

‘Ik noemde mezelf een alien’
InterviewRapper Glenn de Randamie (41) – beter bekend als Typhoon – woont samen met zijn vrouw Marie tussen de fruitbomen, kippen en eenden op een grote boerderij in de buurt van Zwolle. Het is zijn heiligdom. Hier heerst stilte en precies die heeft hij nodig om overeind te blijven. ‘Ik heb zoveel muziek in mijn leven, thuis staat er vaak geen radio aan. Juist in de stilte voel ik ruimte voor reflectie en creativiteit.’
Op 23 september verscheen Typhoons eerste boek, Liefde is de baas – de kunst van moedig leven. Intens spannend, want het boek is persoonlijker dan alle songs die hij tot nu toe heeft geschreven. ‘Mensen kennen mij van het podium, de glimlach, de energie’, legt hij uit. ‘Maar ondertussen had ik paniekaanvallen tijdens optredens en speelde ik door terwijl ik van binnen brak. In dit boek laat ik alle muren zakken.’
Hij vertelt hoe zwaar dat was. Tweeënhalf jaar werkte hij eraan, vaak met lange tussenpozen. ‘Soms kon ik weken niet schrijven, omdat het voelde als therapie. Dan moest ik eerst weer verwerken wat ik had geschreven.’ Zijn vrouw Marie las mee en voegde zelfs de laatste zinnen toe. ‘Ik zat muurvast in de afronding. Zij schreef iets en ik wist: dit is het. Het voelde alsof we samen thuiskwamen, heel bijzonder.’
Typhoon schrijft openhartig over de breuk met zijn band, enkele jaren geleden. Jarenlang zweeg hij erover. ‘Ik was er niet klaar voor, het deed te veel verdriet. Je bent een professional, dus je moet er gewoon staan. Je geeft mensen een goed gevoel, terwijl je zelf met een gebroken hart staat te spelen. Hoe doe je dat? Dat wilde ik eerlijk vertellen.’
Stotteren
Die eerlijkheid past bij de boodschap van het boek. ‘We denken vaak dat kracht zit in groot en sterk zijn, maar volgens mij gaat het om verbinding. Niemand denkt aan het einde van zijn leven: wat was ik groot. Het gaat om de relaties die je hebt opgebouwd. Daarom is liefde een act of now – iets wat nú gebeurt.’
Dat Typhoon altijd woorden vindt die raken, is geen toeval. Als kind begon hij te stotteren. ‘Ik wilde niet kwetsbaar zijn, dus bouwde ik een enorme woordenschat op. Als ik voelde dat ik vastliep op een woord, had ik razendsnel een synoniem paraat.’
‘Dat stotteren werd uiteindelijk mijn superkracht. Ik grap weleens: een rapper met een spraakgebrek, dat is humor van boven.’ Zijn taalgevoel kreeg hij mee van zijn moeder, zijn muzikaliteit van vader en opa. ‘Ik heb het beste van twee werelden meegekregen. Mijn moeder is poëtisch en filosofisch, mijn vader en opa speelden respectievelijk saxofoon en gitaar. Dat zit allemaal in mij.’
Vriendengroep
Het oosten van het land is nog steeds zijn thuis, hij groeide op in ’t Harde als oudste van vier kinderen. ‘Ik was vaak buiten: voetballen, bramen plukken, maar had ook mijn eigen wereld onder mijn hoogslaper. Daar voelde ik me veilig. In een druk gezin was dat mijn plek.’Op school was het dubbel. ‘Wij waren het enige zwarte gezin in ’t Harde. Pas als tiener merkte ik echt hoe anders ik was. Soms was dat pijnlijk, soms gewoon vervreemdend. Ik noemde mezelf weleens een alien. Gelukkig had ik een vriendengroep van skaters, hiphoppers en metalheads. We waren allemáál anders, en daardoor juist samen.’
Later kreeg hij meer met racisme te maken. Nadat hij in 2020 te gast was in het tv-programma Zomergasten werd hij bedreigd. Hij kiest ervoor om die excessen niet te benadrukken. ‘Wat eronder zit, is verdriet en misplaatsing. Mensen zitten vast in hun eigen bubbel, verliezen de verbinding. Dat is wat ik wil agenderen. We zijn allemaal op zoek naar licht, soms vergeten we dat alleen.’
Briefje aan God
Zijn twee burn-outs vormen een rode draad in het boek. ‘Op een gegeven moment had ik energiedrank nodig om op te treden en slaapmiddelen om in slaap te vallen. Toen dacht ik: dit eindigt verkeerd. Ik had genoeg documentaires gezien om te weten waar dit toe kon leiden.’ Het absolute dieptepunt speelde zich af tijdens een vakantie in de Zwitserse bergen. Hij was daar met vrienden om te herstellen, maar raakte juist volledig de weg kwijt. In de auto, rijdend langs een afgrond, dacht hij: ‘Ik zou hier ook het ravijn in kunnen rijden…’ Hij schrok van die gedachte en greep terug op iets uit zijn jeugd: hij schreef op een briefje één enkel woord aan God: ‘SOS’.
Therapie, familie en geloof haalden hem terug. ‘Therapie gaf me richting, de mensen in mijn omgeving bleven hun hand naar me uitsteken, zelfs als ik mezelf dat niet waard vond. De gedachte aan mijn moeder en haar geloof waren een vangnet. Anders was het misschien heel anders afgelopen.’
Natuur
Sindsdien weet hij dat mentale gezondheid altijd een thema zal blijven. ‘Het kan lang goed met me gaan, maar stressregulering blijft een zwakke plek. Bij de eindsprint van mijn boek voelde ik dat weer. Het verschil is dat ik nu mensen om me heen heb die het eerder zien en me afremmen.’
Ook de natuur speelt een grote rol in het mentaal gezond blijven. ‘Als je er een beetje voor open staat, is natuur een voortdurende herinnering aan het feit dat alles loopt zoals het moet lopen. Een heg die eerst dor is en ineens weer uitloopt. Dat vertrouwen op de natuurlijke beweging neem ik mee in alles. Het komt goed, ook als we niet continu alles proberen te sturen.’

Alles is muziek
Sinds 2017 woont hij op een landgoed in de buurt van Zwolle – met fruitbomen, dieren en een moestuin. ‘Als kind zat ik in de auto op de snelweg en droomde ik van een hutje midden in de natuur. Dat we hier mogen wonen voelt als een zegen. En het mooiste is dat we het kunnen delen: mensen uitnodigen, samen het leven vieren.’ Hij geniet nog steeds van de stad – zijn kantoor staat in Amsterdam – maar de rust van het oosten is onmisbaar. ‘In Amsterdam stond ik 24 uur per dag ‘aan’. Hier rijd ik de IJsselbrug over en ben ik thuis. De rust die me dan overvalt, is bijna heilig.’
Wat hem nu gelukkig maakt? ‘Ruimte, verbinding, de kleine dingen. Samen met Marie op de bank, kippen zien scharrelen, een goed gesprek. En muziek – in welke vorm dan ook. Mijn huwelijk is muziek, mijn boek is muziek. Alles is muziek.’ Hij lacht. ‘Weet je, ik zou nog graag vader willen worden. Nog meer maken, nog meer verbinden. Als het ons gegeven is. Maar eerlijk: als het morgen stopt, ben ik de gelukkigste man ter wereld. Het ís al goed.’
- Auteur: Suus Ruis
- Fotograaf: Frank Ruiter














