

‘Als je bij de conciërge om menstruatieproducten moet vragen, is de drempel hoog’
InterviewJolanda Oest uit Hoogezand ijvert voor gratis maandverband, tampons en andere menstruatieproducten op alle scholen in Nederland. Een relatief kleine stap die grote gevolgen kan hebben. Veel mensen die menstrueren lijden aan menstruatiearmoede, wat inhoudt dat ze geen geld hebben voor die producten. Dat kan leiden tot eenzaamheid en gezondheidsproblemen. Volgens onderzoeken heeft 1 op de 10 menstruerenden geen toegang tot de juiste producten.
Niemand wordt als menstruatiearmoede-activist geboren. Zo ook Jolanda Oest (59) niet. Sterker: ze had er nog nooit van gehoord. Maar in 2019 las ze een artikel over Schotland, dat als eerste land ter wereld menstruatieproducten gratis ging aanbieden aan studenten. In het Verenigd Koninkrijk bleek tien procent van de meisjes geen maandverband, tampons, cups of menstruatieondergoed te kunnen betalen. ‘Dat was de eerste keer dat ik hoorde over period poverty. Wat een heftig verhaal, dacht ik. Het greep me heel erg aan.’
Wie lijdt aan menstruatiearmoede gaat andere oplossingen zoeken. Tampons opnieuw of te lang gebruiken, bijvoorbeeld, wat kan leiden tot toxic shock syndrome – giftige stoffen komen dan in de bloedbaan en veroorzaken onder meer hoge koorts en een daling van de bloeddruk. Of ze gaan improviseren met een sok, of met toilet- of krantenpapier. Of ze melden zich ziek op het werk. Het is immers gemakkelijker thuis te blijven dan toe te geven dat je ongesteld bent en geen geld hebt om de bijbehorende ongemakken te verlichten.
Stichting Bloedserieus
Gegrepen door het Schotse voorbeeld informeerde Oest bij de Voedselbanken – verstrekten die ook menstruatieproducten? Soms wel, soms niet, zo bleek. Dat moest anders kunnen, besloot ze. Ze kocht manden die ze neerzette op plekken waar veel vrouwen komen – de pedicure, een handwerkwinkel, een medisch centrum – met de vraag om die producten te doneren. ‘Binnen de kortste keren puilden ze uit, elke week weer. Op mijn vrije woensdagen haalde ik alles op en bracht het naar de Voedselbank.’
De pandemie kwam, ze was hartstikke blij met de incidentele donaties die ze kreeg, maar er was iets structureels nodig. Samen met Ellen Kuijpers richtte ze de stichting Bloedserieus Midden-Groningen op. Ze zocht contact met Kamerleden, die in Den Haag lobbyden voor gratis verstrekking. ‘Maar toenmalig minister Bruins van Volksgezondheid vond het onzin. Elke gemeente moest het zelf maar regelen.’ Daar had het kunnen eindigen, maar Oest bedacht een list. ‘Waar luisteren politici naar? Naar data. Er moest dus wetenschappelijk onderzoek komen. Tot die tijd was dat in Nederland nog niet gedaan.’
Rapport
Ze pitchte haar idee bij de Aletta Jacobs School of Public Health – een samenwerkingsverband van Rijksuniversiteit Groningen, de Hanzehogeschool in Groningen, Stenden University in Leeuwarden en het Universitair Medisch Centrum Groningen, en studenten pikten het onderwerp op. Hun onderzoek leidde tot het rapport Seizing Educational Opportunities to Combat Period Poverty in Midden-Groningen. Belangrijkste conclusie: vooral meisjes vinden het lastig om aan te geven dat ze zich geen menstruatieproducten kunnen veroorloven.

Met het rapport stapte Oest naar de gemeenteraad, en met succes: de gemeente Midden-Groningen stelde drie jaar lang gratis producten beschikbaar op alle scholengemeenschappen en bij het jongerenwerk. Inmiddels is dit initiatief (landelijk) overgenomen door het Armoedefonds. Dat faciliteert ook menstruatie-uitgiftepunten, waar de producten gratis kunnen worden opgehaald.
En nog, zegt Oest, is er heel veel te winnen. De studenten ontdekten dat er ook weinig kennis en voorlichting is over de vrouwelijke cyclus. ‘Ook dat is schadelijk, want wie niet weet hoe een menstruatie hoort te verlopen, merkt het ook niet als er iets mis is en trekt dan niet aan de bel. En dát kan weer leiden tot grotere gezondheidsproblemen en langdurig verzuim.’
Menstruatiekwartet
Er moest dus laagdrempelig voorlichtingsmateriaal komen, voor basisschoolleerlingen. ‘Dat lijkt vroeg, maar sommige meisjes zijn nog maar negen als ze voor het eerst ongesteld worden.’ De Pabo-studenten met wie ze contact zocht, waren meteen enthousiast en ontwikkelden onder meer vier spellen en een kruiswoordpuzzel. Oest laat het kwartetspel zien, met categorieën als moodswings, menstrueren en het menselijk lichaam. Mag ik van jou, in de categorie klachten, hoofdpijn? De spellen moeten kennis overbrengen, zegt ze, maar ook een taboe doorbreken. ‘Dan zullen mensen die menstrueren eerder aan de bel trekken als er iets mis is.’
Ook ontwikkelden de studenten kaartjes met vragen om een gesprek op gang te brengen. ‘Wat doe je als je heel vaak heel lang ongesteld bent?’, bijvoorbeeld. De mogelijke antwoorden: A. niks B. ik stap naar mijn moeder C. ik bel de huisarts. Momenteel wordt er gewerkt aan een voorlichtingsgame, en in de pijplijn zit speciale voorlichting voor meisjes met een licht verstandelijke beperking. Veel middelbare scholen hébben wel menstruatieproducten, vertelt Oest, maar ze liggen niet altijd op handige plekken. ‘Dan moet je het bijvoorbeeld vragen aan de conciërge. Die drempel is heel hoog.’ Ze vertelt dat meisjes soms extra menstruatieproducten bij zich hebben, om weg te geven aan anderen die er geen geld voor hebben. ‘Hartstikke mooi, maar het zou niet nodig moeten zijn.’
Functioneringsgesprek
Het gaat, zegt Oest, om de algehele bewustwording over de gezondheid van vrouwen. ‘Endometriose wordt bijvoorbeeld vaak heel laat gediagnosticeerd. Of stollingsziekten.’ En nu we toch bezig zijn, laten we het dan ook eens hebben over die ándere grote hormonale verandering: de overgang. Daarvoor geldt hetzelfde, zegt Oest. ‘Menopauzerende vrouwen voelen zich geremd of gegeneerd om erover te praten. Dat kan leiden tot gezondheids-problemen en ziekteverzuim die eenvoudig voorkomen hadden kunnen worden. Voor een vrouw die erg veel last heeft van menstruatie- of overgangsklachten en zich daardoor vaak ziek meldt, is de kans groot dat haar carrière stilstaat. Een man heeft daar geen last van.’
Oest zegt: ‘Eigenlijk zou het gewoon een onderwerp in het functioneringsgesprek moeten zijn. Dat er in elk geval ruimte is om het te benoemen. De laatste jaren is er gelukkig meer aandacht voor, maar het kan nog veel beter. Meer kennis leidt tot meer begrip.’
- Auteur: Karin Sitalsing
- Fotograaf: Frank Ruiter














