

Erfgoed Landfort in oude glorie hersteld
Verhaal uit de regioNa zware gevechten in de Tweede Wereldoorlog verkeerde de historische buitenplaats Huis Landfort in Megchelen in erbarmelijke staat. Na een restauratie van vier jaar is het landgoed uit zijn as herrezen. Directeur René Dessing: ‘Zo’n buitenplaats is een kunstwerk.’
‘Kijk, deze boom heeft heel veel meegemaakt.’ René Dessing wijst naar een enorme plataan naast Huis Landfort in Megchelen. Dessing, directeur van stichting Erfgoed Landfort – de eigenaar van de Achterhoekse buitenplaats – , doelt op alles wat zich de afgelopen drie eeuwen op Huis Landfort heeft afgespeeld: de ingrijpende renovatie vanaf 1823 door eigenaar Johann Albert Luyken, waarbij de uivormige hoektorens werden verwijderd en het huis twee zijvleugels kreeg; de aanleg van het 50 hectare grote park naar een ontwerp van de beroemde tuinarchitect Johan David Zocher jr. in 1825; de bouw van de duiventoren; de verwoesting van Landfort bij de bevrijding in 1945, de jaren van verval, en tot slot de grote renovatie onder leiding van Dessing, die de buitenplaats samen met zijn partner Wim Dröge beheert en bewoont.
Bevrijding
Alles, maar dan ook alles, zo vertelt Dessing in zijn kantoor in het herbouwde koetshuis, is de afgelopen jaren onder handen genomen. Want van het statige geheel was na de oorlog weinig meer over.
‘Welbeschouwd is in maart 1945 op deze plek de bevrijding van Oost-Nederland begonnen’, volgens Dessing. ‘Hier, in dit uiterste puntje van de Achterhoek, op slechts een paar meter van de Duitse grens, raakten Canadese en Engelse troepen slaags met terugtrekkende Duitsers. Met desastreuze gevolgen voor Huis Landfort.’
De inmiddels vierde generatie van de familie Luyken, die na de oorlog niet alleen haar buitenplaats, maar ook al haar bezittingen in voormalig Nederlands-Indië kwijtraakte, kon het herstel van Landfort niet betalen en moest het geheel uiteindelijk noodgedwongen in 1970 verkopen aan het Geldersch Landschap, dat nog steeds 44 hectare grond in bezit heeft. De gebouwen en de inboedel zijn eigendom van de stichting Erfgoed Landfort.
Renovatie van vier jaar
Ruim vier jaar duurde de renovatie van Huis Landfort, waarvan de geschiedenis teruggaat tot 1434. Het geld voor de restauratie kwam, naast een grote particuliere schenking, van diverse fondsen, de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en de provincie Gelderland.
Het dak werd hersteld, er kwamen nieuwe vloeren – gemaakt van hout van landgoed Twickel – , een groot deel van de vierenzestig binnenluiken werd teruggeplaatst, in de vensters werd monumentenglas geplaatst ter isolatie en er werd kunst en antiek verzameld om het huis weer in te richten zoals in de tijd van Luyken.
Jacuzzi
Zo hangen er twee identieke kroonluchters die uit Wallonië afkomstig zijn, staat er in de badkamer een negentiende-eeuwse ‘jacuzzi’, is er een prachtige servieskast vol Loosdrechts porselein en zijn de wanden van de eetzaal opnieuw bespannen met zijden behang.
Heel bijzonder is de collectie porseleinen papegaaien aan de muur in de tuinkamer. ‘Alles is tot in het kleinste detail ingericht met aangekocht, geschonken en in bruikleen gegeven antiek’, vertelt Dessing, zelf kunsthistoricus.
Ook het park werd in oude glorie hersteld. De moestuin met de grote, achttiende-eeuwse visvijver en de negentig meter lange leifruitmuur is weer in functie. Fraaie kassen herbergen warmte minnende gewassen. Op het landgoed werden tal van nieuwe bomen geplant, naast de vele oude exemplaren die er ook staan. Er groeien stinzenplanten en er zijn zes monumentale bloemperken aangelegd, waarvan twee in een geometrisch verband, pal voor het huis. Bijzonder is ook het bloemperk achter het landhuis waarin duizend rozenstruiken staan.
Nederlandse buitenplaatsen
Hoewel Huis Landfort na de renovatie weer in topstaat verkeert, is René Dessing is nog niet klaar op ‘zijn’ buitenplaats. Op 1 september dit jaar opende hij het Nationaal Centrum voor de Nederlandse Buitenplaatscultuur, een kenniscentrum dat tot doel heeft om duidelijk te maken wat de waarde is van Nederlandse buitenplaatsen en waarom ze behouden moeten blijven.
‘Elke nog bestaande buitenplaats dankt zijn bestaan aan een onafgebroken zorg door vele personen die er een band mee hadden en zich daar vaak hun hele leven voor hebben ingezet’, vertelt Dessing, die tevens voorzitter is van de stichting Kastelen, historische Buitenplaatsen & Landgoederen (sKBL). ‘Kosten noch moeite hebben ze gespaard om de buitenplaats zo goed mogelijk na te laten aan volgende generaties.’
‘Ooit telde Nederland duizenden van die buitenplaatsen. Het waren de zomerhuizen van de adel en van welgestelde notabelen en kooplieden. Daar zijn nu nog zo’n vijfhonderdvijftig gave exemplaren van over. Als kunsthistoricus beschouw ik zo’n buitenplaats als een kunstwerk. Over alles is nagedacht. Toch zijn er nog steeds mensen die de waarde van zo’n plek niet zien en vinden dat het alleen maar geld kost. Al zie ik hier gelukkig ook veel bezoekers die uren op een bankje in het park doorbrengen.’
Openstelling
Dessing, zijn team en de tachtig vrijwilligers zijn nu zoekende naar de beste manier om de buitenplaats open te stellen voor het publiek. Er zijn twee vaste openstellingsdagen, rondleidingen zijn mogelijk op aanvraag, er zijn jaarlijks drie open-tuinendagen en er worden lezingen, klassieke concerten en culinaire avonden georganiseerd.‘Alles kleinschalig’, licht Dessing toe. ‘Wat de buitenplaats aan kan, dat doen we. Maar dit is geen locatie voor grootschalige evenementen met veel drank en harde muziek. Over een huwelijksvoltrekking of een afscheidsplechtigheid valt te praten.’
Zelf is Dessing, die de pensioengerechtigde leeftijd al is gepasseerd, op zoek naar een opvolger die zijn taak als directeur van de stichting Erfgoed Landfort kan overnemen. Het bewaren van een buitenplaats is een voorrecht, zo blikt hij terug op de functie die hij ruim zeven jaar heeft vervuld.
‘Maar de zorg voor al dat fraais is wel een baan die je zeven dagen per week bezighoudt, ook omdat ik hier woon. Je bent permanent bezig. Maar ik heb mijn leven lang dingen gedaan vanuit mijn liefde voor creativiteit en schoonheid en die liefde wil ik graag delen met anderen. Dat kost veel energie, maar dankzij de miljoenen die hier zijn geïnvesteerd heeft de Achterhoek - en de rest van Nederland – wel een geweldige plek teruggekregen.’
- Auteur: Friederike de Raat
- Fotograaf: Stan Bouman















