7 min

Een dagje mee met de dierenambulance

Reportage

Stichting Dierenambulance Hoeksche Waard vervoert gewonde, zieke of overleden dieren in de regio naar dierenartsen, opvangcentra of huisdierencrematoria. De stichting draait op vrijwilligers en bestaat dit jaar veertig jaar. Aanleiding voor Rabo &Co om eens te gaan kijken waar de ambulancemedewerkers allemaal mee te maken krijgen. Judith en Wim, al drie jaar een vast duo op de dierenambulance, nemen ons graag een dagje mee. ‘Dieren laten zich meestal goed vangen, alsof ze aanvoelen dat wij ze willen helpen.’

Woensdagochtend kwart voor elf krijgt Judith (50) een melding over een gewonde vogel in Mijnsheerenland. Wim (70) haalt haar op. Ook de fotograaf en de verslaggever worden ingeseind. Als we twintig minuten later aankomen, blijkt de vogel letterlijk gevlogen. Terwijl Judith en Wim overleggen wat te doen, kijken wij nieuwsgierig in de ambulance.

Naast een groot hok en een aantal reismandjes ligt een donkerblauwe tas van zeildoek. ‘Daarmee kunnen we zwanen vervoeren’, legt Wim uit. Achter het zeil staat een ladekast met opschriften als ‘snuitbandjes’ en ‘vleermuiszakjes’: ook materiaal dat kan helpen bij het vervoeren van dieren en dat de veiligheid van het personeel ten goede komt.

‘Dieren laten zich gelukkig meestal goed vangen’, zegt Wim. ‘Alsof ze aanvoelen dat wij ze willen helpen. Maar niet altijd, meerkoeten bijvoorbeeld zijn krengen’, lacht hij. ‘En dat katje laatst?!’ vult Judith aan. ‘O ja’, weet Wim meteen weer. ‘Laatst zijn we ruim een half uur bezig geweest om een wilde kat te vangen. De vrouw bij wie hij was komen aanlopen en die hem had proberen te pakken, had twee armen in het verband vanwege de verwondingen die die kat had aangericht. Dus wij moesten voorzichtig te werk gaan.’

Gedumpt in een reisbox

Omdat zich nog geen nieuwe patiënten melden, oppert Judith om naar dierenopvang De Dierenstee in Numansdorp te gaan. ‘Soms zijn er ’s nachts dieren gebracht. We kunnen even checken hoe het hun is vergaan.’ ‘Gewonde dieren brengen we naar de dierenarts van dienst’, vult Wim aan, maar als er niets met ze is, komen ze vaak hier terecht.’

Judith vertelt over twee katten die ze hier laatst brachten. ‘Ze waren gedumpt, achtergelaten in een reisbox op straat. Het waren zulke lieve, tamme diertjes, dat maakte het moeilijk om ze hier achter te laten.’ Wim: ‘Ze kroelden in mijn nek. Op zo’n moment ben ik wel geneigd om een dier mee naar huis te nemen.’

Onder de indruk

Stichting Dierenambulance Hoeksche Waard bestaat dit najaar veertig jaar. De stichting heeft twee volledig uitgeruste ambulances in bruikleen van Stichting Dierenlot. Daarnaast draait zij op geld van de gemeente, giften van donateurs en eenmalige bijdragen, bijvoorbeeld via een crowdfunding en ook van Rabo ClubSupport. Er werken vijftig mensen, allemaal vrijwilligers.

Judith en Wim doen het werk nu bijna drie jaar. Ze hebben een etmaal per maand dienst. ‘Toen ik zelf een keer te maken kreeg met de dierenambulance, was ik zó onder de indruk dat ik me heb aangemeld als vrijwilliger’, vertelt Judith, werkzaam in een tandartsenpraktijk. Wim werkte voorheen op de tekenkamer van een scheepswerf.

