

Gezond en duurzaam: dat is lekker!
Verhaal uit de regioKinderen zijn de consumenten van de toekomst. Het is hard nodig dat zij leren hoe goed en lekker duurzaam en gezond voedsel is. Daarom biedt Voedselfamilie Krimpenerwaard een structureel voedsel-educatieprogramma. De helft van de basisscholen in de regio doet al mee.
Waar komt je voedsel vandaan en wat doet het met je lichaam én je omgeving? Als je meer kennis hebt over voedsel kies je hopelijk vaker voor gezonde en duurzame producten. ‘En die andere keuzes zijn keihard nodig. Voor onszelf, voor de samenleving en voor het milieu. Niet voor niets is ons doel om meer streekproducten op het bord van mensen te krijgen’, zegt Ilonka Cirk, voorzitter van Stichting Voedselfamilie Krimpenerwaard.
‘Dat begint bij bewustwording en het liefst al op heel jonge leeftijd. Daarom is een van onze projecten gericht op educatie op basisscholen. Met succes: het slaat flink aan.’
Voedsel verbindt mensen met de natuur
Ilonka coördineert het project zelf en met veel passie. Zij ontdekte na haar studie tuin- en landschapsinrichting namelijk hoe belangrijk de rol van voedsel is voor de relatie van de mens tot de natuur. ‘Ik wil heel graag mensen meer met de natuur verbinden. Daarom werd ik natuurvoedingskok en -therapeut en geef ik gastlessen op scholen.’
‘Toen ik in contact kwam met de Voedselfamilie Krimpenerwaard ontdekten we een gezamenlijk streven: er moet meer structurele voedingseducatie op scholen komen. We besloten samen te gaan werken aan een goed aanbod.’
Basis voor een sterke samenleving
Dat samenwerken is niet nieuw voor de Voedselfamilie Krimpenerwaard. ‘Alles binnen onze stichting draait om samenwerking. We leggen steeds de verbinding tussen voedselmakers, producenten, consumenten, provincie, gemeenten en maatschappelijke organisaties. We delen kennis en ervaring en komen tot nieuwe ideeën die we samen tot leven brengen. Zoals de voor veel mensen bekende Oogst- & Streekmarkten.’
‘We werken ook aan een MoerasVoedselbos en een project dat zich richt op meer lokale producten in zorginstellingen, horeca en kantines. We bieden ook een boekje en de kookworkshops over gezonde maaltijden voor een kleiner budget. Daar heeft Rabobank overigens een mooie financiële bijdrage voor geleverd. We zijn heel blij dat we dat ook voor het project Educatie hebben gekregen. We vinden elkaar in de overtuiging dat gezond en duurzaam voedsel de basis is voor een sterke samenleving.’
Beter eten, beter presteren
Daarom moeten zeker ook de consumenten van de toekomst meer weten over voedsel, benadrukt Ilonka. ‘We worden met elkaar ongezonder, ook kinderen. Vrijwel geen enkel kind eet voldoende groente en het overgewicht neemt toe. Dat leidt tot welvaartsziekten waaronder de zorgsector bezwijkt. Een gevolg is ook dat de schoolprestaties afnemen. Als kinderen gezonder gaan eten, presteren ze beter en vergroten ze hun kansen.’
Kiezen voor duurzaam
Andere keuzes kunnen ook bijdragen aan de duurzaamheidsopgave. ‘We hebben steeds minder kennis over voedsel. Wie maakt het en waar? Hoe komt het op je bord? In Nederland hebben we veel minder een relatie met producten van eigen bodem dan in het buitenland. Dat is enorm jammer want een Nederlandse appel is al vlug duurzamer dan eentje uit Nieuw-Zeeland.’
‘We lopen hier ook achter als het gaat om biologische producten. We moeten stappen zetten om dat te veranderen. Het helpt daarbij flink als kinderen op een toegankelijke manier leren dat gezonde, duurzame keuzes niet alleen goed zijn maar ook lekker.’
Structurele educatie
Nu wordt er op scholen best al wat gedaan op het gebied van voedseleducatie, beaamt Ilonka. ‘Maar vrijwel nooit structureel. Kinderen gaan bijvoorbeeld een keer naar de boerderij. Dat is interessant maar het heeft meer effect als je er in de klas op terugkomt. Scholen hebben daar te weinig tijd voor. Voedselfamilie Krimpenerwaard maakt daarom structurele educatie makkelijker voor scholen.’
‘Vorig jaar zijn we gestart met een pilot van acht lessen op zes basisscholen. De eerste serie ging over honing en fruit. Groepen 1 en 2 proefden appels en we maakten appelmoes. Groepen 3 en 4 bezochten een appelboomgaard. Groepen 5 en 6 keken naar de routes die fruit maakt. En groepen 7 en 8 onderzochten het verschil tussen hoog- en laagstamfruit. Door op verschillende manieren en in opvolgende klassen met het onderwerp bezig te zijn, beklijft het thema beter.’
Bouwen aan het programma
De pilot sloeg aan. ‘Dit jaar deden er al zeventien scholen mee. Vier in Krimpen aan de IJssel en dertien in de Krimpenerwaard. We zijn zelfs wat voorzichtig met werven van nieuwe scholen want het kost tijd, energie en geld om alles goed te coördineren. Vandaar dat we zo blij zijn met het geld van Rabobank en andere sponsoren zoals ZuivelNL en JongLerenEten. Dat zetten we vol in op het geleidelijk opbouwen van het programma. Ons doel is om voor elke groep twaalf thematische lessen aan te bieden.’
Dat doet de Voedselfamilie Krimpenerwaard niet alleen. ‘Ik geef zelf lessen op scholen maar we zetten ook uiteenlopende vakmensen in. Zoals een diëtist, fruitteler, imker en zuivelboeren die opgeleid zijn tot educatieboer.’
‘Samen met Boerderijeducatie Nederland willen we ook nieuwe voedselproducenten opleiden tot educatieboer. Dat geeft agrariërs de kans op neveninkomsten en ons de kans om uit te breiden naar andere regio’s, kinderdagverblijven en voortgezet onderwijs. Zodat we samen kunnen bouwen aan een gezondere en duurzamere toekomst.’
- Auteur: Jacqueline Klaassen
- Fotograaf: Sanne Donders















