

‘Soms zijn we net maatschappelijk werkers’
ReportageVoor de vrijwilligers van de Dierenambulance Achterhoek is geen dag hetzelfde. Op een doordeweekse dag in de winter ontfermen ze zich over muskuseend Willem die een zere vleugel heeft, over een kat die zijn einde nadert en over een poes met een wond in zijn nek. ‘Als vrijwilliger moet je soms wel stevig in je schoenen staan, want we komen heel wat narigheid tegen’, vertelt coördinator Annemiek van den Berg.
Het is deze vroege dinsdagochtend nog rustig bij de Dierenambulance Achterhoek in Dinxperlo. Alle tijd om een kijkje te nemen bij de logé die hier een dag eerder is binnengebracht: een muskuseend, die de naam Willem heeft gekregen. ‘Willem woonde in een vijver in Doetinchem, maar werd aangereden door een bestelbusje’, vertelt medewerker Roy Jansen*. ‘Nu heeft hij een lamme vleugel.’
Roy heeft gebeld met de ganzenopvang in het Drentse Dalen of de eend daar misschien naartoe kan. In afwachting van antwoord verblijft Willem in een leegstaand hondenhok. ‘Normaal zou een eend naar Noach, de opvang voor wilde inheemse dieren in Halle, gaan’, vertelt Roy, die vaak samen op pad gaat met collega Erik Naberman. ‘Maar een muskuseend is een uitheems dier. En als we met hem naar de dierenarts gaan, krijgt hij waarschijnlijk een spuitje. Terwijl Willem alleen maar een zere vleugel heeft, verder mankeert-ie niks.’
Meer aparte dieren
‘Sinds 1 juli vorig jaar mag er niet meer worden gefokt met invasieve exoten’, vertelt Erik. ‘Sindsdien krijgen we veel vaker aparte dieren binnen. Zoals een vliegende eekhoorn, die met behulp van een soort vleermuisvleugel kan zweven. Waarschijnlijk is-ie gedumpt. Ook komen er sindsdien veel schildpadden binnen. Die kunnen alleen terecht in een opvang in Friesland. Dat is 215 kilometer heen en 215 kilometer terug.’
Eerstehulp-post
Roy en Erik maken van alles mee, vertellen ze. In de avond komen er vaak meldingen over aangereden katten. Roy: ‘Die rennen zomaar de straat op en worden in het donker te laat opgemerkt door automobilisten.’ Erik verbaast zich erover dat er de laatste maanden zoveel loslopende honden worden aangemeld. ‘Vier stuks deze week.’
Eén keer heeft Roy zich moeten laten behandelen bij de Eerstehulp-post voor bijt- en krabwonden. ‘Dat was toen ik een kat moest vangen die was opgegroeid in het wild. Zo’n beest heeft veel meer spiermassa dan een gewone kat.’
De zomer is de drukste tijd bij de Dierenambulance. Erik en Roy sommen op: vakantiegangers die hun dier dumpen, geboorteseizoen voor veel dieren, veel mensen op de weg, die dus veel gewonde dieren zien en meer auto’s op de weg, waardoor er meer aanrijdingen met dieren zijn. Erik: ‘Dan maken we soms extreem lange dagen.’ Roy: ‘Vorig jaar heb ik een keer drie etmalen achter elkaar gewerkt. Toen viel ik bijna om.’
Een zielig hoopje
Inmiddels is coördinator Annemiek van den Berg gearriveerd. Naast de dertig vrijwilligers is zij de enige parttime betaalde kracht bij de Dierenambulance. ‘Ik heb gewerkt als dierenartsassistente, maar werd ziek en nu werk ik hier. Ik onderhoud de contacten: met de politie, de brandweer, dierenartsen en de gemeenten. We opereren in een groot gebied, dat zich uitstrekt van Didam in het zuiden tot aan Eibergen in het noorden van de Achterhoek.’
Dan krijgt ze een vraag binnen via Facebook. Of het normaal is dat er in de winter een jonge egel door de tuin loopt? Hoort die niet in winterslaap te zijn? Annemiek antwoordt dat het niet heel vreemd is, door het warme weer van deze winter. ‘Zet maar wat kattenbrokjes neer. En als je twijfelt over de gezondheid van het dier, dan kun je bellen met de opvang in Halle.’ We proberen zoveel mogelijk af te handelen via social media, om de telefoonlijn vrij te houden voor noodgevallen, legt ze uit.
Spoed
Rond half elf komt het eerste spoedgeval binnen. Een stervende kat in een voortuin in Gendringen. Vrijwilligers Petra Lieverdink en Willy Dijkman rukken uit met de ambulance. Aangekomen bij het adres wijst de bewoonster op een kortademige kat die tussen de hoge pollen gras in haar voortuin ligt. Een zielig hoopje inderdaad. ‘Hij zwierf al een hele tijd door de buurt, maar nu lijkt hij op sterven na dood’, vertelt ze. Daarom heeft ze vanmorgen de Dierenambulance maar gebeld.
