

Reddingsbrigade waakt over de Maas
ReportageVoor de Reddingsbrigade Roermond is het hoogseizoen begonnen. Een team van vijftig vrijwilligers waakt over de veiligheid van iedereen die het water op gaat. Rabo &Co bezocht een oefendag en stapte in een reddingsboot. ‘Je doet dit werk samen. Dat maakt het zo mooi.’
Via de marifoon komt er een melding binnen bij de Reddingsbrigade Roermond. Ongeluk met twee speedboten op de Maas. Situatie zeer ernstig. Even later koerst een reddingsboot met zestig kilometer per uur over de Maas richting het ongeval.
Een van de speedboten is inmiddels half gezonken, de andere heeft veel materiële schade. In het water liggen enkele slachtoffers. Die worden door de leden van de reddingsbrigade naar de kant gebracht. Niet alle hulp mag baten. Van de vijf opvarenden overlijdt er later één.
Impact
Ralf Slabbers (32), coördinator opleidingen, vertelt tijdens een oefendag van de reddingsbrigade over het bewuste ongeluk, begin september 2021. ‘We zagen meteen dat het heel erg mis was. Na een 112-melding waren ambulance, politie en brandweer snel ter plaatse. Zo ook de traumahelikopter. Zij namen de regie over.’
De impact op de hulpverleners was groot. ‘We hebben er heel veel met elkaar over gesproken, dat hoort ook bij het protocol. Iedereen gaat er anders mee om. Mocht iemand er behoefte aan hebben, dan staat er altijd een vertrouwenspersoon klaar.’
Calamiteiten
Het uitrukken bij calamiteiten tijdens het dienstseizoen – van april tot en met oktober – is een van de taken van de Reddingsbrigade Roermond. Ongeveer zeventig procent van de hulp- en serviceverlening komt voort uit eigen waarneming, weet Slabbbers. Indien nodig wordt eerste hulp verleend. ‘Dat kan gaan om het aanbrengen van een pleister bij een kleine verwonding, maar ook om ernstige situaties waarbij snel en deskundig handelen nodig is.’ In dat geval nemen brandweer, ambulance en politie de regie over. ‘Wij ondersteunen ze dan met onze kennis en middelen.’
In verreweg de meeste gevallen gaat het om het afslepen van boten met motorpech of boten waarvan de accu leeg is.
Booteigenaren kunnen lid worden van de reddingsbrigade door jaarlijks voor tien euro een sticker te kopen. Daarmee krijgen ze 25 procent korting op de serviceverlening. Het afslepen kost 60 euro voor een kleine boot en 75 euro voor een grote boot, mits dat afslepen binnen een uur lukt. Duurt het langer, dan komen er kosten bij. Slabbers: ‘De stickerverkoop is een van onze inkomstenbronnen. Soms zit de sticker inbegrepen bij het liggeld in bepaalde havens. Levensreddend werk doen we uiteraard gratis.’
Vrijwilligers
De reddingsbrigade bestaat uit ongeveer vijftig vrijwilligers, ongeveer evenveel mannen als vrouwen. In kleine teams onder leiding van een schipper patrouilleren ze vooral in het weekend op het water om toezicht te houden. Bij grote evenementen – zoals het muziekfestival Solar – draaien ze zelfs 24-uursdiensten. Ook bij de intocht van Sinterklaas is de reddingsbrigade paraat. Het werkgebied betreft de Maasplassen bij Roermond, van de sluis in Linne tot aan de Asseltse Plassen, plus de havens in dat gebied. Slabbers: ‘Bij hoogwater ondersteunen wij hulpdiensten. Dat kan variëren van het evacueren van bewoners en dieren tot het verzorgen van een veilige pendeldienst voor de inwoners van buurtschap De Weerd.’
Marechaussee
Tijdens de oefendag gaat een team met een reddingsboot het water op, terwijl Tom de Groot (66) in de meldkamer de marifoon en portofoon bedient. Er komen meldingen binnen die hij moet afhandelen. Zo is er op de Maas zogenaamd sprake van een incident, waarbij niet duidelijk is of brandweer, politie en ambulance moeten opdraven. Dat blijkt uiteindelijk niet nodig te zijn. Het team van de reddingsbrigade kan het alleen af.
De Groot heeft een achtergrond bij de marechaussee en politie en was securitymanager. Vorig jaar augustus meldde hij zich aan als vrijwilliger bij de reddingsbrigade. ‘Ik had tijd over en wilde iets nuttigs doen’, vertelt hij. Mede door zijn achtergrond en ervaring heeft hij de basisopleiding versneld kunnen afronden en is hij nu bezig met de vervolgopleiding tot lifeguard. Daar horen praktijkoefeningen bij. Het redden van een drenkeling, 25 meter onder water zwemmen en binnen acht minuten tweehonderd meter rennen, dan tweehonderd meter zwemmen en daarna nog eens tweehonderd meter rennen. ‘Het is pittig, maar juist dat maakt het leuk en uitdagend.’
Meer dan een hobby
Zijn ambitie is om door te groeien binnen de organisatie, het liefste tot schipper. Want het is meer dan een hobby, benadrukt hij. ‘Het is een manier om bij te dragen aan de veiligheid op en rond het water.’ Wat De Groot vooral aanspreekt, is de samenwerking binnen het team. ‘Het is een enthousiaste groep, jong en oud door elkaar, iedereen helpt elkaar.’
