5 min

‘Leuk dat we als familie nog een beetje dialect kunnen praten’

Oud & Nieuw

Harrie van de Ven (71) leerde als kind pas op de basisschool Nederlands praten. Thuis was dialect de voertaal. Maar tijden veranderen, merkt hij. Zodra hij met zijn dochter Verona Suleman-van de Ven (47) in gesprek is, wil het Brabants nog weleens de overhand nemen. Maar tegenover zijn kleindochter Noa (17) schakelt hij automatisch over op Standaardnederlands. ‘Ik snap het wel’, zegt hij over het verdwijnen van het dialect. ‘De wereld wordt steeds groter. Da kunde nie tegenhouden.’

Over het antwoord op de vraag of Harrie van de Ven zich meer vertrouwd voelt met het Brabants dialect of het Nederlands hoeft hij niet lang na te denken. ‘Dialect is de eerste taal die ik heb leren praten’, zegt hij, zittend aan een tafel in zijn achtertuin in Heesch. ‘Dus dat voelt als mijn moedertaal.’ Zijn dochter Verona Suleman-van de Ven (47) hoort het glimlachend aan.

Harrie groeide op in de jaren vijftig van de vorige eeuw. Zijn vader werkte zich op de boerderij een slag in de rondte en was voornamelijk op het erf te vinden. Buiten zijn gezin, familie en enkele dorpsgenoten ontmoette hij niet veel andere mensen. Harrie: ‘Voor mijn vader was er geen noodzaak om Nederlands te praten. Zijn wereld was in zekere zin zo klein dat hij het altijd af kon met dialect.’

Bakske koffie

Zelf maakte Harrie zich de Nederlandse taal al snel eigen. Eerst op school en later ook in zijn werkzame leven, waar Nederlands de voertaal was. Hij nam de boerderij van zijn vader niet over, maar ging aan de slag als servicetechnicus. ‘Dan moest ik gewoon ‘ABN’ praten tegen mijn klanten.’ Zodra hij thuis was, schakelde hij weer over op dialect.

Zo kon het dat hij en zijn vrouw Jeanne hun kinderen tweetalig opvoedden. Halverwege het interview wil Jeanne weten voor wie ze nog een bakske koffie kan inschenken. Als ze de koffiepot binnen heeft gepakt en weer in de tuin staat, vraagt Harrie: ‘Kunde gij ’t trekgat achter oe dicht doen?’ (Of ze de deur achter zich kan sluiten).

Carnaval

Hun dochter Verona vindt het fijn dat ze het dialect machtig is. Het voelt vertrouwd en hoort volgens haar bij de Brabantse cultuur. Daarnaast komt het haar ook goed van pas: ze doet elk jaar mee aan de pronkzitting rondom carnaval. ‘Daar wordt nog echt dialect gepraat’, zegt ze. ‘Soms ga ik vooraf even bij ons pap en mam langs om te vragen hoe ik bepaalde woorden uitspreek.’

Inmiddels heeft ze zelf ook twee dochters, van wie er eentje tijdens het interview tegenover haar zit. ‘Mijn man en ik hebben onze dochters met de Nederlandse taal opgevoed, al was dat deels ook gedwongen’, zegt Verona. ‘Mijn man komt oorspronkelijk uit Kenia en had al moeite genoeg om Nederlands te leren. Laat staan dat hij dialect moest praten.’

Bij opa en oma

Zelf vindt Verona het voor de toekomst van haar dochters beter dat ze Standaardnederlands spreken – hoe mooi ze het Brabantse dialect ook vindt. Wat als ze later buiten het dorp een baan krijgen? ‘Ik merk het nu al op mijn mbo-opleiding in Den Bosch’, zegt haar dochter Noa. ‘Daar heb ik klasgenoten uit allerlei steden. In het begin vond ik dat ze heel bekakt praatten, maar dat valt eigenlijk reuze mee. Ik was het gewoon niet gewend.’

