

‘Mijn leven is een stuk mooier sinds Lilou er is’
ReportageIn het Babyhuis wonen moeders die door een moeilijke jeugd of andere nare ervaringen niet in staat zijn zelfstandig voor hun baby te zorgen. Ze krijgen er, met hun pasgeboren baby, begeleiding en behandeling. Zo leren zij hoe het moet, zodat hun kind, anders dan zijzelf, veilig gehecht raakt. De missie van het Babyhuis is om onnodige uithuisplaatsingen te voorkomen. In het Babyhuis in Leiden kijken we mee met Ilenia (35) en haar drie maanden oude dochter Lilou.
Aan Steenschuur, een pittoreske gracht in Leiden, ligt het Babyhuis. De statige, marmeren hal wekt de indruk van een deftig notariskantoor. Totdat we om de hoek van de hoge, houten deur een kinderwagen zien staan en boven aan de trap de pruttelende geluiden van een baby horen. In dit huis is plaats voor negen moeders en hun baby’s, momenteel wonen er zes.
In de grote, gezellige woonkeuken is een groepje vrouwen aan het lunchen, sommigen met een baby op schoot. Er wordt gelachen en geanimeerd gepraat. In de naastgelegen zitkamer spreken we Daniëlle Kiele, locatiecoördinator van Stichting het Babyhuis, en Ilenia, een van de vrouwen die in het Babyhuis verblijven, samen met haar drie maanden oude dochter Lilou.
Kraambezoek
De muren zijn zachtgroen, er staan een box, een babyschommelbedje, een wipstoeltje en wat speelgoed. Het voelt alsof we op kraambezoek zijn. ‘Een huiselijke sfeer is heel belangrijk’, zegt Kiele, ‘je moet hier niet het gevoel hebben dat je in een instelling zit.’ Een stagiair loopt met een baby op haar arm naar het schommelbedje en legt haar erin. ‘Kijk, dit is Lilou’, lacht ze.
‘De moeders die hier komen, melden zichzelf aan of komen bijvoorbeeld via een Jeugdzorgmedewerker, een psycholoog of een verloskundige’, vertelt Kiele. ‘Het betreft vrouwen die om uiteenlopende redenen niet goed in staat zijn om optimaal voor hun baby te zorgen. Vaak hebben ze een moeilijke jeugd gehad, waardoor ze hechtingsproblemen hebben. Soms zijn de problemen complex. In het geval van verslavingsproblematiek moet die eerst worden aangepakt voordat iemand hier mag komen.’
Ze vervolgt: ‘Deze vrouwen houden zich vaak met moeite staande. Als ze zwanger worden, komt er plotseling zoveel op hen af dat de stress verder toeneemt. Aan de andere kant kan de komst van een kind ook juist aanleiding zijn om problemen echt te willen aanpakken. Daarom beginnen we het traject bij 36 weken zwangerschap. Ze kunnen dan vast aan zichzelf werken en zijn iets beter voorbereid als hun kind geboren wordt.’
De moeders krijgen in het Babyhuis behalve begeleiding bij het verzorgen van hun baby ook behandeling en coaching. Kiele: ‘Zodat ze vertrouwen krijgen in zichzelf en in de wereld om hen heen, en zodat ze beter in staat zijn om goed voor hun kindje te zorgen als het er is. We hopen zo uithuisplaatsing te voorkomen. Daarbij, de eerste duizend dagen van een kind zijn cruciaal voor een goede hechting. Vaak wordt van generatie op generatie een onveilige hechting doorgegeven. Door de moeders goed op weg te helpen, hopen we zo een cirkel te doorbreken.’
Trauma’s
Ilenia (35) pakt de kleine Lilou op uit het schommelbedje. De baby kraait van plezier. Ook Ilenia had geen makkelijke jeugd, vertelt ze. ‘Ik heb heel wat trauma’s opgelopen. Daarbij heb ik ADHD, ontwikkelde ik door een destructieve relatie PTSS en ontwikkelde ik in mijn laatste baan bij een bezorgdienst een burn-out doordat ik nooit vrij had. Ik was net weer aan het reïntegreren toen ik zwanger bleek.’
Terwijl ze praat, is Lilou op haar schoot in slaap gevallen. ‘Ik was in paniek, de relatie met de vader van Lilou hield geen stand. Ik dacht dat ik het alleen nooit zou kunnen. Ik ben zo blij dat ik voor Lilou heb gekozen. En dat ik hier terecht kon. Ik zag er tegenop, ik woon al zo lang op mezelf en was bang dat ik gepusht zou worden, maar ik trof een hele leuke groep moeders en geweldige begeleiding.’
