5 min

‘Winst kan ik niet garanderen. Maar wel een ploeg die altijd volle bak strijdt’

Interview

Als vallen en opstaan érgens dicht bij elkaar liggen – niet alleen figuurlijk, maar ook letterlijk – is het in de voetbalwereld. Maar is die wereld wel zo heel anders dan het bedrijfsleven? En waar begin je met wederopbouwen als alles moet gebeuren? Hoofdtrainer Dick Lukkien (54) van FC Groningen over de maatschappelijke verantwoordelijkheid van zijn club, het belang van een goede band met de supporters en over geloven in je eigen kunnen.

Hij werd geboren in Winschoten en werkte behalve bij FC Groningen ook bij SC Veendam en FC Emmen – en toch kan trainer Dick Lukkien niet zo veel met ‘de noordelijke mentaliteit’. ‘We worden neergezet als: hard werken, doe maar normaal, dan doe je gek genoeg. Maar is dat noordelijk? Ik houd niet zo van generaliseren. En wat is normaal? Bij ons betekent het: kom op tijd, groet mensen en de koffiejuffrouw is niet minder dan de hoofdtrainer.’

Dat hij altijd in het noorden bleef, is toeval, zegt hij. Als hij het naar zijn zin heeft, voelt hij geen drang dat te willen veranderen. Toen Groningen, waar hij eerder assistent-trainer was geweest, hem drie jaar geleden vroeg als hoofdtrainer, wist hij meteen: dit wil ik. ‘Niet vanwege de regio, maar omdat ik de potentie ken van deze club. Ik denk niet dat ik over vijf jaar nog in het noorden werk, ik wil nog wel een stap zetten om te kijken waar mijn plafond ligt. Een buitenlands avontuur trekt me ook. We gaan het zien. In de voetbalwereld is de toekomst nogal onvoorspelbaar.’

Gedoe

Hij kwam, die zomer van 2023, in de naschokken van een rampzalig seizoen. Groningen was gedegradeerd van de Eredivisie naar de Keuken Kampioen Divisie; ook was er gedoe in de leiding van de club. ‘Ik begon met analyseren, een visie bepalen, met alle spelers een eerlijke kans geven. Na tien wedstrijden kwam er een grote switch, toen hebben we besloten vooral de jonge jongens op te stellen. Dat is risicovol, want hun leercurve gaat vaak nog alle kanten op – misschien doe je een beroep op mensen die daar nog helemaal niet klaar voor zijn. Maar het hoort wel bij een betere opbouw.’

Nog zo’n doordachte keuze: spelers opstellen die ‘gevoel hebben’ bij de club. ‘Jongens hier uit de stad die hun hart ervoor willen geven, die de supporters begrijpen. We willen een zekere herkenbaarheid in spel, in stijl. Dat helpt mensen het beste uit zichzelf te halen.’

Bewegingsarmoede

Die herkenbaarheid brengt ook verbinding, zegt hij, niet alleen bij spelers, maar ook bij het publiek, want er was veel chagrijn na een heel vervelend seizoen voor de club. ‘Uiteindelijk gaat het daar voor mij om. Wij zijn een amusementsindustrie, een wedstrijd moet een uitje zijn. Niet alleen op het veld, maar ook erbuiten: eten en drinken moeten goed zijn, de wachtrijen niet te lang.’

De connectie met ‘de buitenwereld’ reikt verder dan het stadion: de spelers maken regelmatig deel uit van lesprogramma’s en geven clinics op scholen om bewegingsarmoede tegen te gaan. ‘Daar hoeven ze nooit voor geënthousiasmeerd te worden. Iedereen is zich erg bewust van onze maatschappelijke verantwoordelijkheid.’

Wrang: de connectie tussen club en fans wordt juist versterkt door de tegenslagen. ‘Als het slecht gaat, ben je als supporter eerst  teleurgesteld en dan boos. Daarna raak je gefrustreerd en vervolgens word je héél erg boos. Totdat je bedenkt dat boosheid zinloos is. En dan ga je je zorgen maken.’

Massaal spraken de fans die zorgen uit. Via sociale media, maar ook live. ‘Als ik in mijn woonplaats mensen tegenkom, gaat het altijd over FC Groningen, ik krijg aardig mee wat het gevoel is. Ze zijn echt bezorgd.’ En ja, geeft hij toe, soms vreet dat energie. ‘Maar over het algemeen… ik ben zelf ook supporter geweest. Ik snap dat mensen bezorgd zijn en dat ze een praatje willen maken. Dat maakt ook wel wie we zijn.’