Ja, ook zij ‘bezondigt’ zich weleens aan woorden zoals ‘nie’ (niet), ‘wa’ (wat) of ‘gij’ (jij). Maar hele gesprekken in het dialect voeren, doet ze niet. Toch kan ze het goed verstaan. Dat komt mede doordat ze als kind jarenlang een dag per week bij haar opa en oma was. En als de familie bij elkaar is, spreken de meeste ooms en tantes ook een aardig woordje dialect. ‘Dan leer je het vanzelf wel.’

‘Somsgaikvoorafevenbijonspapenmamlangsomtevragenhoeikbepaaldewoordenuitspreek’

Vertrouwensband

Daar heeft ze tegenwoordig met haar bijbaantje in de ouderenzorg profijt van. ‘De meeste ouderen spreken echt dialect. Bij hen komen meer verhalen los als zij merken dat jij in hun taal kunt meepraten. Het schept een soort vertrouwensband’, zegt Noa. Ze gaat erin mee, merkt ze. ‘Als ze iets hebben verteld en ik wil laten weten dat ik het zielig vind, zeg ik ‘och gèrum’.’

Harrie moet lachen als hij het zijn kleindochter hoort zeggen, als een soort blijk van erkenning. Hij zou het mooi vinden als het dialect blijft bestaan. Maar hij weet dat het steeds moeilijker wordt. ‘De meeste kinderen krijgen het niet meer mee vanuit huis’, zegt hij. ‘Daarentegen gebruiken ze steeds meer Engelse termen.’ Hij denkt even na en zegt dan: ‘Wat is dat ene woord ook alweer? O ja, awkward (ongemakkelijk, red).’

Familie

Daar kan Noa dan weer om lachen. Ze is het met haar opa eens: de tijden zijn veranderd. Ze geeft een voorbeeld: ‘Vroeger woonden in Heesch alleen maar mensen uit Heesch. Tegenwoordig worden er hele woonwijken bij gebouwd en komen er steeds meer mensen van buitenaf naar het dorp. Dat bedoelt opa met: de wereld wordt groter.’

Daar sluit Verona zich bij aan. ‘Maar ik vind het wel leuk dat we als familie nog een beetje dialect kunnen praten.’

Als het interview erop zit, is het laatste woord aan Harrie. ‘Houdoe’, zegt hij. ‘Ja, zo nemen we hier afscheid van elkaar.’

  • Auteur: Guus Peters
  • Fotograaf: Merlijn Doomernik

Deze hele editie lezen?

Selecteer jouw regio
Najaar 2025

Dit artikel is gepubliceerd in de editie van najaar 2025 en is in meerdere regio's te lezen. Lees de editie uit jouw regio of een van de andere mooie edities.

Meer lezen over dit onderwerp?

    • Reportage
    • Buurtgevoel
    • Grote Steden

    Een dag voor in de boeken

    • Investeren in elkaar
    • Coöperatie
    • Jong & Impact

    Roots Budel: fine dining met wortels in de gemeenschap

    • Achtergrondverhaal
    • Natuur
    • Buurtgevoel

    Op plastic schattenjacht met Captain Fanplastic

    • Reportage
    • Duurzaamheid
    • Buurtgevoel

    Met de koffiemachine naar het Repair Café

    • Investeren in elkaar
    • Coöperatie
    • Energietransitie

    Groener Groningen maakt duurzaamheid leuk

    • De vrijwilliger
    • Coöperatie
    • Buurtgevoel

    De Hardenberg: behoud van voorzieningen

    • Reportage
    • Buurtgevoel
    • Weerbaarheid

    Taarten van toppers

    • De vrijwilliger
    • Buurtgevoel

    ‘Mijn passie: werken met mensen’

    • Oud & Nieuw
    • Buurtgevoel
    • Familiebedrijven

    ‘Elk dorp moet een goede bakkerij hebben’

    • Reportage
    • Buurtgevoel
    • Duurzaamheid

    Biologische groenten voor de Voedselbank

  • bekijk alle artikelen

    Wat vind jij van de digitale Rabo &Co?

    Wat fijn dat je je mening wilt geven over de digitale Rabo &Co. Daar zijn we heel blij mee.

    max. 500 tekens