

‘Het gaat me aan het hart dat duurzaam boeren vaak nog niet loont’
Eureka!Door haar ‘groene hart’ te volgen, belandde Nina van der Giessen (32) bij Rabobank, waar ze boeren helpt een goede boterham te verdienen met koolstof- en natuurvriendelijke(re) landbouw. Dat is hard nodig, want nu kóst het boeren vaak geld om goed voor hun land te zorgen.
Op een voorjaarsmiddag luistert Nina van der Giessen, productmanager natuurinclusieve proposities bij Rabobank, aandachtig naar de biologische tuinder die haar rondleidt over zijn terrein in Roelofarendsveen. Lopend door de (onverwarmde) kas, langs de spinazie, veldsla, raapsteeltjes en tal van andere groenten, vraagt Van der Giessen de tuinder naar praktische zaken. Verkoopt hij altijd alles wat hij teelt? Vindt hij dat hij goed genoeg wordt beloond voor zijn bioproducten? Wat is hij kwijt aan certificering?
‘Tijdens dit soort werkbezoeken leer ik waar boeren tegenaan lopen als ze duurzamer willen boeren’, zegt Van der Giessen. ‘Dat helpt me om financiële hulpmiddelen te ontwikkelen waar boeren echt iets aan hebben. Wanneer dát is gelukt, heb ik plezier in mijn werk.’
Boeren als landschapbeheerders
Boeren hebben twee rollen, legt Van der Giessen uit. ‘Ze zijn ondernemers en landschapbeheerders. Als ondernemer wordt de boer beloond, voor landschapbeheer vaak niet. Sterker nog: keuzes om beter voor je land en het hele ecosysteem te zorgen, kosten vooral veel geld. Neem agroforestry: landbouw waarbij bomen en struiken bewust gecombineerd worden met vee, akkerbouw, tuinbouw of fruitteelt. De boer heeft veel extra werk aan onderhoud, maar pas na een jaar of zeven levert het geld op. De markt en de meeste financiële producten geven geen ruimte om daar op te wachten.’
‘Gangbaar boeren levert meer en sneller geld op. Dat wringt, en het gaat me aan het hart. Want intussen worden boeren, met name veehouders, een zondebok omdat ze stikstof uitstoten. Terwijl ze vaak dus geen kant op kunnen. En vergeet niet: ze voorzien in een basisbehoefte! Ik zie het als mijn taak om de omstandigheden te creëren waarin boeren óók goede landschapbeheerders kunnen zijn.’
Groen hart
Liefde en respect voor de natuur werden Van der Giessen van jongs af aan bijgebracht. ‘Ik groeide op in Zeist, in een bosrijke omgeving. Mijn vader studeerde bosbouwkunde en werd directeur bij het Wereld Natuur Fonds. Mijn moeder tuinierde veel – nog steeds trouwens – en als vrijeschoolleerling had ik mijn eigen moestuin.’
Zo groeide haar ‘groene hart’. Toen haar werk als socialmediastrateeg ‘leeg’ begon te voelen, besloot Van der Giessen dat hart te volgen. Eerst bracht haar dat bij Aardpeer, een initiatief dat via de uitgifte van obligaties regeneratieve boeren aan redelijk geprijsde pachtgrond helpt. Daarna bij Rabobank. ‘Ik wist dat drie op de vier Nederlandse boeren klant zijn bij Rabobank. Als ik echt het verschil wil maken in het verduurzamen van de landbouw, dan moet ik hier aan de slag gaan, dacht ik.’
Helpen overbruggen
Rabobank is een pilot begonnen om boeren te helpen geld te verdienen aan CO2-opslag in agroforestry-systemen (in bomen en hagen bijvoorbeeld). Dankzij een nieuwe meetmethode en samenwerking met Agroforestry Netwerk Nederland kunnen boeren – zonder tussenkomst van Rabobank – hun CO2-opslag verwaarden.
Daarnaast droeg Van der Giessen bij aan de doorontwikkeling van de Rabo MKB Duurzaamheidsbijdrage, waarmee boeren die duurzame investeringen doen 12,5% van die investering terug kunnen krijgen. En het Rabo Transitiefonds is geschikt gemaakt voor agroforestry-projecten: boeren kunnen daar de aanplantkosten mee financieren en hoeven pas af te lossen wanneer het project zijn economische vruchten afwerpt.
Bij vertrek graaft Van der Giessens auto zich vast in de modder, de tuinder komt haar helpen. Gelukkig maar, want ze heeft nog een voedselbos te bezoeken en een groot Nederlands bedrijf dat plannen heeft om een voedselbos aan te leggen. ‘Zoiets was kort geleden nog onvoorstelbaar. Stapje voor stapje gaat de markt natuurinclusieve landbouw meer waarderen.’
- Auteur: Rens Lieman
- Fotograaf: Bas Losekoot