Petra en Willy werpen een blik op het dier en zien ook: dat gaat niet goed. Ze proberen de forse kat op te tillen, maar die springt met onverwachte lenigheid door de heg. Met een vangnet en grote handschoenen lukt het de vrijwilligsters uiteindelijk om het dier te vangen. Petra belt de dierenkliniek in Doetinchem of ze langs kunnen komen.
Daar constateert de dierenarts dat het een hopeloze zaak is: de kat heeft geen tanden meer, is zwaar onderkoeld, heeft tumoren in de bek en zit onder de vlooien. Omdat het dier gechipt is, wordt de eigenaar gebeld. Het nummer blijkt niet meer in gebruik, dus overleg is niet mogelijk. Met een spuitje wordt het dier uit zijn lijden verlost.
Optimisme
De volgende rit van de ambulance gaat naar Zeddam, dit keer met vrijwilligers Hans Kraaijenbrink en Hanny Bruntink. De dierenkliniek daar heeft een gewonde kat die naar het asiel gebracht moet worden. Het dier is door een particulier binnengebracht en blijkt niet gechipt, waardoor de eigenaar niet makkelijk te achterhalen valt. Het dier heeft een gapende wond in de nek, maar oogt verder gezond.
Bij het asiel in Doetinchem ziet men de toekomst van de rode kater optimistisch in. ‘Hij gaat eerst twee weken in quarantaine om te kijken of hij geen ziektes heeft en als hij weer is opgeknapt, zoeken we een nieuwe eigenaar voor hem. Bij vrijwel alle katten die we binnenkrijgen, lukt dat.’
Rijkswaterstaat
Terug bij het kantoor van de Dierenambulance ligt er een melding over een dode kat op een provinciale weg. Maar de vrijwilligers mogen er nog niet op af. Te gevaarlijk. Het beest ligt midden op de weg. Coördinator Annemiek heeft Rijkswaterstaat gebeld met de vraag of ze de kat ‘veilig willen stellen’, bijvoorbeeld bij een parkeerhaven zodat onze vrijwilligers veilig kunnen stoppen om te kijken of de kat is gechipt en het dier te bewaren.’
Intussen is er goed nieuws voor muskuseend Willem: er is een plekje voor hem in de ganzenopvang in Drenthe. Vrijwilliger Roy brengt hem weg met de ambulance. ‘Eigenlijk hebben we een kleine bestelauto nodig voor dit soort ritten’, vertelt Annemiek. ‘Maar ook om bijvoorbeeld besmette dieren te vervoeren en om extra ritten te kunnen maken in drukke tijden.’
Insectenhotels
Wie betaalt al die kosten voor brandstof, onderhoud aan de ambulances, voer, materialen, kleding voor de vrijwilligers en het salaris van de coördinator? Alleen een retourtje van Dinxperlo naar de ganzenopvang in Drenthe kost al zo’n veertig euro. ‘We hebben gelukkig donateurs en bedrijven die ons sponsoren’, vertelt Annemiek.
‘De gemeente betaalt ons voor het ophalen van aangereden wild en als we een dier terugbrengen bij zijn eigenaar vragen we een vergoeding. Soms krijgen we een erfenis. En omdat we presentaties geven op scholen, houden die wel eens een sponsorloop voor de Dierenambulance. Of de leerlingen maken nestkastjes en insectenhotels die ze verkopen voor ons. Maar vorig jaar hebben we verlies gedraaid.’
Social media
De Dierenambulance Achterhoek houdt wel een buffer achter de hand. Voor digitalisering bijvoorbeeld. ‘Nu vullen we alle meldingen nog in op formulieren, dat kost veel tijd. Ga maar na: gemiddeld krijgen we zo’n vijfentwintig telefoontjes per dag en we maken een paar duizend ritten per jaar.’
Waarom krijgt de Dierenambulance eigenlijk zoveel meer meldingen over katten dan over honden? ‘Omdat katten altijd alleen op pad gaan. En omdat mensen een loslopende hond sneller op de foto zetten. Via social media is-ie dan meestal binnen een paar uur thuis.’
Narigheid
Soms zijn de vrijwilligers van de Dierenambulance net maatschappelijk werkers, vertelt Annemiek. ‘Als we bij iemand thuis komen en we zien dat het niet goed gaat met die persoon, dan melden we dat bij een hulporganisatie. Als vrijwilliger moet je soms wel stevig in je schoenen staan, want we komen heel wat narigheid tegen.’ Toch hoopt ze dit werk nog jaren te kunnen doen. ‘Het mooiste is de dankbaarheid van mensen die hun dier terugvinden.’
*Vrijwilliger Roy Jansen is op 20 januari overleden. Rabobank wenst de nabestaanden van Roy veel sterkte toe. Roy heeft toestemming gegeven voor plaatsing van het artikel en de foto’s.
- Auteur: Friederike de Raat
- Fotograaf: Reyer Boxem

