‘Wijlenmijnvaderzeialtijd:Wathainaitkapotmoakt,wordhaistaarkervan.Oftewel:watjenietbreekt,maaktjesterker’

Staarker

Begin dit jaar verloor de club zes keer op rij. ‘In vijf van die wedstrijden waren we minimaal gelijkwaardig, en ik durf te zeggen: in vier speelden we zelfs beter. Aan de ene kant frustreert dat, maar het geeft ook vertrouwen. En natuurlijk krijg je met tegenslagen te maken. In de sport, in het leven. Iedereen, ik ook. Maar het gaat erom dat je na het vallen ook weer opstaat. Zo ben ik ook opgevoed. Wijlen mijn vader zei altijd: Wat hai nait kapot moakt, word hai staarker van – wat je niet breekt, maakt je sterker.’

Opstaan na de val – mooi gezegd, maar hóe? Nou, zegt Lukkien: voor hem begint wederopbouw met visie hebben. ‘Na zes nederlagen is het verleidelijk om dingen te veranderen. Maar als ik íets heb geleerd, is het dat je moet vasthouden aan wat je doet als je daarin gelooft.’

Kijk, zegt hij, bijvoorbeeld eens naar aanvaller Thom van Bergen. ‘Die heeft in de laatste vier wedstrijden steeds gescoord. In de weken daarvoor kreeg hij precies dezelfde kansen, maar scoorde hij niet. Dat is zo mooi om te zien.’

Duizenden commentatoren

Het bedrijfsleven zou best wat van topsport kunnen leren, zegt Lukkien – en eigenlijk verschillen die werelden niet eens zo heel erg. Ook ondernemers willen beter zijn dan de concurrentie, ook zij hebben te dealen met verschillende typen mensen. ‘Ook daar begint het met visie. En met communiceren, in gesprek blijven met je medewerkers is cruciaal.’

En, zegt hij, stop eens met naar anderen kijken, maar ga uit van je eigen kracht. ‘Die anderen haal je onderweg wel in. Als je goede mensen hebt, zullen die goede dingen brengen. Daar valt of staat het natuurlijk wel mee; ik weet wat ik zelf waard ben, maar ook wat mijn collega’s en spelers waard zijn. En daar geloof ik in. Elk weekend wordt dat weer getoetst, en het geeft me altijd weer vertrouwen. Ons plan is goed.’

En vooruit, er is natuurlijk dat ene grote verschil: bij een ‘gewoon’ bedrijf kijken er niet duizenden commentatoren mee. Hij lacht. ‘Dat is niet altijd leuk, maar het betekent ook dat ze liefde hebben voor de club.’ Daar is hij misschien wel het meest trots op: die verbondenheid met publiek, sponsoren, met medewerkers. ‘Wij zijn samen. Dat vind ik mooi. Ik kan geen winst garanderen. Maar ik kan wel een ploeg garanderen die altijd volle bak strijdt.’

  • Auteur: Karin Sitalsing
  • Fotograaf: Frank Ruiter

Deze hele editie lezen?

Selecteer jouw regio
Zomer 2026

Dit artikel is gepubliceerd in de editie van zomer 2026 en is in meerdere regio's te lezen. Lees de editie uit jouw regio of een van de andere mooie edities.

Meer lezen over dit onderwerp?

    • Achtergrondverhaal
    • Coöperatie
    • Jong & Impact

    Almere & The City scoort ook buiten de lijnen

    • Investeren in elkaar
    • Coöperatie
    • Sport

    Cambuur Verbindt: ‘Hert op de goede plek’

    • Achtergrondverhaal
    • Coöperatie
    • Jong & Impact

    Bij de Rabo Dikke Banden Race rijdt iedereen in het geel

    • Achtergrondverhaal
    • Coöperatie
    • Jong & Impact

    Allemaal winnaars bij Dikke Banden Race Zuidlaren

    • Investeren in elkaar
    • Diversiteit en Inclusie
    • Sport

    Hockey verbindt, ook in niet-traditionele hockeywijken

    • De vrijwilliger
    • Sport
    • Buurtgevoel

    ‘Ik ben trots op onze renovatie’

    • Investeren in elkaar
    • Diversiteit en Inclusie
    • Sport

    Hockey verbindt, ook in niet-traditionele hockeywijken

    • Reportage
    • Jong & Impact
    • Buurtgevoel

    Een plek waar jongeren zich gehoord voelen

    • Interview
    • Rabo ClubSupport
    • Diversiteit en Inclusie

    ‘Het publiek in Parijs ging door het dak. Onvergetelijk’

    • Achtergrondverhaal
    • Coöperatie
    • Jong & Impact

    Bij de Rabo Dikke Banden Race rijdt iedereen in het geel

  • bekijk alle artikelen

    Wat vind jij van de digitale Rabo &Co?

    Wat fijn dat je je mening wilt geven over de digitale Rabo &Co. Daar zijn we heel blij mee.

    max. 500 tekens