnsorganisaties, kwam Lilly in 2022 terecht bij het Credohuis. Andere organisaties hadden haar als ‘zorgweigeraar’ al opgegeven. Op de middelbare school was ze onhandelbaar. Dat was bij aankomst in het Credohuis nog steeds zo. ‘Ik dacht, ik ben hier over een maand weg. Ik hoef geen hulp. Ik wil gewoon een nieuwe woonplek en een nieuwe start. En dan los ik het allemaal zelf wel op. Ik had namelijk al veel nare ervaringen gehad met hulpverlening. En toen kwam ik hier binnen. Iedereen was aardig. In mijn kamer lag een brief van mijn begeleider: ‘We gaan het gewoon opnieuw proberen’. Dat was de ommekeer. Oké, dacht ik, dit zijn echt mensen die vanuit hun hart werken. En die het echt goed met me voor hebben.’
Huishamster
Ze kon in het begin heel uitdagend zijn, herinnert Peeters zich. ‘We hebben als stelregel: geen huisdieren. Maar Lilly had een hamstertje, haar enige houvast. Ik had zoiets van: ik laat iemand toch niet op straat slapen met een hamster? Toen ze stiekem een tweede hamster kocht, Ozzy, vroeg ze: “Zet je me er nou uit?” Dat had gekund. Maar in plaats van haar af te wijzen, maakten we van Ozzy de huishamster.’
Het Credohuis ondersteunde Lilly in haar keuzes. ‘Ik dacht dat studeren niet mogelijk was, maar hier zei iedereen: jij gaat wél studeren.’ Na een talentenscan begon ze een mbo 4-opleiding in rechten. ‘In april ben ik klaar.’
Lilly, die sinds 2024 weer zelfstandig woont, heeft afstand genomen van een deel van haar oude vriendenkring. ‘Er zijn ook mensen die zijn meegegroeid.’ Haar ambitie: werken in een buurtcentrum of bij een juridisch loket in een achterstandswijk. ‘Het liefste wil ik een laagdrempelig zorgloket voor juridische zaken opzetten voor mensen zoals mijn vader, die niet kunnen lezen. Voor jongeren die op straat leven. Veel mensen lopen vast, terwijl er genoeg oplossingen voorhanden zijn.’
Zijn geloof is een belangrijke drijfveer in zijn werk, vertelt Peeters in zijn werkkamer op de bovenverdieping. Hoe dat kwam? Hij werd verliefd op een vrouw die lid was van een Pinkstergemeente. Aanvankelijk ging hij mee naar de kerk vanwege het ‘verliefd zijn’, niet uit geloofsovertuiging. ‘Tijdens het tweede kerkbezoek werd ik gegrepen. Ik werkte bij een zorgverzekeraar, maar wilde mensen gaan helpen, het liefst de meest kwetsbare. Zie om naar de weduwe, de wees, de eenzame. Geef en je zult ontvangen.’
Geluidstechnicus
In een van de kamers ontmoeten we Jonah Stobbe, al bijna twee jaar bewoner. Trots laat hij zijn studio-achtige kamer zien, vol instrumenten en posters aan de muur. Peeters: ‘De volgende uitstromer. Het eerste wat hij vroeg toen hij binnenkwam: mag ik hier wat aan de muur hangen? Natuurlijk mag dat. Het moet jouw plek zijn.’ Stobbe is muzikant en geluidstechnicus. Oorspronkelijk komt hij uit Duitsland, maar hij woont al vijftien jaar in Nederland. Twee jaar geleden zag hij het leven nauwelijks nog zitten. Zijn hele leven kampt hij met chronische depressies en angststoornissen. ‘Zeg maar het hele pakket’, vertelt hij. ‘Uiteindelijk ben je op. Ik had nergens meer zin in. De thuissituatie werd steeds lastiger.’
Via ambulante begeleiding kwam hij twee jaar geleden terecht bij het Credohuis. Dat bleek een keerpunt. ‘Ik besloot mijn leven in eigen hand te nemen.’ Stobbe volgde een muziekopleiding bij het Vista college en bleek een talent in opname- en productietechniek. ‘Het ging zo snel dat docenten zeiden: “Vraag maar aan Jonah als je iets wilt weten”.’
Inmiddels is hij zelfstandig ondernemer en werkt hij als muzikant en producer. Hij schrijft zijn muziek grotendeels zelf, programmeert drums, speelt bas en gitaar. De opdrachten leveren hem als zzp’er net genoeg op om rond te komen. ‘Ik kan mijn rekeningen betalen, maar er is geen ruimte om te sparen of te investeren in bijvoorbeeld een nieuwe Macbook. Terwijl ik die dringend nodig heb.’ Nee, de beste in zijn vak hoeft hij niet te zijn. ‘Ik wil gewoon lekker bezig zijn met muziek, zonder dat ik me zorgen hoef te maken over geld.’
Subsidie
De verbouwing van het Credohuis kostte 526.000 euro, vertelt Peeters in zijn kantoor, maar een subsidie van drie ton volstond. ‘We hebben voor 226.000 euro spullen en arbeid gekregen. Onze gunfactor is groot. Een wasmiddelenfabrikant levert structureel schoonmaakmiddelen en een directeur van een afvalbedrijf schonk containers. Hij werd zelfs vrijwilliger.’
Toch is het niet gemakkelijk om de boekhouding elk jaar sluitend te krijgen. Jaarlijks moet Peeters 40.000 tot 60.000 euro aan aanvullende middelen binnenhalen. ‘Dat is al vier jaar gelukt, maar wat zou het fijn zijn als er structurele zekerheid kwam.’
- Auteur: Bart Ebisch
- Fotograaf: Koen Verheijden

