Hoewel nu gepensioneerd, zit hij nooit stil. ‘Ik rij ook wekelijks als vrijwilliger voor De Wielewaal: vervoer van ouderen en gehandicapten in de Hoeksche Waard.’ Onderweg naar De Dierenstee stoppen we even voor een dode vogel die op de weg ligt. Wim pakt hem op en gooit hem in een sloot. ‘Dan wordt hij niet verder kapot gereden, maar geven we hem terug aan de natuur.’

Verwilderde kat

De nachtopvang van De Dierenstee bestaat uit een kleine ruimte met verschillende grote en kleinere hokken. Er hangt een penetrante geur. De hokken zijn leeg. Ook de dagopvang lijkt, op een kleine zwarte kat na, leeg. Terwijl Judith de kat aait, wordt ze weer gebeld. Er zwerft een verwilderde, rode kat vol teken rond bij een kinderboerderij in Nieuw-Beijerland. De melder stuurt een foto mee. De kat ziet er verfomfaaid uit. ‘Laten we maar even gaan kijken’, zegt Judith.

De Wim-vogel

Een kwartier later arriveren we bij kinderboerderij De Bokkesprong. Het wemelt er van de dieren: van de te verwachten geiten, schapen (met pasgeboren lammetjes), varkens en konijnen tot meer exotische exemplaren zoals alpaca’s, een kleine kangoeroe, een stekelvarken en zelfs een oehoe. De rode kat is nergens te bekennen. Er lopen een paar kinderen het terrein op. Ze kennen de kat wel, hij hoort bij de kinderboerderij, weten ze. ‘Misschien zit hij binnen’, zegt een klein jongetje, wijzend naar een houten gebouwtje. We gluren door een raam en warempel, daar ligt de rode kat lekker te slapen in het zonlicht.

Niet veel later verschijnt Ger, een van de vrijwilligers van De Bokkesprong. Als hij de deur openmaakt, wordt de kat wakker. Hij trilt, is graatmager, heeft kale plekken en trekt met een pootje. ‘We hebben hem meer dan een jaar geleden geadopteerd’, vertelt Ger. ‘Het is een lelijk mormel, maar ook een schat van een beest.’

Geen geld

‘Wat een zielig geval’, verzucht Judith. ‘Maar we hebben hier wel een dilemma. Als we hem naar een dierenarts brengen, wordt hij misschien behandeld, maar komt hij daarna in het asiel terecht. En één ding is zeker: niemand gaat die kat meenemen. Hier is hij beter af, maar wordt hij niet behandeld. Daar is geen geld voor.’

‘Het is heel jammer dat we met zo weinig middelen deze kinderboerderij moeten runnen’, verzucht Ger. ‘Inkomsten zijn er nauwelijks en we doen het met een handjevol vrijwilligers.’ Over de rode kat zegt hij: ‘Hij lijdt echt veel minder dan toen hij hier kwam!’ Wim en Judith besluiten de kat bij De Bokkesprong te laten.

Kippen vangen

’s Middags krijgt Judith een melding dat er kippen door een bos bij Zuid-Beijerland lopen die daar niet horen. ‘Eerst waren het er zes, nu zijn het er nog vijf en aan de veren op het pad te zien is er al één gegrepen, waarschijnlijk door een hond’, vertelt de vrouw die heeft gebeld, bezorgd. We rijden er naartoe. Judith vertelt onderweg dat het beleid van de Dierenambulance is om kippen te laten lopen. ‘We kunnen er niet zoveel mee en kippen redden zich meestal wel. Maar deze vrouw heeft aangeboden ze mee naar huis te nemen, dat maakt de zaak iets anders.’

Bij de parkeerplaats treffen we de vrouw die met behulp van hondenbrokjes de kippen bij elkaar heeft gedreven. Binnen no-time heeft ze er een in haar armen. Die gaat het grote hok in de ambulance in. Fluitje van een cent, lijkt het. Maar de kippen vluchten luid kakelend het bos weer in. Met z'n allen proberen we ze te pakken te krijgen.