Dat is ook de ervaring van Katja op het Veld (18), een van de jongste leden. Wat begon als reddend zwemmen bij een vereniging in Echt, groeide uit tot serieuze deelname aan de reddingsbrigade in Roermond. ‘Tijdens een rondleiding hier dacht ik meteen: dit wil ik doen’, vertelt de studente natuur- en sterrenkunde.
Leidinggeven
Veel leden beginnen jong met reddend zwemmen en groeien door naar het werk op open water. Thomas Pappas (20) begon als kind al met reddend zwemmen en stroomde op zijn zestiende door naar de reddingsbrigade.
Rob Havenith (50) bewandelde een vergelijkbaar pad. Hij noemt zichzelf ‘een laatbloeier’ bij de brigade. ‘Ik geef al 23 jaar zwemles als vrijwilliger. Zo ben ik uiteindelijk ook hier terechtgekomen.’ Rob Silvertand (42), al ruim twintig jaar schipper, was zes jaar toen hij bij de reddingsbrigade ging zwemmen. Ook hij stroomde door. ‘Dit past bij mij: mensen helpen op het water, samen met een hechte groep.’
Ook Ralf Slabbers begon met reddend zwemmen, bij een vereniging in Heythuysen: conditiezwemmen, zwemmen met poppen, ringen opduiken en het oefenen van allerhande reddingssituaties. ‘Op een gegeven moment was ik daar een beetje uitgegroeid. Ik moest een keuze maken: verder gaan in wedstrijdverband of kiezen voor de reddingsbrigade.’
Mensen helpen is ook de drijfveer van Katja op het Veld. De basisopleiding heeft ze inmiddels afgerond. Ze volgt nu de opleiding tot lifeguard. Daarin leert ze niet alleen reddingstechnieken, maar vooral ook leidinggeven. ‘Als lifeguard stuur je anderen aan. Je moet overzicht houden en via de portofoon communiceren met de centrale post. Dat is soms lastig, want je wilt zelf helpen, maar juist dat moet je overlaten aan je team.’
Verdrinkingsdood
Vanuit de meldkamer ziet Tom de Groot enkele leden in de reddingsboot stappen voor een oefening op de Maas. Als argeloze passagier denk je: ‘Wat kan er gebeuren’? Toch is de Maas, hoe mooi ook, zeker op een zomerdag ‘potentieel levensbedreigend’, zoals Ernst Brokmeijer, woordvoerder van de Nederlandse Reddingsbrigade, het vorig jaar naar aanleiding van een dodelijk ongeval verwoordde in De Limburger. Drie mannen sprongen in Venlo in de Maas, omdat een van hen zijn telefoon in het water had laten vallen. Twee moesten de ‘reddingsactie’ bekopen met de verdrinkingsdood.
In totaal verdronken 22 mensen in Limburg in de afgelopen vijf jaar. Vooral de Maas zorgt in onze provincie jaarlijks voor slachtoffers. In de regio Limburg-Noord overleden dertien drenkelingen, in Zuid-Limburg negen, maakte het Centraal Bureau voor de Statistiek onlangs bekend.
Mensen onderschatten vaak de risico's van zwemmen in open water. Ze houden te weinig rekening met de temperatuur van het water, onderstromingen en de diepte. Mensen kunnen hierdoor razendsnel worden meegesleurd. Plaatsen waar de stroomsnelheid verandert door objecten zoals stuwen zijn extra riskant. Verder hebben grote schepen een gevaarlijke zuigende werking en schippers kunnen zwemmers vaak niet zien. ‘Zorg dat je niet te water raakt’, aldus Brokmeijer in de krant: ‘Ook in de zomer kan de stroming onverwacht sterk zijn. En als je te water raakt of in de Maas zwemt, blijf dan vooral uit de buurt van de scheepvaart.’
Denken in oplossingen
De Roermondse brigade beschikt over drie boten: twee snelle reddingsboten voor inzet en een kleinere, langzame boot – een gift van Rabobank – die vooral dient als oefenvaartuig. ‘Op de snelle boten mag niet zomaar iedereen varen’, legt Thomas Pappas voor vertrek uit. ‘Daar zit wetgeving aan vast.’
Met een ruk trekt de motorboot op, met verder aan boord Havenith, Silvertand en Luuk van Lierop (27). Vandaag oefenen ze verschillende reddingsscenario’s. Ze leren hoe zij op een veilige en efficiënte manier met een boot een slachtoffer kunnen ophalen en vervoeren. Daarnaast wordt aandacht besteed aan essentiële vaartechnieken, zoals het veilig aan- en afmeren bij een oever zonder steiger en het aanleggen bij een steiger bij sterke wind. Ook wordt geoefend met het te water laten van een tweede boot en het gecontroleerd manoeuvreren tussen meerdere vaartuigen.
‘Je leert hier echt denken in oplossingen’, zegt Van Lierop. ‘Hoe bereik je een slachtoffer zonder steiger? Hoe sleep je een boot veilig weg? Dat soort dingen.’
Pappas, die de reddingsboot na de oefening aanmeert: ‘Je weet nooit van tevoren wat je krijgt en dat maakt het realistisch. Het is een combinatie van vaartechniek en hulpverlening, met als doel vaardigheid en zelfvertrouwen op het water te vergroten.’ Of zoals Silvertand het samenvat: ‘Je doet het samen. Dat maakt dit werk zo mooi.’
- Auteur: Bart Ebisch
- Fotograaf: Koen Verheijden


























