

Jeugdfonds maakt sporten mogelijk voor iedereen
Verhaal uit de regioSporten is leuk en het brengt kinderen veel. Marianne Vos, ambassadeur van het Jeugdfonds, weet dat als geen ander. Van jongs af aan was ze enthousiast aan het wielrennen, schaatsen en skeeleren. Het Jeugdfonds betaalt de sportclub of muziekles voor kinderen wier ouders het niet kunnen betalen.
Marianne Vos begon al jong met wielrennen. ‘Op mijn zesde jaar ging ik voor het eerst met mijn vader en broer mee naar wielervereniging VV Presto in Drunen. Zij waren daar allebei actief. Mijn eerste training was op een piepklein wielrenfietsje. Ik vond het meteen geweldig. Ik mocht als jongste lid meedoen met de jeugd. In de winter zijn wegtrainingen lastiger in verband met weer en licht. Dan ging ik veldrijden, op de onverharde weg.’
Vos ging in de winter ook schaatsen en in de zomer skeeleren. Allemaal sporten waarbij je je op grote snelheid voortbeweegt. ‘Vooral de vrijheid die je daarbij voelt, met de wind door je haar, vind ik geweldig. Fietsen kun je overal doen en je legt flinke afstanden af, waardoor je onderweg van alles ziet.’
Materiaal
Vanaf haar achtste kon Vos deelnemen aan wedstrijden. ‘Dat deden mijn broer en ik allebei’, vertelt Vos. ‘Mijn ouders waren er druk mee. Ze gingen overal met ons naartoe: onze trainingen en wedstrijden door het hele land.’ Vos’ ouders hebben haar altijd gesteund.
‘Wielrennen is niet per se een makkelijke sport om in te stappen. Je hebt natuurlijk goed materiaal nodig dat onderhoud vergt. Zeker in mijn jeugd was dat zo. Ik groeide snel uit mijn fiets en deed ook nog aan veldwielrennen, schaatsen en skeeleren, dus ik had veel nodig. Voor mijn ouders was dat niet altijd makkelijk, maar ze zorgden ervoor dat mijn broer en ik alles hadden wat nodig was en daar ben ik nog steeds dankbaar voor.’
Geldstress
Niet alle kinderen hebben ouders die hen financieel kunnen steunen. ‘Er zijn helaas ook ouders die geldzorgen hebben’, zegt Petra Bosman, directeur van het Jeugdfonds Sport en Cultuur. ‘Als je stress hebt over je financiën is het lidmaatschap van een voetbalclub voor je kind misschien niet het eerste waar je aan denkt.
Daarom betaalt het Jeugdfonds de contributie, het lesgeld en de benodigde attributen voor kinderen en jongeren als hun ouders het zelf niet kunnen betalen. Zo kunnen ze toch sporten, want alle kinderen hebben het recht om mee te doen.’
Sport is op elk vlak goed voor een kind. ‘Het werkt door op verschillende vlakken’, zegt Bosman. ‘Fysiek, sociaal, mentaal en creatief. Door te sporten word je lichamelijk fitter. Maar het is ook goed voor je cognitieve ontwikkeling. Vaak verleg je grenzen, krijg je meer zelfvertrouwen en maak je vrienden. Een kunstzinnige bezigheid als schilderen maakt je creatief, maar dat doet sport ook, door je uit te dagen.’
Spelletjes
Vos heeft zelf op verschillende manieren altijd heel veel plezier gehad van haar sport. ‘Ik was altijd gedreven. Ik wilde zo goed mogelijk finishen. Maar ik fietste wel echt voor mijn plezier. Ik trainde veel, maar voelde geen druk. Natuurlijk wilde ik winnen, toen ook al, maar ik vond het vooral leuk om mee te doen.’ Voor en na de wedstrijden was er tijd om plezier te maken met andere jeugdleden. ‘Tot aan de start en na de finish deden we samen spelletjes’, vertelt Vos.
Uitlaatklep
Toen Vos ouder werd, deed ze mee aan de top bij de meiden. ‘Ik mocht mee naar internationale wedstrijden en daarna naar het WK. Ik heb in die tijd heel veel plezier gehad met mijn clubgenootjes. Ze vingen me op als het minder ging en stimuleerden me om te presteren.’ Vos vindt wielrennen echt een geweldige sport. ‘Ik ben introvert. Mijn fiets is de ultieme uitlaatklep. Voor mij is het lekker om naar een bepaald doel toe te werken en dan alles te geven. Maar dat hoeft natuurlijk niet. Gewoon bewegen en buiten zijn is voor iedereen goed.’
Bosman is het daarmee eens. ‘Het Jeugdfonds betaalt op dit moment de contributie voor ruim 86.000 kinderen in Nederland. Dat mogen er meer worden, we helpen het liefst iedereen die het nodig heeft.’ Ouders kunnen online anoniem checken of ze in aanmerking komen voor een bijdrage van Het Jeugdfonds voor hun kind.
‘Verder hebben we een groot netwerk van intermediairs, de zogenaamde Meerkrachten’, vertelt Bosman. ‘Leerkrachten op scholen, jeugdhulpverleners en buurtsportcoaches kunnen kinderen en jongeren aanmelden. Deze mensen beoordelen of de ouders in aanmerking komen voor onze ondersteuning. We doen geen harde inkomenscheck. We betalen de contributie rechtstreeks aan de club. Ouders krijgen een waardebon om bijvoorbeeld een balletpak, voetbalschoenen of hockeystick te kopen.’
Doen wat je leuk vindt
Het Jeugdfonds betaalt niet alleen reguliere sporten, maar ook andere clubs, zoals scouting. ‘Het maakt mij niet uit wat ze doen, kinderen mogen zelf kiezen. Of dat nou voetbal is, ballet of piano spelen. Als het maar iets is wat je leuk vindt.’
Voor Vos was gelijk duidelijk dat wielrennen haar sport was, maar de motivatie om iets te doen moet van binnenuit komen. ‘Voor de een is dat sport, voor de ander muziek.’ De Meerkrachten bij Het Jeugdfonds kunnen kinderen helpen een keuze te maken. ‘Er zijn bijvoorbeeld veel docenten Lichamelijke Opvoeding bij ons aangesloten, die tijdens de lessen al zien wat een geschikte sport is voor een bepaald kind’, legt Bosman uit.
‘Ook rolmodellen kunnen helpen. Niet iedereen hoeft topsporter te worden, maar elk kind droomt er wel eens van heel goed te kunnen voetballen of heel hard te kunnen fietsen, zoals Marianne. Verder hebben we lokale fondsen, die samen met sportaanbieders kinderen met verschillende sporten laten kennismaken.’
Vonk
Ook Vos raadt kinderen aan om lekker om zich heen te kijken en een sport te kiezen die bij ze past. ‘Vaak kun je bij verenigingen verschillende sporten en activiteiten uitproberen. Bij het wielrennen heb je bijvoorbeeld de dikkebandenrace. Ga kijken, meetrainen. Net zolang tot de vonk overslaat.’
Laat je kinderen sporten
Heb je financiële zorgen en wil je weten of het Jeugdfonds de contributie voor jouw kind(eren) kan betalen?
- Auteur: Arwen Kleyngeld