‘Toenikzelfeenkeertemakenkreegmetdedierenambulancewasikonderdeindrukdatikmehebaangemeldalsvrijwilliger’

Wim haalt een groot net aan een lange stok uit de ambulance, maar krijgt maar met moeite een kip te pakken. Ruim een uur later zitten er vier kippen in het hok. Nummer vijf vliegt een slootje over en verdwijnt in een bosje. Gezamenlijk kammen we het bosje uit, maar we vinden haar niet meer terug.

Slang onder de motorkap

Weer in de ambulance blijkt Judith heel wat gemiste oproepen te hebben. Ze belt het rijtje af. Een van de bellers vertelt dat hij in de buurt van Numansdorp een grote katachtige heeft zien lopen. ‘Zeker geen huiskat’, benadrukt hij meerdere malen opgewonden. Helaas is hij hem inmiddels uit het oog verloren. ‘Dan kunnen wij nu niets doen’, zegt Judith. ‘Mocht hij weer opduiken, laat het weten.’ De rest van de telefoontjes blijkt ook loos alarm.

‘Dit was echt een rustige dag’, constateert Wim. ‘Soms is het een gekkenhuis en maak je bijzondere dingen mee. Laatst ontdekte een man een slang onder zijn motorkap. Die lag daar opgerold te dutten. We gingen erheen, maar konden eigenlijk niets doen. De man is uiteindelijk zelf met slang en al naar de reptielenopvang gereden.’

Indrukwekkend was ook de vangst van een zwaan die op een heuvel lag en vastzat met zijn vleugel. Wim: ‘Die moesten we heel voorzichtig besluipen en hebben we gelukkig weten te bevrijden. En we mochten laatst een buizerd ophalen bij vogelopvang Karel Schot en loslaten in de natuur. Toen we eenmaal reden, bleek het hok open te staan. De buizerd was eruit gekomen en zat vlak achter ons heel rustig naar ons te kijken.’

‘Tja’, verzucht Judith, ‘het was leuk geweest als jullie ook wat meer hadden kunnen zien. Maar voor dieren is het natuurlijk het beste als er helemaal niets gebeurt.’

  • Auteur: Deirdre Enthoven
  • Fotograaf: Sanne Donders

Deze hele editie lezen?

Selecteer jouw regio
Zomer 2025

Dit artikel is gepubliceerd in de editie van zomer 2025 en is in meerdere regio's te lezen. Lees de editie uit jouw regio of een van de andere mooie edities.

Meer lezen over dit onderwerp?

    • Rabo ClubSupport
    • Rabo ClubSupport

    ‘Levens redden, dat is onze missie!’

    • Reportage
    • Rabo ClubSupport

    Een dagje mee met de dierenambulance

    • Rabo ClubSupport
    • Rabo ClubSupport

    PKC/Vertom: gouden jaren, duurzame toekomst

    • Rabo ClubSupport
    • Rabo ClubSupport

    Dweilorkest De Feintsjes viert feestje mee

    • Rabo ClubSupport
    • Rabo ClubSupport

    Bladella traint gerichter dankzij videobeelden

    • Rabo ClubSupport
    • Rabo ClubSupport

    Dweilorkest De Feintsjes viert feestje mee

    • Rabo ClubSupport
    • Rabo ClubSupport

    ‘We besparen nu de helft aan energie’

    • Oud & Nieuw
    • Buurtgevoel
    • Rabo ClubSupport

    Hoe een wandelevenement meer betekenis kreeg

    • Verhaal uit de regio
    • Rabo ClubSupport

    Jeugdfonds maakt sporten mogelijk voor iedereen

    • Verhaal uit de regio
    • Rabo ClubSupport

    De Nieuwe Kolk koploper in duurzaamheid

  • bekijk alle artikelen

    Wat vind jij van de digitale Rabo &Co?

    Wat fijn dat je je mening wilt geven over de digitale Rabo &Co. Daar zijn we heel blij mee.

    max. 500 tekens