Warm hart
Het eerste Babyhuis staat in Dordrecht, deze tweede vestiging in Leiden ging in 2020 open. Hier werken zes professionals, een stagiaire en twintig tot dertig vrijwilligers. ‘Ze krijgen een training vanuit de organisatie en zijn heel waardevol als moeders, oma’s en vriendinnen’, zegt Kiele. ‘Ze ondersteunen bij huishoudelijke klussen, spelen spelletjes en zijn bovenal een luisterend oor. Zij vormen het warme hart van de babyhuizen.’
Het huis draait deels op fondsen en donaties en wordt deels bekostigd door de gemeenten. De trajecten die de moeders doorlopen, worden gefinancierd uit de WMO en de Jeugdwet. ‘We kunnen daardoor professionals in dienst nemen’, zegt Kiele. ‘Heel belangrijk, want daardoor kunnen we direct hulp bieden. Bij de GGZ sta je vaak lang op een wachtlijst.’
Uithuisplaatsing voorkomen
De vrouwen komen uit het hele land, soms doen gemeenten moeilijk over een plaatsing. ‘Het kost veel geld, maar een uithuisplaatsing en alles wat daarbij komt kijken, is pas echt kostbaar.’
Het traject dat de moeders doorlopen, bestaat uit drie fasen. De eerste is gericht op samenwonen en veel met elkaar doen en van elkaar leren. De tweede op individueel wonen: veel zelf doen en minder begeleiding. Ten slotte volgt de uitstroomfase. Moeders gaan weer op zichzelf wonen en worden ambulant ondersteund.
Goede start
‘Het traject duurt gemiddeld zes tot negen maanden’, vertelt Daniëlle. ‘In 88 procent van de gevallen pakt het goed uit, moeders maken hier een goede start en kunnen daarna zelfstandig voor hun kind zorgen. Soms werkt het niet, dan zoeken we naar een andere plek waar de moeder beter geholpen kan worden. In enkele gevallen is uithuisplaatsing alsnog onvermijdelijk.’
Daniëlle Kiele en Ilenia, met Lilou op haar arm, leiden ons rond. Naast de grote keuken en de zitkamer zijn er op deze verdieping een ruimte met meerdere aankleedplekken waar de moeders tegelijkertijd hun baby kunnen verschonen, een wasruimte waar meerdere machines staan te draaien en waar piepkleine kleertjes op het wasrek hangen, en vier opvallend kleine slaapkamers.
Leren van elkaar
‘Dat heeft een functie, het stimuleert de moeders om zich niet terug te trekken, maar veel tijd in de gezamenlijke ruimtes door te brengen’, legt Daniëlle uit. ‘Dan leren ze van elkaar. Voor een veilige hechting is het bijvoorbeeld belangrijk dat je veel tegen je kind praat. Daar worden de moeders op gecoacht, maar als je het om je heen ook steeds ziet gebeuren, ga je het sneller zelf ook doen.’
De moeders leren ook de verschillende geluiden van hun baby te herkennen. ‘Vaak geven moeders bij elk huiltje meteen een fles, terwijl er net zo goed sprake kan zijn van een vieze luier of vermoeidheid.’
Een verdieping hoger zijn de slaapkamers juist groot, met veel ruimte voor persoonlijke spullen en bijvoorbeeld een eigen aankleedtafel en box voor de baby. Hier wonen de moeders die in de individuele fase zitten. Er is een gezamenlijke ruimte en keuken, maar het is de bedoeling dat je alles zelf doet. ‘Het zijn geen gezinskamers’, benadrukt Kiele.
Vaders welkom
‘Vaders die de moeder steunen en betrokken zijn bij hun kind, zijn welkom. Zij mogen langskomen en als ze willen, leren ze ook van alles, maar zij overnachten hier niet.’ In minder dan de helft van de gevallen is een vader betrokken, vertelt ze. Lilou’s vader behoort wel tot die groep. Ilenia: ‘Hij komt af en toe langs, samen met zijn twee dochters. En ook met zijn moeder en broer heb ik goed contact. Met mijn eigen familie was ik niet erg close, maar sinds Lilou er is, is dat verbeterd.’
Ilenia neemt ons mee naar haar ruime kamer op de zolderverdieping, met een spectaculair uitzicht op de rode daken en kerktorens van de Leidse binnenstad. ‘Ik ben deze week overgegaan naar de individuele fase en dus naar een grote kamer’, vertelt ze.
Mooier
Zittend op haar bed geeft ze Lilou de fles. Ze drinkt er gulzig uit. ‘Het voelt hier als thuis. Ik heb veel geluk gehad. Ook met Lilou. Ze is zo’n lieve en makkelijke baby.’ Kiele: ‘Dat komt ook door jouzelf, ze reageert op jou.’ ‘Dat is zo gek’, besluit Ilenia. ‘Ik ben gewoonlijk snel gestrest, maar met Lilou blijf ik juist kalm. Mijn leven is een stuk mooier sinds Lilou er is.’
- Auteur: Deirdre Enthoven
- Fotograaf: Sanne Donders

























